Varkenshouderij

Foto & video 1028 x bekeken

Scan toont fouten met brij

Computergestuurde brijvoerinstallaties draaien zelden 100 procent foutloos. Mengvoerfabrikant De Heus voert daarom bij zijn klanten die ermee werken de brijscan uit om problemen op te sporen.

Foto

  • Johan Beerten (links) in Budel (N.-Br.) heeft een brijscan laten uitvoeren op zijn bedrijf met 200 zeugen en 1.850 vleesvarkens. De controle van de totale brijvoerinstallatie gebeurt door Carel van de Laar (midden), de bedrijfsadviseur en Arno van der Burgt, de brijvoerspecialist van De Heus. In het kantoor wordt eerst een inventarisatie van het bedrijf gemaakt.

  • Van der Burgt neemt alle in de computer ingevoerde rantsoenen per diergroep over van het beeldscherm van de computer. Het rantsoen bestaat uit de percentages en in te doseren gewichten van de verschillende componenten. Hij controleert of deze gegevens overeenkomen met het uitgebrachte rantsoenadvies.

  • De stuurtank wordt kritisch bekeken. Deze hangt boven de mengtank die in een put staat opgesteld. Vooral de reinheid van de tank is belangrijk. Het advies aan Beerten is om de stuurtank op te delen in twee delen. Daarmee wordt het mogelijk om stuurvloeistof en spoelvloeistof te scheiden.

  • Van der Burgt staat in de put en bekijkt de leidingen die vanaf de mengtank naar de stallen gaan. De diameter bedraagt 63 millimeter, wat voldoende is voor deze brijvoermachine. De leidingen in de stal moeten zoveel mogelijk waterpas geplaatst zijn.

  • Van elke component die in de mengtank loopt neemt Van de Laar een monster. Dat wordt in het laboratorium onderzocht op de gehaltes aan droge stof en voedingsstoffen. De uitkomsten worden vergeleken met de door de leverancier opgegeven gehaltes.

  • Goed roerwerk in de mengtank is belangrijk voor een goed homogeen mengsel bij de varkens. Ook de ingestelde roertijd in de computer wordt beoordeeld. Van het gemengde brijvoer gaat ook een monster naar het laboratorium. Ook de roertijden in de silo’s voor de bijproducten worden bekeken.

  • Op drie plaatsen in het circuit neemt Van der Burgt een monster. Bij het eerste, middelste en laatste ventiel. Dit doet hij voor de vijf verschillende uitgedoseerde voersoorten: lactovoer voor de zogende zeugen, drachtvoer voor de dragende zeugen en start-, tussen- en afmestvoer voor de vleesvarkens.

  • Op voorgedrukte stickers schrijft Arno van der Burgt de naam van het product of voersoort. Deze komen op de plastic potjes voor onderzoek op het laboratorium. Hij beoordeelt sommige producten ook op smaak door ze te proeven.

  • Bij een aantal bijproducten en van het eindmengsel wordt de zuurgraad gemeten. Op de foto het lactomengsel met een pH van 4,9. Het moet tussen 4,5 en 5,5 zijn; in orde dus.

  • Na de totale screening van de installatie en de uitslagen van het laboratoriumonderzoek krijgt Beerten een volledig uitgewerkt advies op papier. Bijvoorbeeld: Geef de zogende zeugen hun portie voer in twee keer kort na elkaar. Dit in verband met de grote portie en de beperkte troginhoud.

Of registreer je om te kunnen reageren.