Varkenshouderij

Foto & video 1389 x bekeken

Onderzoek naar overleving biggen

Wageningen Universiteit onderzoekt de invloed van het aantal vrijgekomen eicellen op de ontwikkeling en overleving van foetussen. Hiervoor worden de baarmoeders van gelten op 35 dagen dracht onderzocht.

Foto

  • Het onderzoek wordt uitgevoerd door de leerstoelgroep Adaptatiefysiologie.
    De organen van de foetussen zijn op dat moment aangelegd en de meeste verliezen na de bevruchting vinden plaats voor dag 35 van de dracht. Het aantal foetussen in de baarmoeder geeft zodoende het aantal te verwachten biggen goed weer. Deze techniek wordt toegepast voor allerlei onderzoek naar de consequenties van huisvesting, klimaat, voeding en fokkerij voor de vruchtbaarheid.

    Via een snee in de buikwand, haalt de onderzoeker de baarmoeder uit het varken.

    De baarmoeder is eigenlijk erg lang, maar zit in de zeug als een gekronkeld geheel. Hij bestaat uit twee hoorns die ieder uitkomen bij een eierstok.

  • De baarmoeder wordt afgesneden aan de baarmoederhals. Zo blijft de baarmoeder zelf intakt.

  • Voor de uit te voeren metingen, wordt de baarmoeder op de sectietafel gelegd.

  • De ophangbanden, dit zijn de vliezen die de twee baarmoederhoorns bij elkaar houden, worden losgeknipt. De beide hoornen worden vervolgens uitgestrekt neergelegd. De lengte van een hoorn kan oplopen tot meer dan 2 meter.

  • De baarmoederhoorn wordt opgemeten. In dit geval is er sprake van een baarmoeder van een gelt. Bij zeugen zijn deze soms nog langer. Per hoorn zijn gemiddeld 6-7 foetussen aanwezig.

  • Op dag 35 varieert de hoeveelheid vruchtwater van 20 tot 100 milliliter per foetus. Afhankelijk van het onderzoeksdoel wordt nadien de samenstelling van het vruchtwater geanalyseerd op bijvoorbeeld hormonen, of voedingsstoffen zoals glucose als energiebron voor de foetus. De hoeveelheid en samenstelling van het vruchtwater hebben invloed op de ontwikkeling van de foetus.

  • Het vruchtwater wordt gewogen. Zorgvuldig worden alle gegevens genoteerd.

  • De baarmoederwand wordt open geknipt om de foetussen en de placenta’s te bestuderen.

  • Een foetus in de baarmoeder.

  • Op de donkere plekken zaten de foetussen met de vruchtvliezen aan de baarmoederwand bevestigd.

  • Het opmeten en wegen van de foetussen geeft informatie over hun ontwikkeling.

  • Ook het meten en wegen van de vruchtvliezen geeft interessante data over de vruchtbaarheid. Daarom verwijdert de onderzoeker deze van de baarmoederhoorn.

  • Ook het meten en wegen van de vruchtvliezen geeft interessante data over de vruchtbaarheid. Daarom verwijdert de onderzoeker deze van de baarmoederhoorn.

  • Aan de baarmoeder zitten 2 eierstokken. Deze worden ervan afgehaald om de eierstokken afzonderlijk te onderzoeken.

  • De gele lichamen (corpora lutea) die op de eierstokken zitten worden losgeknipt om te zien hoeveel eicellen er bij de eisprong zijn vrijgekomen. Elk geel lichaam heeft zich ontwikkeld op de plaats waar een eicel is vrijgekomen.

  • De gele lichamen worden geteld. Als het aantal foetussen in de baarmoeder gelijk is aan het aantal gele lichamen en dus het aantal vrijgekomen eicellen, is de overleving 100%. De gele lichamen produceren het zwangerschapshormoon progesteron.

Marleen van Sleuwen

Of registreer je om te kunnen reageren.