Boerenblog

1543 x bekeken 2 reacties

‘Fokken op bigoverleving, niet op aantallen’

Toomgrootte weegt te zwaar in de varkensfokkerij. Maatschappelijk gezien is dat niet uit te leggen.

Allereerst wil ik mijn medeleven uitspreken aan alle getroffen pluimveehouders. Zij zijn vooral zwaar getroffen door het mediacircus dat losbarstte na het bekend worden van fipronil in eieren.

Er dreigen veel gevaren die de veehouderij in een kwaad daglicht stellen. Eén daarvan is biggensterfte. Dit thema krijgt genoeg aandacht in de vakbladen. Maar wie kan ons helpen? Voor onze subfokkerij zijn wij op zoek naar een vaderdier dat nog ouderwets spek op zijn botten heeft. Zo’n dier is nergens te vinden. Waar zijn onze fokkerijorganisaties toch mee bezig?

Vroeger hadden we duidelijk herkenbare rassen. Nu wordt alles op een hoop gegooid, met als resultaat eenheidsworst. Een Piétrain groeit hard en is stressvrij. Een Tempo is ook een vleesrijk varken geworden. Een York lijkt op deze twee. Je hebt nog de Fin, maar die geeft veel te grote worpen en als je 1,5 liter biest met 20 broers en zussen moet delen, dan wordt de spoeling te dun. Alle varkens worden met hetzelfde doel qua fokwaarden beoordeeld en geselecteerd en gaan ook steeds meer op elkaar lijken.

‘Een Piétrain groeit hard, een Tempo is ook een vleesrijk varken en York lijkt op deze twee. Varkens gaan steeds meer op elkaar lijken’

Aan varkensvlees hoort een randje spek te zitten, vind ik. In de speklaag van het varken worden belangrijke antistoffen tegen allerlei ziektes opgeslagen. Vervolgens geeft de zeug deze antistoffen via de biest door aan de biggen.

Hoe kunnen we onze klanten (lees: de maatschappij) uitleggen dat er van het totaalaantal geboren biggen maar liefst 15% de slachtlijn niet haalt? Dat is bijna 1 op 6. Dan heb ik het nog niet eens over onze wat minder goed presterende collega’s. Er is veel te veel op het aantal geboren biggen geselecteerd. Voor mij is het belangrijkste getal op ons gesloten bedrijf het aantal overgehouden euro’s per zeug per vierkante meter stal. Rendement van je investering. Oké, er wordt op dit moment best een goede boterham verdiend, maar als we dat willen blijven doen, zal het roer om moeten. We zullen ons in de fokkerij meer moeten richten op weerstand en grootbrengend vermogen.

‘Hoe kunnen we onze klanten (lees: de maatschappij) uitleggen dat er van het totaalaantal geboren biggen maar liefst 15% de slachtlijn niet haalt?’

De afgelopen decennia is veel te veel op het aantal geboren biggen gefocust. Voor mij is dat totaal onbelangrijk. Zeugen die meer dan 16 levendgeboren biggen werpen, gebruik ik echt niet voor de fokkerij. Natuurlijk zijn goede reproductie-eigenschappen belangrijk. De zeug moet immers makkelijk weer drachtig worden. Als het werpen vlot verloopt en de melk uit de uiers spat, gaat de hele groeiperiode bijna vanzelf. Dus daarop moeten we ons richten. Dan kunnen we met weinig arbeid en bijna zonder antibiotica veel kilo’s vlees produceren tegen een zo laag mogelijke kostprijs. Op die manier kunnen we met veel plezier nog jaren doorgaan.

Laatste reacties

  • John*

    Mooi voorbeeld van duurzaam en daardoor efficiënt werken. Het is wachten op de topigs-100 / pic-100 / hypor-100 / danbred-100 zeugen. Hiermee bedoel ik zeugen die moeiteloos 100 vleesvarkens groot kunnen brengen in de carriere als zeug. Een mooi kengetal waar we met zijn allen op kunnen gaan sturen is het aantal grootgebrachte varkens per afgevoerde zeug.

  • Snel

    eerste paar dagen van de lactatie is `t voer en de voeropname van de zeug ,biestproductie`t belangrijkste om biggensterfte te voorkomen. Hier ligt voor de voerboeren nog heel veel werk, vooral bij de TN70 en Danbred is nog veel winst te boeken.

Of registreer je om te kunnen reageren.