Boerenblog

1608 x bekeken 5 reacties

‘Liefst een pleegzeug’

Als we naar 40 gespeende biggen gaan, komen kunstmelk en moederloze opfok meer in zicht, vindt columnist Lydia Relou.

De biggenproductie in de zeugenhouderij blijft nog steeds stijgen. De zin ‘40 is het nieuwe 30’ kwam ik laatst al ergens tegen. Zoveel biggen spenen bij een zeug, zou dat haalbaar zijn? We weten allemaal dat het steeds lastiger wordt om alle biggen bij de eigen zeug te spenen. Laat staan wanneer het aantal levend geboren biggen per zeug nog steeds blijft toenemen.

Ook ik herken dit fenomeen. Nu de TN70-zeug binnen ons bedrijf de overhand begint te krijgen, is goed te zien dat deze zeug de potentie heeft om veel biggen te werpen. Maar deze biggen gezond grootbrengen is daarbij ook wenselijk. Voeding, fokkerij, klimaat, huisvesting en een deskundig oog van de verzorger zijn allemaal factoren die daar invloed op hebben.

Omdat er met regelmaat meer biggen geboren worden dan de zeug kan grootbrengen, zijn andere oplossingen soms nodig

Omdat er met regelmaat meer biggen geboren worden dan de zeug kan grootbrengen, zijn andere oplossingen soms nodig. Er worden verschillende strategieën toegepast om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk biggen de eindstreep behalen. Zo werkt de een met pleegzeugen, de ander met moederloze opfok of er wordt gebruik gemaakt van een automatisch voersysteem met kunstmelk.

Topconditie, goede uierkwaliteit én moedereigenschappen

Ik ben voorstander van het werken met pleegzeugen. Bijna wekelijks worden er binnen ons bedrijf pleegzeugen gemaakt. Of dit een succes wordt, is afhankelijk van verschillende factoren. De belangrijkste daarvan is biestopname. Biggen die overgelegd worden naar pleegzeugen, dienen voldoende biest te hebben opgenomen. Daarnaast is het van belang een geschikte zeug te selecteren. Een topconditie, goede uierkwaliteit en goede moedereigenschappen zijn een pré. Wat ik verder nog van belang vind, is het cyclusnummer van de zeug. De jongste zeugen, de eerste- en tweedeworpsdieren, presteren naar mijn mening het beste als pleegzeug. Wanneer dit alles klopt, is een zeug geschikt als pleegzeug.

‘Gevoelsmatig denk ik dat het grootbrengen bij een zeug dan ook het beste is voor een big’

Selecteren van de zeugen en het verplaatsen en overleggen van de biggen vergen extra arbeid. Maar het levert uiteindelijk bij het spenen kwalitatief goede biggen op. Wanneer de mogelijkheid er is om biggen groot te brengen bij een zeug, heeft dat de voorkeur. Ondanks de extra arbeid en het bezetten van meer kraamhokken biedt de pleegzeug meerwaarde. Echter, niet bij ieder bedrijf past deze manier van werken. Soms ligt het meer voor de hand om biggen moederloos op te fokken of gebruik te maken van bijvoorbeeld een cupsysteem. Systemen met kunstmelk zijn goed om biggen bij te voeren, maar nog altijd geen vervangers van zeugenmelk. En het moederloos opfokken is maatschappelijk wat lastig te verantwoorden. Gevoelsmatig denk ik dat het grootbrengen bij een zeug dan ook het beste is voor een big.

Maar goed, als we in de toekomst kijken en wie weet ooit richting die 40 biggen zullen gaan, is een combinatie van kunstmelk, moederloze opfok en het maken van pleegzeugen misschien wel het meest voor de hand liggend.

Laatste reacties

  • Varkens in Nood

    óf we concluderen dat die '40 biggen' geen goed idee is! Bent u op de hoogte van de stuurgroep bigvitaliteit, die ervoor moet zorgen dat de uitval eindelijk daalt? En dat die werken vanuit het uitgangspunt "dat biggen bij hun eigen moeder kunnen drinken"? In dat licht zijn kunstmelk, moederloze opfok en het maken van pleegzeugen niet voor de hand liggend, maar nogal ongepast!

  • jan4072

    @varkens in nood, Maar bij 40biggen heb je minder zeugen nodig of andersom bij 25 biggen zijn er meer zeugen nodig. Dat vinden jullie ook ongepast. Het komt uit de breedte of de lengte. Er moet dus een keuze gemaakt worden. Dat is voor jullie wel heel moeilijk. Liever gewoon opruiend en niets oplossend schreeuwen.

  • WGeverink

    Ik kon met pleegzeugen en af en toe moederloze opfok (vanaf 10 dagen) de sterfte tussen de 9 en 12% houden. Niks ongepasts aan. Bij de politiek correcte biologische kraambiggen is een sterfte percentage van 20% vrij normaal.

  • Varkens in Nood

    Het maakt in ieder geval duidelijk dat het doel "de zeug moet voor haar eigen biggen kunnen zorgen" niet gedeeld wordt in de sector.

  • WGeverink

    Dat de zeug haar eigen biggen groot brengt is nog steets het doel. Er zijn
    talloze redenen waarom biggen bij een pleegzeug komen te liggen. Daarom is het zo belangrijk dat mensen zoals jij een tijd lang stage lopen op een zeugenbedrijf om ervaring op te doen waarom dat is in plaats van uitlatingen doen over zaken waar je helemaal geen verstand van hebt.

Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.