Redactieblog

1970 x bekeken 4 reacties

Kampioenen

De eendracht tijdens het WK voetbal 
is groot. Die trots ontbreekt helaas als het gaat om de landbouw, waarin Nederland al jaren nummer 1 staat.

Als advocaat probeer ik dossiers juridisch-technisch en rationeel te benaderen. Emoties dienen waar mogelijk buiten de discussie te blijven. Hoe anders is dat met voetbal. Dat we als Nederlanders bij tijd en wijle gevoelens van nationale trots ervaren, weten we. Zeker nu, in 2014. Tijdens de Olympische Winterspelen in Sotsji bereikte Nederland de vijfde plaats op de wereldranglijst, met 24 medailles. Tijdens de 59ste editie van het Eurovisiesongfestival werden ‘we’ tweede, en op 14 juni 2014 werd het Nederlandse dameshockeyteam wereldkampioen.
Geen evenement kan echter een land zo verenigen als het WK voetbal. Tijdens de eerste wedstrijd van het Nederlands elftal zat ik met mijn gezin op een camping in Zuid-Frankrijk. Het café was al twee dagen voorzien van Braziliaanse vlaggen en bijkleurende ballonnen toen zich een flinke schare oranjesupporters verzamelde voor de revanche van de WK-finale uit 2010. Hoewel we dicht tegen de Spaanse grens zaten, heb ik bijna geen Spanjaard gehoord: vanaf de drieënveertigste minuut werd alles met ‘Holland!’ overstemd. En zelf had ik ook een geweldige avond. Ik doe niet mee met de gekte van Roy Donders-juichpakken, maar laat me wel meeslepen in een gezamenlijke, nationale overwinningsroes.

Rationeel is die eenwording intrigerend. Verschillen tussen meningen en verwachtingen blijven bestaan, maar doen op dat moment niet ter zake: Nederland is één. Er zijn nog steeds zeventien miljoen bondscoaches, alleen op dat moment stappen zij over hun schaduw heen en scharen ze zich als één man achter ‘onze jongens’. Even is er geen ‘zij’ en ‘wij’, maar enkel ‘ons’.

Waarom is dat met de veehouderij zo anders? De tegenstellingen tussen voor- en tegenstanders blijven bestaan en lijken maar niet tot een zekere consensus gesmeed te kunnen worden, ook niet als uit wetenschappelijke rapporten blijkt dat ‘we’ het goed doen. De Nederlandse intensieve veehouderij vervult tenslotte een koplopersrol. Zoals Aalt Dijkhuizen, voormalig voorzitter van de raad van bestuur van Wageningen UR, in juli 2013 kort en bondig schreef: ‘De Nederlandse food & agrisector produceert dankzij een hoge productiviteit en efficiency hoogwaardig voedsel met de minste hoeveelheid grond en grondstoffen per kilo product en de laagste uitstoot aan broeikasgassen’. Wereldwijd is Nederland hét voorbeeld, en groeit de vraag naar onze kennis en technologie.

In Brazilië overheerst na één wedstrijd al de eensgezindheid in de hartstochtelijke wens om toch maar één keer de beste van de wereld te mogen worden. In de landbouw is Nederland al jaren nummer 1, maar daar is de polarisatie groter dan ooit. Geen ‘ons’, maar juist wél ‘wij’ en ‘zij’. Discussies en strijd in plaats van eenheid en gevoelens van nationale trots. Waarom toch? Natuurlijk word ook ik graag wereldkampioen in Brazilië, maar mocht het niet lukken, dan troost ik me graag met die andere eerste plaats.

Ik wens u een goede zomer toe, mét de wereldbeker.

Laatste reacties

  • BW

    Joost, wat jij schrijft over de koplopers rol van Nederland weet de agrarische sector al lang. Alleen weten wij (en jij denk ik ook) niet de mensen te bereiken die jou boodschap moeten lezen. Waarom schrijf je zoiets op deze site? Is het niet veel beter dit in de Telegraaf of AD te zetten? Of is goed nieuws, geen nieuws?

  • joannes

    Zolang je de problemen in eigen kring zoekt zal er strijd zijn. En precies dat is wat er aan de hand is. Er zijn er die aanvallen, en er zijn er die zich moeten verdedigen. Daarbij gebruiken ze Zoeklichten waar zelfs een eigen schaduw niet te overstappen is. De Nederlandse Agrarische gemeenschap wordt voordurend geconfronteerd met (gemeenschaps) problemen die veel creativiteit, tijd, aandacht, en vooral bureaucratie vragen. Ondertussen stijgen vaardigheid en kennis tot wereld niveau maar omdat de vergelijking met het buitenland alleen met Millieu en Gemeenschaps aspecten gespiegeld mag worden, kan en mag geen Boer zich kampioen voelen. Voetbal is een mooi voorbeeld, daar kan de gehele gemeenschap achter gaan staan zoals je schrijft, was dat maar zo bij de Agrarische omgeving. De Nederlandse gemeenschap wil Boeren tot Natuurbeheerders gedwongen omscholen, nb op kosten van de Boer! Juichpakken passen daar niet bij!

  • Fermer

    Joost, dat komt doordat de verschillende sectoren in de landbouw eigenlijk tegenover elkaar worden gezet als elkaars concurrenten. Kijk nu met de mestverwerking als voorbeeld: komen de pluimveehouders en varkenshouders tegenover de melkveehouders te staan. Dit omdat we door de politiek, beleid gevoed door de burger, een fosfaatplafond hebben. Dan is de éénsgezindheid wel weg. Als de boer wil floreren voelt ie al gauw de hete adem van de burger in zijn nek en de natuurorganisaties. Elke sector wil het optimale eruit kunnen halen en voelt zich aan alle kanten beperkt worden, dan heb je niet het gevoel dat je trots kunt zijn op ons, als je telkens voorgehouden wordt dat je verkeerd bezig bent. Een boer is wel trots op zijn eigen bedrijf en inzet en in wat voor prestatie daaruit voortkomt, maar als sector in zijn geheel voelt deze zich nog altijd in het verdomhoekje geplaatst. Het algemene belang van de sector voorop zetten lijkt altijd je individuele belang tekort te doen. Met op het scherpst van de snede je bedrijfsvoering te moeten doen, kun je je dit niet veroorloven.
    Samen zou sterk moeten maken, gezien de prestatie die we leveren voor BV Nederland zijn we dat als sector ook, maar als individuele boer ben je nog steeds de sluitpost in het geheel, de kwetsbaarste schakel en gezien bovengenoemde is er daardoor geen 'ons' gevoel, maar een 'wij/zij' gevoel.

  • jvanleijsen1

    laatst las ik een brief welk iemand had gestuurd naar een nabestaande van een overledene met de tekst :
    Wat een gemis ,
    als samen niet meer samen is !

    dit geld overal mee !!!

Of registreer je om te kunnen reageren.