Commentaar

1821 x bekeken 15 reacties

Er is geen wereldmarkt

Wereldwijd stijgt de consumptie van varkensvlees. Dat is echter geen garantie voor een goede prijs.

Wereldwijd liggen er volop kansen voor Europese en Nederlandse varkenshouders. Dat komt door de verwachte groei van de varkensvleesconsumptie. Deze stijgt met ruim 22 miljoen ton tot 2020, een plus van 22 procent. In de periode erna tot 2030 stijgt de consumptie met nog eens 23 miljoen ton. Dit schrijft Rabobank in het vorige week gepresenteerde rapport Samen scoren in de varkenshouderij.
Deskundigen hebben nogal eens de neiging een zonnige toekomst te voorspellen vanwege de wereldwijd aantrekkende vraag naar varkensvlees. Het is de vraag of daarmee een niet al te rooskleurig beeld wordt geschetst. Al het vlees dat in Europa wordt geproduceerd, wordt immers voor meer dan 90 procent in Europa zelf geconsumeerd.
Voor een goede prijs is het dus op de eerste plaats van belang dat de afzet in Europa zelf goed loopt. En dat is niet vanzelfsprekend. Met name de varkensvleesproductie in Noordwest-Europa, de belangrijkste markt, staat al enkele jaren onder druk. Steeds meer consumenten minderen de vleesconsumptie. Nu wordt dat voorlopig nog wel gecompenseerd met een aantrekkende vraag in Oost-Europa, maar ook daar komt eens een eind aan.
Een ander punt is dat de varkensvleesproductie in de EU volgend jaar waarschijnlijk met 1,6 procent gaat stijgen. Ook dat geeft druk. In zo'n situatie is het prettig dat er goede exportmogelijkheden zijn naar landen als Japan, Korea, Rusland en de VS. Voor een goede varkensprijs in Europa is een goedlopende export naar derde landen absolute noodzaak. Als die niet loopt, wordt in Europa, met een zelfvoorzieningsgraad van 108 procent, nooit een goede prijs betaald. Export is in die zin een noodzakelijke randvoorwaarde, maar geen garantie voor een goede prijs.
Varkenshouders die op het punt staan een nieuwe stal te bouwen, doen er goed aan eerst antwoord te geven op de vraag wie al deze varkens voor een acceptabele prijs gaat kopen en consumeren.

Laatste reacties

  • John*

    een stal bouwen is de keuze om de komende 25 jaar varkensboer te blijven, geen stal meer bouwen is de keuze om op termijn te stoppen met de varkensvleesproductie. Het is echt niet dat iedereen massaal uitbreidt omdat de rendementen nu zo super zijn.

  • massy

    En wie van de jeugd wil dit in de toekomst blijven doen als het rendement niet hoger word als nu dan denk ik dat er een tekort aan jonge ondernemers komt om varkens te willen en te kunnen houden en als je een levensvaatbaar bedrijf denkt te hebben moet het nog wel over genomen kunnen en willen door de joge ondernemer want als hij nu het financiele plaatje ziet zal tie niet staan te springen.

  • alco1

    De titel boven het artikel vindt ik nou niet bepaald goed gekozen. Het artikel is goed geschreven. De titel zou uit de zin moeten komen: 'Voor een goede varkensprijs in Europa is een goedlopende export naar derde wereldlanden een absolute noodzaak'.

  • Mozes

    Er is wel een wereldmarkt, maar alleen tegen prijzen waar de Nederlandse boer niet mee uit kan.

  • schoenmakers1

    De nederlandse boer kan makkelijk tegen de prijzen van de wereldmarkt produceren, maar door allerlei onzinnige regelgeving die ons opgelegd wordt wordt dit onmogelijk gemaakt

  • Mozes

    In Oost Europa, Canada, Rusland, VS en in mindere mate Duitsland en Frankrijk hebben de varkensboeren het voer én de mestafzet vlak naast de deur. Door de veel grotere afstanden tot dorpen en steden hebben ze geen probleem met stankoverlast of fijnstof. Dure luchtwassers zijn daar dan ook niet nodig. Kan Nederland produceren tegen prijzen waartegen deze landen dat kunnen?

  • Jaap39

    Kinderen worden 'met de rug' aangekeken op de basisschool indien ze van een varkensbedrijf komen. Schandalig maar waar. De (activistische) tegenstanders van de sector in combinatie met diverse media maken deze sector kapot.
    Als ondernemer in de varkenssector zou ik geen euro investeren in nederland.

  • agratax2

    Of we wel of niet tegen wereldprijzen kunnen produceren doet in de toekomst niet ter zake. De vraag is er wel genoeg voer in de toekomst omdat heel veel voer producerende landen met water te kort worden geconfronteerd. Er is nl.veel meer water nodig dan we ons realiseren om veevoer te produceren. bv. 2000 ltr. water voor 1 dikke hamlap. Laten we zeggen ca 6 ton water voor 1 kg varkensvlees. Het meeste van dit fictieve water zit in het geimporteerde voer uit b.v. Mid West Amerika of Brazilie, dus geproduceerd met irrigatie. De stuw meren en de ondergond in de Zuidelijke staten en de Mid West in Amerika dreigen op te drogen en sommige staan al droog.

  • schoenmakers1

    als het waterprobleem in de landen die jij noemt agratax1 net zo opgeblazen worden als hier zal het probleem wel meevallen

  • Mfb

    Het laatste waarin ik zou investeren is een varkensstal in NL.
    Voer moet van ver komen en voor de mest is steeds minder plek. Bovendien willen de mensen ze hier niet meer doordat de sector zichzelf heeft verstopt.

  • mwhjanssen5

    Als wij in Nederland dezelfde eisen hebben als in heel europa, zijn wij in staat tegen elk land in europa te concurreren. Namelijk hier zit de kennis en het vakmanschap en maar in weinig landen is de kwaliteit en voedselveiligheid zo goed geborgt als hier. Het mestprobleem is er niet als wij maar eens ergens kunnen gaan verwerken daar zijn volop kansen om droge meststoffen te exporteren tegen goede prijzen. Ons enig opstakel is de politiek die dit schijnbaar deze sector niet belangrijk vind anders zouden ze ons ondersteunen i.p.v. een ontmoedigingsbeleid voeren, daarom is het ook zo belangrijk dat wij met zijn alle de neuzen dezelfde kant op houden om zo een blok te vormen tegen soms onzinnige regelgeving, want als er totaal geen draagvlak is vanuit heel de sector zul je toch een keer moeten luisteren naar alternatieven vanuit de sector.

  • info141

    Helemaal mee eens @mwhjanssen5. Ik ben een 2e lijns vleesverwerker, maar ook ik denk dat er slechts een goede toekomst voor de hele primaire sector kan worden gerealiseerd indien er echt een 'koepel' komt, die spreekt namens een omvangrijk deel van de gehele sector. De allergrootsten hebben hierin misschien minder interesse, maar ook voor hen kan het positief werken. Maar een koepel, die minimaal 70% van de primaire sector is mijns inziens noodzakelijk. 1/ Om structurele kwalitatieve afspraken, 2/ maar ook structurele prijsafspraken en tevens 3/ kwantiteitsafspraken te maken met de slachterijen. Ook daarin kan Nederland voorloper zijn. Maar dat vereist visie van zowel de primaire sector als van de slachterijen. Ik ben er echter van overtuigd dat, als zij hun visies op elkaar afstemmen, dat er dan een nieuwe voorsprong kan ontstaan voor de Nederlandse varkensvleeshouderij en varkensvleesindustrie. Aanpassingsbereidheid in de aantallen bij de primaire sector en prijsgarantiebereidheid bij de slachterijen zouden hierbij de uitgangspunten moeten zijn.

  • John*

    roep t al een paar jaar... maar aangezien bijna alle boeren vooral luisteren naar firma's die zich meten aan afgezette tonnen voer op jaarbasis zie ik het nog niet gebeuren dat er minder varkens komen! want elk varken minder is 300 kg veevoer minder.. dat is ook de reden waarom alle aandacht ligt op het krijgen van zoveel mogelijk biggen en niet op de voederconversie.. maar goed willen we meedoen op de wereldmarkt dan zullen we vooral concurend moeten blijven!

  • eenvoudige boer

    Je kunt zoveel beredeneren als je wilt, maar niemand weet het.
    15 jaar geleden zeiden ze ook dat de akkerbouw in Ned het niet zou redden toen Oost -Europa erbij kwam.
    Nu is het de laatste 10 jaar de beste sector in de agrarische wereld.

  • Parel

    Bijna alle varkenshouders werken een aanbod bij elkaar, en laten de verkoop aan derden over. De varkens worden opgehaald voor een prijs, die voor de handelaar interessant is. De verkopende varkenshouder heeft daar niet veel invloed op. Als hij nee zegt tegen de aangeboden prijs, dan zit hij met het probleem: Aan wie kan ik de slachtrijpe varkens nu nog verkopen? Elke dag kost voer. Dus slikt hij de aangeboden prijs maar. Slechts enkele varkenshouders begeven zich op het pad van vraaggestuurde productie van varkensvlees. Dat is heel moeilijk, maar niet onmogelijk. Bulkhandel wordt gevolgd door bulkprijzen.

Laad alle reacties (11)

Of registreer je om te kunnen reageren.