Expertblog

1796 x bekeken

Geïntegreerde veehouderij

Hoe ziet het landelijk gebied er over 20 tot 40 jaar uit? Het aantal veehouderijbedrijven neemt af, maar de productieomvang blijft nagenoeg stabiel.

De overheid buigt zich over hoe het landelijk gebied moet zijn ingericht over 20 tot 40 jaar. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) brengt daarvoor aan eind dit jaar een advies uit. Ik had het genoegen bij een discussie tussen deskundigen aan tafel te zitten. Het is de Raad bekend dat het aantal bedrijven afneemt. Bij de huidige snelle krimp van het aantal bedrijven zou de agrarische sector niet meer meedoen in de planning. Maar het gaat anders. Tegelijk met de afname van het aantal bedrijven bleef de productieomvang nagenoeg stabiel – in de dierhouderij. Juist die intensivering is een worsteling voor de Raad.

Intensiveren
De discussie over intensiveren enerzijds (Dijkhuizen) of biologische productie en minder dierlijk voedsel anderzijds (NGO's en andere geleerden) speelde ook een rol aan onze tafel. De Dierenbescherming wil aandacht voor het dier en het Centrum voor Landbouw en Milieu pleit sterk voor een gesloten kringloop van nutriënten. Met beide kan ik leven, met de laatste het beste. Maar hoe kunnen we dan toch een bijdrage leveren aan het voeden van 9 miljard mensen in de wereld? Hoe past dat in de visie die de Rli voor de leefomgeving momenteel ontwikkelt? Mijn advies is: maak ruimte, letterlijk en figuurlijk, voor innovatie in de landbouw.
We produceren in Nederland nog geen 1 procent van de wereldvoedselbehoefte. Maar door de wijze waarop we voeding produceren, hebben we een hoofdrol in de ontwikkeling van technieken: kennis en kunde. Wat wij in Nederland uitvinden wordt wereldwijd benut. Daarbij is de rol van NGO's eveneens van belang. De invloed van bijvoorbeeld Unilever op het verbeteren van productieprocessen mag dan uit eigenbelang zijn, zonder de prikkelende werking van de NGO's zou de innovatie van producten anders lopen. In de plantenwereld noemt men dat symbiose.

NGO's helpen de sector voorop te lopen
Maar in Nederland accepteren de NGO's de varkenshouderij niet in de huidige verschijningsvorm. NGO's besteden meer geld aan het beheersen van de sector dan belanghebbenden geld steken in het beheren van de sector. Ik wil de les uit de akkerbouw van de jaren tachtig noemen. Door opkomst van de biologische akkerbouw werd verbetering nagestreefd in de gangbare akkerbouw. We noemden dat destijds geïntegreerde landbouw. Er werd nagedacht over hoe het beter kon en tot op de dag van vandaag heeft die sector vele stappen gezet.
Ik las voor de verkiezingen, in de trein op weg naar een afspraak, de vier pagina's grote weergave van de stellingen uit de achterban van de Partij voor de Dieren. Eerlijk gezegd vond ik  geen van de stellingen echt onzinnig. Op veel vlakken zou het goed zijn nog eens na te denken hoe wij het in de veehouderij in Nederland beter zouden kunnen doen. Aan uitwerking van deze gedachten – behalve stoppen en andere synoniemen – kwam de brochure niet toe.

Ruimte nodig voor integratie
In de melkveehouderij gaat het Innovatienetwerk Courage (bekend van onder meer de koeientuin) de weg op naar MTW – Maatschappelijk Toegevoegde Waarde. In de intensieve veehouderij ontbreekt het in de zin van Courage nog aan MVO. Dat moet bevochten worden door innovatie in de sector zelf samen met de omgeving. De sector moet integreren. Daarvoor moeten de modernste inzichten en technieken beschikbaar zijn om de kwaliteit van productie, het product en de kwaliteit van leven van de dieren te optimaliseren. De Rli kan daaraan een bijdrage leveren door ruimte te geven aan brede ontwikkelingen in de dierhouderij voor een gezonde leefomgeving voor mens en dier.

Of registreer je om te kunnen reageren.