Boerenblog

1008 x bekeken 5 reacties

Rupsje Nooitgenoeg woont in Engeland

Een studiereis biedt inzicht in de Engelse varkenshouderij en leert lessen voor de Nederlandse sector.

Met de LTO-vakgroep Varkenshouderij zijn we op studiereis geweest in Engeland. Het programma begon met een presentatie van de collega’s van de National Pig Association (NPA), waarin ze kort de stand van zaken in Engeland toelichtten. Deze presentatie werd gehouden in Uncle Henry’s Farm Shop en restaurant. Een restaurant en winkel gekoppeld aan een boerderij. De eigenaren verkopen er vlees van eigen varkens. Per week slachten ze tien vleesvarkens en de producten daarvan liggen in de boerderijwinkel. Ook organiseren ze evenementen om mensen naar hun winkel te trekken. Ze willen een alternatief bieden voor de supermarkten. Dat bleek ook uit hun prijslijst.
Bij de winkel is een terras en een restaurant. Die trekken veel dagjesmensen met in het weekend een volle bezetting. Zowel in de winkel als in het restaurant is er veel aandacht voor streekproducten. De verbrede activiteiten zijn gekoppeld aan een professioneel varkensbedrijf van 2.100 zeugen met bijbehorende vleesvarkens en 2.100 acres akkerbouw.

Halvering zeugenstapel en grote bedrijven

Een varkensbedrijf met een dergelijke omvang is geen uitzondering. De bedrijfsstructuur is vrij grootschalig in Engeland. Sinds 1998 is het aantal zeugen echter gehalveerd naar 433.000. In dat jaar kwam er in Engeland een verplichting voor groepshuisvesting. Die heeft geleid tot een sanering. Ook de uitbraken van MKZ in 2001 en 2007 hebben een zware wissel getrokken op de varkenshouderij. Engeland is maar voor 40 procent zelfvoorzienend en daarvan wordt ook nog 10 procent geëxporteerd. Dus is het land een aantrekkelijke exportmarkt voor Nederland, Denemarken en Duitsland.

Promotie Brits varkensvlees

Toch zijn de Engelse varkenshouders een campagne begonnen om Brits varkensvlees te promoten. Op auto’s zie je stickers met de Red Tractor. De rode trekker is het kwaliteitssysteem van de agrarische sector.

Kerstmis in aantocht

In Malton bezochten we een vestiging van Vion. Er hing een spandoek met ‘Koop Brits’. Bij Vion hadden we een openhartige discussie over de markt, de positie van retailers en de ontwikkelingen in de varkensvleesmarkt. We kregen een inkijkje in het commerciële spel tussen vleesverwerker en retailer. Leerzaam en verhelderend. De productie voor kerstmis begint over twee weken. Alle hammen en gammons die de komende tijd gemaakt worden, komen vlak voor kerst in de schappen. Als varkenshouder sta je daar niet bij stil. Nu moeten dus alle zeilen bijgezet worden. Ook in Engeland is er een tendens naar een hoger slachtgewicht. Het kost nog al wat moeite om de Britse varkenshouder zover te krijgen.

Outdoor-varkenshouderij

In Engeland loopt 40 procent van de zeugen nog buiten. Maar de vleesvarkenshouderij is voor 97 procent binnen. Daarvan loopt 39 procent op roosters, 30 procent deels op rooster en 31 procent op stro. We namen een kijkje bij een outdoor-boerderij. We kregen overall en laarzen aan en ons bezoek werd genoteerd in een boekje.

Varkens in het bouwplan

Op de outdoor-boerderij wisselen ze met een cyclus van ruim twee jaar van grond. Dus de varkens zijn ‘in het bouwplan’ opgenomen. Het bedrijf produceert voor supermarkt Waitrose. Waitrose heeft een paar procent marktaandeel, maar is zeer op zijn boeren-leveranciers gesteld. Ze hebben al tientallen jaren een nauwe relatie. Waitrose betaalt een faire prijs en in ruil daarvoor leveren de boeren wat Waitrose vraagt. De supermarktketen verkoopt in het betere marktsegment. De onderkant van de Waitrose-producten komt overeen met de beste producten in supers als Tesco.
De outdoor-varkenshouder die wij bezochten is een van de weinigen die zijn varkens ook buiten afmest. Hij had ook nog een speciaal ras, het Berkshire-varken. Alles zag er heel gestructureerd uit. Bij de vleesvarkens zet de varkenshouder als de varkens groot genoeg zijn een hokje bij, zodat alle varkens binnen kunnen liggen.

‘Bed-and-breakfast’-contract

Een ander bedrijf mest de vleesvarkens binnen op stro af. De stal heeft natuurlijke ventilatie. Elke dag mest de varkenshouder hem uit met een verreiker. Hij doet dan eerst alle hekjes dicht en sluit de varkens op in hun lignest. In de stal zit een soort open nok. Dit bedrijf levert ook aan Waitrose. De afmeststallen hebben vaak een ‘bed-and-breakfast’-contract. Het is meer all inclusive. Maar wel een leuke benaming voor een voergeldstal.
De varkens zagen er goed uit en het bedrijf is keurig verzorgd. Het is dan ook de top in Engeland. Opvallend: een speciaal bedrijf haalt twee keer per jaar de kadavers op. Ze worden opgespaard in een grote, afgesloten container.

Aandacht voor vergeten producten

In supermarkten is opvallend vaak de Britse vlag te zien. Ook op de producten zelf. Ik denk dat worstjes met een verpakking die naar het varken verwijst in Nederland niet makkelijk in het schap komen. Ook opvallend: de vergeten snitten, zoals wangetjes. Een leuke manier om de vierkantsverwaarding rond te zetten.

Scherpe discussie over houderij

De welzijnskwesties in de varkenshouderij zijn in Engeland vergelijkbaar met Nederland. Tanden slijpen, couperen, stro, kraamzeugen loslopen en hokverrijking. Gek eigenlijk, in Duitsland, Engeland, Nederland én Denemarken wordt onderzoek gedaan naar huisvesting waarbij kraamzeugen los kunnen lopen. Onderzoekers moeten meer uitwisselen, dat kan geld besparen.
Ondanks de ruime keuze in de winkel is de discussie over de houderij niet verstomd. Nee, van oorsprong is die scherp in Engeland. Je zou toch denken dat de consument ruime keuze heeft en daardoor kan sturen. En toch hebben we te maken met Rupsje Nooitgenoeg. Met een vertegenwoordiger van de Engelse dierenbescherming spraken we hier ook over. Zij wees op extreem activistische mensen, die veganist zijn en een verbod willen op het houden dieren voor hun producten, zoals vlees. De Engelse dierenbescherming is al een heel aantal jaren geleden begonnen met het label Freedom Food. Ze certificeert ook zelf. Freedom Food heeft model gestaan voor het Nederlandse Beter Leven-kenmerk.

De Engelse en Zweedse les

Al met al was het een leerzaam bezoek. Mijn conclusie: de Engelse en Zweedse les geldt nog steeds. Houd de wetgeving in Europa op een gelijk speelveld. Anders verdrijf je de productie uit je land en houd je geen grip meer op de productievoorwaarden. Dan word je afhankelijk van import. Wil je extra eisen, dan moet dat via de markt en moeten consumenten ervoor betalen.
De uitwisseling van onderzoek op Europees niveau kan veel beter. Dan kunnen we efficiënter en goedkoper werken. Geen pleidooi om niet meer te onderzoeken, maar wel om meer in de wereld rond te kijken en informatie uit te wisselen.

Niet meedoen, wel meepraten

Rupsje Nooitgenoeg woont in Engeland. We moeten ermee leren leven dat we als sector onder druk staan en er altijd wensen zullen blijven. Van Rupsje Nooitgenoeg komen we niet zomaar af. Er zijn mensen die geen vlees eten en niet accepteren dat dieren voor commerciële doeleinden gebruikt en gehouden worden. Deze mensen doen niet mee aan het spel, maar willen wel meepraten over de spelregels. De wereld is ook klein, en discussiepunten zijn min of meer overal dezelfde. We kunnen van elkaar leren en moeten niet vergeten ervaringen met elkaar uit te wisselen. Dat doen anderen ook.

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Bart van Haren

    We hebben situatie in engeland een paar maanden allemaal al kunnen lezen in het blad pig busines. Zorgwekkend als we hier in NL ook naar toe gaan!

  • no-profile-image

    gvn

    Mooi verhaal, dank daarvoor. Blijkt toch maar weer dat uiteindelijk de consument bepaald, en niet de overheid.

  • no-profile-image

    B.Dekker

    Een interessant verhaal dat ik 20 jaargeleden ook al vaak verteld heb maar soms lachtend werd aangenomen wat in Engeland gebeurde.Grote zeugenbedrijven die nu ook in Nederland komen en toch de engelsen gaan volgen.Maar laten de tegenstanders van mega bedrijven eens in Engeland gaan kijken.Alle gaat toch gewoon door.Overigens is mega een rot woord en laten wij gewoon zeggen een groot bedrijf en daar is niks mis mee.Groot of klein we zullen toch vlees moeten blijven eten en liefst nog goedkoop ook.De boer werkt wel door voor bijna voor niks.
    Laten de consumenten gewoon iets meer laten betalen voor zulke goede producten en of ze nu in Engeland of Nederland geproduceerd worden maakt
    niets uit.
    B.Dekker oud dir.PIC Nederland.

  • no-profile-image

    Uit de Ether..

    Waar komt dat oude spreekwoord ook alweer vandaan?
    Ja,
    EEN BOER EN EEN ZOG HEBBEN NOOIT GENOG?

  • no-profile-image

    kleine prutsvermeerderaar

    Nieuw spreekwoord."Je geeft de boer de schuld, terwijl de agrifoodmultinationals zijn zakken vult,dat kost je een boer... maar dat interesseerd een communist geen moer."

Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.