471 x bekeken

Gewoon is niet goed genoeg

Lex Aalders
Om de varkenshouderij werkelijk duurzaam en diervriendelijk te maken, zodat er weer maatschappelijk draagvlak ontstaat, is een innovatieve sprong nodig stelt Yttje Feddes.

Het is voor de toekomst van de intensieve veehouderij in Nederland niet genoeg om gewoon binnen de geldende regels te produceren. Om de varkenshouderij werkelijk zo duurzaam en diervriendelijk te maken dat er weer maatschappelijk draagvlak ontstaat is een innovatieve sprong nodig. Dat is een opvatting die op dit moment breed wordt gedeeld, zo blijkt ook uit de rapportage van Hans Alders aan de staatssecretaris en het advies van de Commissie van Doorn aan de provincie Brabant.

Maar waar te beginnen? Integrale oplossingen gaan over de grote schaal en de lange termijn: de West-Europese afzetmarkt, de import van veevoer, afspraken met de retail. Dat is essentieel, maar niet een-twee-drie op te lossen. Daarom is het belangrijk intussen ook vanaf de andere kant te werken: het verbeteren van de stallen en de erven van de varkensbedrijven zelf. Dat gaat om innovaties die een ondernemer zelf kan uitvoeren, ook binnen smalle economische marges.
De resultaten van het project ’Mooie en innovatieve varkensstallen’, dat ik samen met vijf provincies, de LTO Varkenshouderij en de Regiegroep Uitvoeringsagenda Duurzame Varkenshouderij organiseerde, zijn veelbelovend.

Het blijkt heel goed mogelijk om voor dezelfde prijs als een standaard-stal een ontwerp te maken waarin de varkens meer licht en ruimte hebben, waar energie wordt bespaard en de amoniak uitstoot bij de bron wordt aangepakt. Alle bedrijven produceren minimaal één-ster vlees en hebben bijna allemaal een buiten-uitoop voor de zeugen. Door stallen transparanter te maken en erven zo vorm te geven dat ze goed in het landschap passen ontstaat niet alleen een grote ruimtelijke verbetering, maar ook een positiever imago van de varkenshouderij.

Het koppelen van een ondernemer met concrete bouwplannen aan een architect bleek een gouden greep. Doordat de eisen van de ondernemer vanaf het begin in het bouwplan werden meegenomen zijn slimme uitvindingen gedaan, die ook op andere bedrijven toegepast kunnen worden. Daarin hebben de zes ondernemers die aan dit project hebben meegedaan een grote voortrekkersrol vervuld.

Ik verwacht dat deze plannen inspirerende praktijk-voorbeelden zullen worden. De prachtige nieuwe hofboerderij van Steef Uijttewaal, het groene erf en de ronde serrestallen van Herbert en Annemarie Noordman, de kring van open dijkstallen van de familie Wennekers, de innovatieve kraamstallen op het nieuwe ’landgoed’ van Harry Henst, de slimme aanbouw-modules van Jaco Geurts en het transparante stallencomplex van Dick van de Lagemaat, als visitekaartje van de sector aan de snelweg, zijn elk op zich een grote sprong voorwaarts en verdienen het om te worden gebouwd. En dat zijn deze zes ondernemers ook vast van plan.

Dat kan een aanzet zijn voor een veel betere landschappelijke inpassing van de intensieve vee-bedrijven. Een begin, dat door provincies en gemeenten moet worden opgepakt om er voor te zorgen dat er in de concentratiegebieden van de intensieve veehouderij weer een landschap gaat ontstaan dat van iedereen is.

Yttje Feddes is Rijksadviseur voor het Landschap


Of registreer je om te kunnen reageren.