Commentaar

236 x bekeken 4 reacties

Jaar van de sanering?

De kogel is door de kerk: Duitsland verlaagt de prijs met € 0,23, een nooit eerder in één week vertoonde prijsval. Wegens de precaire situatie bij de buren ontkomt ook Nederland niet aan een flinke prijsval.

Het is crisis op de varkensvleesmarkt. De Duitse prijs daalt dramatisch. Die dans kan de Nederlandse varkensvleesmarkt niet ontspringen. “Onze afnemers bieden 23 cent per kilo minder voor varkensvlees. Als we niet meewillen met die prijsverlaging, verkopen we niets. De daling van onze varkensprijs zal zodoende niet veel minder zijn dan de Duitse prijsval”, stelt directeur Mark van Rooi van de gelijknamige slachterij. Andere slachterijen reageren op soortgelijke wijze.

2011 lijkt verloren jaar

Met een flinke prijsval in het vooruitzicht is 2011 dramatisch gestart voor de varkenshouderij. Samen met torenhoge voerprijzen is nu al zeker dat varkenshouders er veel geld bij moeten leggen in de eerste helft van 2011. Een prijsval van €0,23 is niet snel goedgemaakt. Het zal een flinke tijd duren voordat de markt zich herstelt. Bovendien is het hoogst onzeker hoe de dioxinekwestie zich ontwikkelt. Nog een paar positieve dioxine-uitslagen en de situatie wordt nog veel slechter.
Zeker is dat het consumentenvertrouwen een flinke deuk heeft opgelopen. Dat is niet zomaar hersteld. 2011 is nog maar net gestart, maar lijkt qua voerwinsten nu al een verloren jaar te worden.

Flinke sanering, véél minder varkens

Om de situatie op de varkensmarkt te verbeteren is er maar één oplossing, en dat is een flinke sanering. Het aanbod van varkens zal flink omlaag moeten om weer tot een acceptabele kostendekkende prijs te komen. De dioxinecrisis zal dat proces versnellen. Veel vleesvakenshouders in Europa hebben al vier jaren met lage voerwinsten achter de rug. De gebeurtenissen van afgelopen week zullen voor velen de genadeklap zijn. Een wrange boodschap voor de boeren die het betreft, voor de blijvers is deze sanering bittere noodzaak.

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    boer

    En wie is uiteindelijk beter af ? Diegene die moet stoppen of diegene die voor een hongerloon, als loonslaaf, doormoet ? Maar ja, we hebben het er zelf naar gemaakt. Altijd maar meer produceren, dat loopt een keer gigantisch uit de klauw. Jan van Drie pakt dit beter aan, niet meer kalveren opleggen dan dat je goed kunt verkopen. Hoewel hij zeer zeker geen heilige is, maar dit terzijde.

  • no-profile-image

    joachim vandoorne

    dat degene die uitbreiden mits mestverwerking maar eens flink zweten. De industrie en zelfs de overheid zijn de oorzaak.

  • no-profile-image

    Realist

    Overproductie en oneerlijke concurrentie vanuit Duitsland maken boeren en vleesindustrie kapot.

    Hoe het in de andere levensmiddelen- sectoren zit, weet ik niet, maar in de varkensvleessector hebben we nu reeds sinds jaren te maken met het feit dat de Nederlandse boer van het slachthuis minder krijgt voor zijn varken dan wat het hem heeft gekost. De dioxinecrisis fungeert als accelerator om de strop rond de nekken van de varkensboeren aan te draaien.

    Tevens hebben we, wanneer we één stap verder gaan, te maken met het feit dat ook de slachterij en de vleesverwerkende industrie reeds jaren te maken hebben met de omstandigheid dat de door hen toegevoegde meerwaarde niet wordt beloond door de supermarkten, waardoor het voor de slachterijen en de overige vleesverwerkende industrie onmogelijk is om marge te maken, laat staan om de boer een faire prijs te betalen voor zijn varken.

    De oorzaak is vrij simpel. Er is namelijk nauwelijks een meer open en vrijere markt dan de varkensmarkt, welke dus werkt volgens het aloude vraag-en-aanbod-principe. Aangezien, Europees gezien, het aanbod varkens veel groter is dan de vraag naar varkensvlees, is de prijs van varkensvlees gekelderd en zijn niet meer de kostprijs van de primaire grondstof plus de daaraan toegevoegde meerwaarde (slachten, snijden, verpakken, etc.) bepalend voor de prijs, waarvoor het vlees in de supermarkt ligt, maar zijn omstandigheden als ongelijke verhoudingen tussen de verschillende lidstaten in de EU qua “loonbepalingen van land tot land” (in Duitsland is geen minimumloon), keuringskosten, etc. etc. er zodanig schuld aan dat er een scheefgroei is ontstaan in de varkensvleesmarkt. De belangrijkste oorzaak dat dit kan gebeuren is gewoonweg het overaanbod aan varkens.

    De Duitse slachterijen zijn de laatste jaren gigantisch gegroeid, Duitsland is daardoor van een importerend land een exporterend land geworden. Op zich past de in de ideeën over een vrije markt, zoals wij dat in Europa hebben gewild. Dat, vooral vanwege de afwezigheid van een minimumloon in Duitsland, vrije slachttijden (24/7), lage keuringskosten, etc. etc., de vleesindustrie in Duitsland zo heeft kunnen groeien is dan wel een trieste vaststelling, vooral wanneer je je bedenkt dat juist die grote Duitse slachterijen onze varkensmarkt kapot maken.

    Wij wilden binnen Europa allemaal vrij kunnen handelen en Europa zou één moeten worden. Tan aanzien van het vrije handelen is het doel gehaald. De Duitsers kunnen het varkensvlees, ondanks een duurdere inkoop van het varken, goedkoper produceren en goedkoper (terug)leveren in Nederland dan de Nederlandse producenten. Hoe kan dit nou, vraag je je af. De varkensfokkerij en mesterij en de Nederlandse varkensvleesindustrie zijn altijd zulke belangrijke Nederlandse economische activiteiten geweest. Hoe heeft die verschuiving zo snel plaats kunnen vinden ? Simpelweg door de hiervoor vermelde ongelijke omstandigheden. Dus wel een vrij Europa, maar niet één gelijk Europa, en dat maakt het voor de Nederlandse vleesindustrie onmogelijk om fair te concurreren met de Duitse slachterijen, waardoor het ook voor de Nederlandse slachters weer onmogelijk wordt gemaakt om de boer een faire prijs voor het varken te betalen.

    Ook het feit dat de Duitse vleesindustrie een aantal jaren geleden nog importerend was en dus kwam vanuit een 85%-dekking van hun vlees voor de nationale markt, speelt een belangrijke rol. Eerst hebben ze ervoor gezorgd dat ze zoveel slachtcapaciteit hadden dat ze 100% zelfvoorzienend werden. Toen de Duitsers merkten dat ze met hun, door de overheid gesteunde en gecreëerde, mogelijkheden goedkoper konden produceren dan andere West-Europese landen (geen minimumloon, 24/7-industrie, etc.) zijn ze nog verder gaan uitbreiden en zijn exporterend geworden.

    En dat was de nekslag voor de Nederlandse vleesindustrie. In zijn algemeenheid kun je stellen dat 70% van het door de Duitse producenten geproduceerde vlees zijn afzet vindt bij de nationale supermarkten, waarvoor een faire prijs wordt betaald. De overige 30% wordt geëxporteerd, voor zeer lage prijzen naar de buurlanden (België, Frankrijk en Nederland) en voor veel geld naar Rusland etc. Per saldo is het voor de Duitse slachterijen goedkoper om meer te produceren dan ze strikt noodzakelijk nodig hebben. De goedkopere productiekosten geven hun de mogelijkheid om, zoals dat bij een productiebedrijf werkt, door meer te produceren de kostprijs naar beneden te brengen. Dat dit ten koste gaat van de Belgische en Nederlandse vleesindustrie is schijnbaar niet zo belangrijk voor onze politici. Als de omstandigheden gelijk zouden zijn, zou dit nooit lukken, maar kennelijk heeft de EG en de Nederlandse regering er geen moeite mee dat er zulke grote verschillen tussen de landen bestaan, waardoor oneerlijke concurrentie in die zo “vrije” en “gezamenlijke” markt juist wordt ondersteund. De Duitsers produceren meer en teveel, maar doordat ze meer produceren wordt hun kostprijs lager. Ze verkopen nationaal voor goede prijzen en verkopen het overschot bij de buren tegen dumpprijzen.

    De Nederlandse supermarkten profiteren hiervan, maar in principe is dat hun goed recht. Het is een vrije markt. Ze kopen het “overschot” van de Duitse slachterijen, dat ze altijd tegen de laagste prijs kunnen inkopen. Maar tegelijkertijd dwingen ze daarmee de Nederlandse leveranciers om tegen dezelfde prijzen te leveren, hetgeen alleen maar kan (of zelfs dat nog niet) wanneer de varkenshouder zijn varkens goedkoper levert. En dan kom je dus in de bekende vicieuze cirkel, want die Duitser koopt daarna dan ook graag weer die goedkopere varkens. Indirect houden dus ook de Nederlandse varkensboeren deze negatieve spiraal in stand door hun varkens in Duitsland te verkopen.

    Onder de huidige politieke omstandigheden is aan deze situatie niets te doen. Het enige dat we aan onze regering kunnen vragen is om de omstandigheden, waaronder de Nederlandse vleesindustrie moet werken gelijk te maken aan de Duitse of andersom. Dan zijn in ieder geval de zaken, welke je als “valse concurrentie” kunt betitelen uit de wereld.

    Om een halt toe te roepen aan deze situatie, waarin nagenoeg elk onderdeel van de bedrijfskolom verlieslatend is geworden, moet er Europa-wijd overleg komen tussen de politiek, varkensboerenorganisaties, de varkensvleesindustrie en de supermarkten. Dit lijkt een onhaalbare kaart. Maar, nu aangejaagd door de dioxinecrisis, zou het moment dat de varkensboeren Europawijd massaal gaan stoppen wel eens niet meer zo ver weg kunnen zijn. Dat moet toch ook de heren van de supermarkten aan het denken zetten.

  • no-profile-image

    boer

    Ik heb al eerder gezegd dat we de concurrentie niet meer aankunnen. Wanneer wij minimaal 20 euro per kuub mest moeten betalen, dan heb je geen rekenmachine meer nodig. Denk ook aan de subsidies op zonnepanelen in Duitsland.

Of registreer je om te kunnen reageren.