Boerenblog

299 x bekeken 9 reacties

Algenburgers uit varkensmest

Scholing van de jeugd en bijscholing van de varkenshouders blijft cruciaal. Die moeten ook nadenken over het produceren van andere eiwitten. Wat te denken van algenburgers uit varkensmest?

Ik had wat gezondheidsperikelen afgelopen week. Daarom was ik niet te vaak van huis, een rustig weekje wat vergaderen betreft. Natuurlijk is er wel het een en ander gebeurd.
De toekomst van de varkenshouderij houdt ons stevig bezig. Via het platform ‘Innovatieagenda varkenshouderij’ werkt LTO samen met de partijen in de keten aan vooruitgang en het oplossen van knelpunten. Zo proberen we bijvoorbeeld doorbraken te bewerkstelligen op het punt van innovatie voor mest be- en verwerking. Er liggen inmiddels sprekende voorbeelden die perspectief bieden. Deze moeten we goed voor het voetlicht brengen. Daarom gaan we samen met Wageningen UR en LNV een workshop houden. Dat moet in november gebeuren. We willen sprekende voorbeelden neerzetten. Niet blijven hangen in denken en mooie verhalen. We moeten doen!

LTO-visie op mest

In de loop van oktober zullen we ook met onze LTO-visie op het mestbeleid en mestverwerking vaststellen en naar buiten brengen. Wij werken aan een visie en voorstellen die gedragen worden door alle veehouderijsectoren en regio’s. Dat moet lukken als we bereid zijn om over de kortetermijnschaduwen heen te stappen; dan kan LTO ook van discussiëren en denken naar doen.

De jeugd heeft de toekomst

Deze week ook opnieuw aandacht voor het agrarisch onderwijs. De opleiding van jonge varkenshouders, medewerkers in de varkenshouderij en de periferie van de varkenshouderij is van groot belang. Alles wat je aandacht geeft groeit. Zo ook het agrarisch onderwijs. Rond het opleidingspunt ‘Sterksel’ komen er steeds meer leerlingen, dit jaar bijna de helft meer dan vorig jaar. Ook de Summer school Varkenshouderij wordt volgend jaar weer gehouden. Afgelopen zomer hebben we dat voor het eerst gedaan en de evaluatie gaf een positief beeld. Steeds meer bedrijven haken aan. Mooi ook om te horen dat de uitvoeringsagenda duurzame veehouderij wellicht in een Kigo-project voor het agrarisch onderwijs zal worden aangemeld. Ondanks eventuele bezuinigingen is dit voor mij toch een project dat door moet gaan. Het kan toch niet zo zijn dat de leerlingen van het agrarisch onderwijs van deze nieuwste ontwikkelingen verstoken blijven. Nee, daar moeten we energie op zetten.

Leren met Varkansen

Verder hebben we deze week het voorstel voor het leertraject herontwerpen veehouderij ingediend bij LNV. Dit traject borduurt verder op Varkansen, Houden van Hennen en Kracht voor Koeien. Ook belangrijk om te komen van denken naar doen.

Van varkensmest naar algenburgers

Op Foodlog.nl heb ik een stukje geschreven met als titel: Ik ga in de algen. Accepteren varkenshouders, vegetariërs en veganisten dat onze varkensmest voeding kan zijn voor hun toekomstige algenburgers? De zuivelindustrie zag de margarine als een bedreiging en deed alsof het niet uitgevonden was. Nu doet de zuivelindustrie niet in margarine, maar Unilever wel. Waarom zou een varkensboer niet in andere eiwitten gaan?

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Jeroen

    @Annechien
    Wat zegt LTO van die brief van Henk van der Pol vraag ik me zo af? Misschien heb ik het nieuws daar niet van gevolgt.

  • no-profile-image

    natuurboer

    Hoe ziet de mineralenrkingloop eruit met algenburgers uit varkensmest. Wel erg kronkelig lijkt mij, wanneer je die mineralen kringloop voor de geest haalt. En het komt er op dan neer dat de consument voortaan tegelijk een halve karbonade en een halve algenburger op het bord moet hebben om de mineralenkringloop van algenburgers in stand te houden. Bij, of alleen een karbonaadje of alleen een algenburger op bord van de consument, gaat die mineralenkringloop rond de algenburger vastlopen. Immers er moet eerst varkensvlees geproduceerd worden om varkensmest te verkrijgen, eer je een algenburger kunt maken. Bovendien krijg je concurrentie tussen varkensvlees en algenburgers waarmee de mineralenkringloop rond algenburgers verstoord raakt. Je maakt van de mineralen uit varkensmest of algen of via de akker weer veevoer voor varkens. Beide tegelijk zal niet kunnen. Denk er nog maar eens over na Annechien, wat betreft die mineralenkringloop! Volgens mij is de algenburger een kronkelgedachte.

  • no-profile-image

    Annechien ten Have Mellema

    @Jeroen, ik ben op dit moment niet thuis en kan je niets zeggen over de brief van Henk van der Pol. Waar kan ik die vinden? @Natuurboer. Het product moet nog verder ontwikkeld en uitgetest worden. En is zeker nog niet klaar om op grote schaal gegeten te worden. Maar voor een voorproefje kun je op deze link kijken. http://wdeheij.blogspot.com/2010/09/algenvegavlees-met-smaak-en-bite-fngo.html

  • no-profile-image

    Hans

    http://www.algaelink.com/ Ik heb een jaar of wat geleden mij ook geïnteresseerd voor algenteelt. En ook de grote bedrijven zoals KLM en Shell hebben ook ingezet op algen, maar dan voor de biofuels.
    Algen zijn 1 cellige planten die, omdat ze in het water groeien geen wortelstelsel nodig zijn, wat ook de reden is dat, in theorie, en ook steeds meer bewezen in praktijk, ze hele hoge opbrengsten kunnen halen. Deze plantjes hoeven hun energie niet meer in de opbouw van wortels te steken. Voor de rest hebben ze de normale fotosynthese als gewone planten. Dus ze nemen mineralen en CO2 op en geven dmv. licht O2 en suikers, olie (koolwaterstof moleculen) weer terug. Het verschil is dat je geen landbouwgrond nodig bent, en daar zit het grootste verschil met de reguliere gewassen. Dus als je de mest wilt gebruiken als ingaande mineraalstroom en je hebt een alg, die je eiwit terug geeft, wat weer in het varkensvoer kan, dan heb je een super kringloop waar bij bijna geen grond (minimaal voor installatie) nodig is. Daarom is men in Israël hier al heel ver mee, kijk maar is op youtube. Eerst worden dan de producten (bijv. algen-caroteen voor zalm, roze vleeskleur) met de duurste opbrengstprijs gemaakt, om het systeem rendabel te krijgen, en daarna als je de productie per eenheid kunt opvoeren, zak je af naar goedkopere producten, om via menselijk en dierlijk voedsel uiteindelijk uit te komen bij de bio-brandstoffen. Op WUR weten ze er alles vanaf, succes toegewenst.

  • no-profile-image

    Jeroen

    Zo grote brief is het niet Annechien, lijkt me wel dat er toch een standpunt is van LTO?

  • no-profile-image

    Jeroen

    @Annechien: Heeft LTO geen antwoord hierop? Lijkt me toch een belang voor velen agrariers zowel koe als varken als kip.

  • no-profile-image

    Annechien ten Have Mellema

    Jeroen, ik wil wel antwoorden maar dan moet je hier even concreet zeggen waar je antwoord op wilt. Ik kon het namelijk niet zo vinden het melkquotum prikbord.

  • no-profile-image

    Jeroen

    Door Henk van der Pol,

    Al bijna 13 jaar probeer ik de overheid (LNV) te overtuigen van het feit dat de mestwet(ten) gebaseerd zijn op rekenfouten en wat de schrijnende gevolgen daarvan zijn. In 2007 heb ik op verzoek van LNV meegedaan aan een mediation. De bedoeling van LNV was duidelijk dat men hoopte van mijn gezeur af te zijn. Dat pakte even anders uit. Ik heb de LNV-ers een onderzoeksvraag voorgelegd, die zodanig was opgesteld dat ze de eer aan zichzelf hadden kunnen houden. Eigenlijk had de vraag moeten zijn: "waarom moeten we in de mestwet appels en peren bij elkaar optellen?" Men wenste verder niet meer te reageren. Na ruim 3 !!! jaar en de nodige druk is het eindelijk gelukt om antwoord te krijgen op de vraag waarom men dit onderzoek niet wil uitvoeren. Dit antwoord staat kort samengevat in mijn antwoordbrief hieronder geplaatst:

    Het antwoord dat ik op deze brief kreeg luidt als volgt: "Ik heb uw brief van 10 augustus jl. met daarin uw reactie op mijn brief van 5 augustus jl. ontvangen. Ik concludeer uit uw reactie dat wij onoverbrugbare meningsverschillen hebben over de noodzaak en inhoud van het door u gewenste onderzoek en beschouw de correspondentie daarmee als gesloten".

    Ministerie van LNV
    t.a.v. Dhr. ….
    Postbus 20401
    2500 EK Den Haag

    Onderwerp: onderzoeksvraag

    Tollebeek, 10 augustus 2010

    Geachte heer …..,

    Hartelijk dank voor uw brief van 5 augustus jongstleden. Wat fijn dat u na 3 jaar en 2 maanden de tijd hebt kunnen vinden om uw motieven toe te lichten betreffende het afwijzen van de door mij opgestelde onderzoeksvraag. Deze onderzoeksvraag vloeide voort uit de mediation van 30 mei 2007.

    Ik heb mij er over verbaasd dat iemand, die toch geacht wordt redelijk ontwikkeld te zijn, een dergelijk verhaal op papier krijgt en het nog ondertekent ook.

    De kern van uw betoog is dat u van mening bent dat organissche N en anorganische N weliswaar verschillende namen hebben en een verschillende werking (althans waar het landbouwkundig gebruik betreft), maar uit oogpunt van milieu wèl gelijkwaardig kunnen worden opgeteld. Meneer ….., gaat u er nu maar vanuit dat als twee dingen verschillend zijn, je ze dan ook niet gelijkwaardig op kunt tellen. Het feit dat ze verschillende namen en een verschillende werking hebben, geeft al meer dan voldoende aan dat er op z'n minst onderzoek gedaan moet worden of je ze überhaupt op kunt tellen en zo ja, hoe. Dit leren onze kinderen al op de basisschool.

    We hebben te maken met een wetgeving die louter bestaat uit de meest eenvoudige rekenkundige bewerkingen (optellen en aftrekken). Als er dan zulke vreemde antwoorden uitkomen, dat niemand meer snapt waar hij/zij mee bezig is, dan MOET je er vanuit gaan dat je te maken hebt met een rekenfout; dan is de kans groot dat je appels en peren aan het optellen bent. Menig basisschoolkind zal ook dìt snappen, bij een simpele optelling horen immers simpele antwoorden. Omdat het niveau in dit land kennelijk in dit stadium is blijven steken, heb ik bewust de onderzoeksvraag eenvoudig gehouden, zodat we bij stap één kunnen beginnen.

    U hebt het in uw brief over een stikstof- en fosfaatbalans op bedrijfsniveau. Echter, als je een balans wilt maken, zul je het wel goed moeten doen. Een balans moet links en rechts in evenwicht zijn. Je kunt bepaalde processen weglaten, bv. omdat ze niet te wegen of te meten zijn, of omdat je er gewoon niet aan gedacht hebt (!), maar dan zul je ook weer aan beide kanten evenveel gewicht moeten hebben, dus evenwicht moeten hebben, anders is de balans in strijd met de wet van behoud van massa. Doe je dit niet en is de balans dus niet in evenwicht, dan zul je in een bepaalde verhouding moeten tellen oftewel met een factor moeten rekenen.

    Laten we het voorbeeld van het manifest van de meer dan honderd hoogleraren er eens bijnemen: 5 kilo voer = 1 kilo vlees + 6 kilo mest. Om uit dit gegeven een balans te maken, zul je beide kanten gelijk moeten maken òf in een verhouding moeten rekenen. De mestwet gaat uit van kilo's, het maakt niet uit of je van kilo's massa of kilo's N uitgaat, in beide gevallen zul je in een bepaalde verhouding moeten tellen, omdat nòch het aantal kilo's massa, nòch het aantal kilo's N aan beide kanten van de balans hetzelfde is. In dit geval moeten we dus rekenen met de factor 1,4. Alleen dàn is de weegschaal in balans, alleen dàn is 5 kilo te vergelijken met 7 kilo. De mestwet doet dit niet. Door het weglaten van het proces ademhaling vergelijkt de mestwet automatisch , 5 kilo links met 5 kilo rechts alsof ze gelijkwaardig zijn, zodat er 2 kilo overblijft. Dit bedrijf houdt per kilo voer dat het voert dus 2 kilo mest “over” (NA de mestwetberekening). Ik noem dat het guldens- en rijksdaalderseffect*. Als zo'n bedrijf deze mest vers afzet, heeft het dus een enorm saldo. Dit saldo zal, nadat het bedrijf zijn eigen grond voldoende (dus boven de 170 N) heeft bemest, afgezet worden als zwarte mest.

    Je kunt je natuurlijk ook afvragen hoe het komt dat je uit 5 kilo voer 7 kilo ander materiaal kunt halen. Welnu, dit komt dus door de ademhaling. Zoals eerder aangegeven zijn de mineralen in verschillende leefwerelden niet hetzelfde; ze hebben verschillende waarden. Onder invloed van het toevoegen van zuurstof (ademhaling), zetten plantaardige mineralen bij het verteren (verbranden) om in dierlijke mineralen, met anorganische mineralen als bijproduct. Deze omzettingen hebben tot gevolg dat massa/volume toenemen; alweer een bewijs dat je de verschillende mineralen niet gelijkwaardig kunt optellen. Ik heb u in de onderzoeksvraag het voorbeeld gegeven van de zware luiers van baby's. Bij baby's kun je dit effect heel duidelijk zien. Ze drinken acht keer per dag een miniscuul beetje melk en produceren loodzware luiers, vele malen zwaarder dan het beetje dat ze drinken. En het kind groeit er dan ook nog van!

    Als een saldobedrijf de mest langer in opslag laat zitten, om wat voor reden dan ook, “verdwijnt” door anaerobe werking (ook een proces dat ontstaat door omzettingen van mineralen en dus ontkent wordt door de mestwet) massa. We nemen weer het voorbeeld van het manifest van de hoogleraren: stel dat de helft van het volume “verdwenen” is, dan krijg je het gegeven: 5 kilo voer = 1 kilo vlees + 3 kilo mest. Het bedrijf moet nu nog steeds dezelfde hoeveelheid mest afzetten, maar heeft dit niet (meer). Dit is het beroemde minasgat. Hier moet dus de factor 0,8 gebruikt worden om de balans kloppend te krijgen. De ringmonsters die genomen werden naar aanleiding van de vele problemen die ontstonden door de mestwet(ten), zijn ook een mooi voorbeeld van de anaerobe werking in mest. Als de mineralen werkelijk gelijkwaardig zouden zijn, zouden de uitslagen van één en hetzelfde monster nooit zo verschillend kunnen zijn. U ziet dat de onderzoeksvraag wel degelijk van belang is. Als je mineralen uit verschillende leefwerelden gelijkwaardig op gaat tellen, dan worden de uitkomsten (door de verschillende waarden) een loterij.

    In het rapport “publicatienummer 2003/198” van het expertisecentrum van LNV hebben uw eigen medewerkers op blz. 12 + 13 de minassaldi en de minasgaten keurig op een rijtje gezet. Men trok alles overziend de conclusie dat het gemiddeld wel aardig leek te kloppen en stuurde het rapport zelfs naar mij toe, om aan te tonen dat er geen “structurele problemen” zijn. Zeg nu zelf; zo'n rapport zou genoeg reden moeten zijn om onmiddellijk met deze tenenkrommende waanzin te stoppen. Immers, het moet u toch ook bekend zijn dat een bedrijf nooit een hoger saldo op kan bouwen dan de opbrengsten van de grond + de verliesnormen (+ nog wat afrondingsverschilletjes) en dat dit alleen bereikt kan worden door helemaal niet te bemesten. Het is wel duidelijk dat MINAS (evenals de thans vigerende mestwet) niets met evenwichtsbemesting te maken heeft.

    Een andere fout in de mestwet is het optellen van verschillende processen, nl. het telen van gewassen en het houden van dieren. Dit zijn twee processen die volledig onafhankelijk van elkaar kunnen plaatsvinden. In de MINAS-wetgeving worden beide processen opgeteld. Om te laten zien waarom dit niet kan, hebben we een rekentruc nodig. Voor een bedrijf met dieren èn grond moet je even een proces stilzetten. Dit doen we door er vanuit te gaan dat het bedrijf al het voer in voorraad heeft. Rekenkundig mag dit, want als MINAS goed zou zijn zou hij in dit geval óók moeten kloppen. Het gaat hier niet om de grote getallen maar om het feit dat de evenwichtsbemesting constant zou moeten blijven, omdat het grondgebruik niet verandert. Een voorbeeld: een bedrijf heeft 3 ha. (akkerbouw) grond en een afzet van 2000 kg. N aan dierlijk product, ongeacht van welk diersoort of welk product. Vanuit deze situatie kun je schuiven met het aantal ha's en de netto dierlijke productie (meer of minder grond, meer of minder dierlijke afzet), steeds zal men zien dat er (los van de toegestane aanvoer voor het akkerbouwgewas), een bijpassende extra aanvoer van kunstmest mogelijk is, zonder dat er sprake is van een ander grondgebruik. Dus: dit voorbeeldbedrijf mag nu al 667 kg. N meer aanwenden per ha. Verkoopt het voorbeeldbedrijf nu één ha, dan mag het zelfs 1000 kg N extra aanwenden. Immers, dan mag het de extra aanvoer van kunstmest verdelen over twéé ha. Dit levert ook weer het bewijs dat MINAS niets met evenwichtsbemesting te maken kan hebben, omdat de opbrengst van de dierlijke productie meetelt als opbrengst van de grond, als deze twee processen opgeteld worden.

    Beide rekenfouten hebben tot gevolg dat de intensieve bedrijven erg bevoordeeld worden (de meeste bouwen enorme saldi op), terwijl extensieve bedrijven en akkerbouwers hun land nooit voldoende kunnen bemesten. Akkerbouwers voeren alleen (kunst)mest aan, Als een bedrijf dieren gaat houden, zal naarmate de intensiteit van een bedrijf toeneemt, er steeds meer aanvoer van kunstmest vervangen worden door aanvoer van voer, tot het bedrijf zóveel vee heeft, dat het meer voer aanvoert dan de dierlijke productie + verliesnormen + gewasopbrengst samen. Vanaf dàt moment moet het bedrijf mest af gaan zetten. Het extra voer dat het bedrijf dan nog aanvoert, genereert extra dierlijke opbrengst, die het weer afvoert, dus mag het nòg meer voer aanvoeren enz. (guldens- en rijksdaalderseffect).

    Ten aanzien van de laatste alinea van uw brief wil ik graag nog het volgende opmerken: inderdaad kende MINAS een wettelijke basis die geen ruimte liet voor verschillen in behandeling van verschillend gebonden stikstof. Helaas voor u kun je rekenregels niet veranderen, zelfs niet in een wet. Sterker nog: het is triest om een rekenfout tot wet te verheffen, zeker als dit gebeurt in een land dat zich graag als kennisland profileert en probeert het bèta-onderwijs te promoten.
    Het MINAS-stelsel is inmiddels vervangen door een nieuwe mestwetgeving: daar kan ik ook kort over zijn. In de nieuwe mestwet is de stalbalans voor hokdieren gewoon blijven bestaan (en ook de BEX is er op gericht om de kilo's gelijkwaardig op te tellen), dus nog steeds met saldi en minasgaten. Deze hoeven nu echter niet meer op papier te worden gezet en dat is vast niet zonder reden zo geregeld. Zo worden ze nl.” netjes” weggemoffeld. Ook worden er nog steeds de nodige boetes (vervanger van de heffingen) van vele tienduizenden euro's uitgedeeld, aan de bedrijven met minasgaten (die uiteraard ook nog steeds bestaan). De akkerbouwers en extensieve bedrijven daarentengen, komen de helft van hun benodigde mineralen tekort, omdat zij te maken hebben met omzettingen in de plant van anorganische naar organische mineralen (een gevolg van de koolzuurassimilatie, óók een proces dat “vergeten” is), hetgeen derving van gewasopbrengst en op termijn het dalen van de bodemvruchtbaarheid tot gevolg heeft.

    Ik zou, als ik u was, toch maar eens snel werk gaan maken van de onderzoeksvraag. Ik besef dat de uitkomsten een enorm gezichtsverlies zullen opleveren voor bepaalde “hoogopgeleiden” in dit land, maar de consequenties van het gewoon doorgaan met dit domme telwerk liegen er ook niet om.

    Hopende u voldoende te hebben geïnformeerd teken ik, "
    (bron: Melkquotum prikbord)

Laad alle reacties (5)

Of registreer je om te kunnen reageren.