In navolging van De wereld draait door nu het programma Varkens in Nood draait door. Fokzeugen hebben honger, waarmee ze gezonde trek bedoelen.
Problemen liggen eerder bij te veel
'Te' is bijna nooit goed, te veel of te weinig, te dik of te dun. Alleen tevreden is goed en dat zijn onze zeugen wel op het gebied van voeding. In de dracht een hele dag op zoek gaan naar van alles en nog wat, is aan de onze niet besteed. Twee tot drie keer daags naar het voerstation om in totaal 10 liter slobber op te halen en voor de rest languit, wie doet je wat? Jaarrond een slordige 1.050 kilo totaal op mengvoerbasis berekend en dat is het dan. Ik voel me aangesproken omdat we fokdieren uitleveren aan veel afnemers, die ook met deze hoeveelheden goed uit de voeten kunnen. Problemen liggen veel eerder bij zeugen uit genetica die 1.300 tot zelfs 1.500 kilo per jaar nodig zijn om in conditie te blijven. Probeer het er maar eens in te stampen, dat valt nog niet mee, om over de kosten nog maar te zwijgen. Dat er grenzen zijn aan meer biggen dan die de moederzeug zelf verzorgen kan, is terecht, klik op de links naar eerdere bijdragen.
Varkens niet spiegelen aan mensen
Nee, Varkens in Nood mag trots zijn op onze goede manier van voeren in Nederland. Te dik voeren is niet goed voor mens en dier; te dik zijn is bij mensen zelfs welvaartsziekte nummer 1. De website van Boerderij staat er al vol mee, dus ik ga niet te veel herhalen. Op het gebied van gezonde trek kun je wel voorzichtig een parallel naar de mensen trekken. Wanneer ik langs de snackbar fiets, kan ik de verleiding ook niet weerstaan en sla automatisch af. Niet dat dit altijd even verstandig is, maar ja, de lekkere trek is dan leidend. Verder moeten ze oppassen met het spiegelen van varkens naar mensen. Onze dekberen hebben altijd trek in voedsel, maar vooral in dekken, toch krijgen ze onthouding van ons. Hier zul je Varkens in Nood of Wakker Dier echter niet over horen; de parallel naar de grachtengordel ligt gevoelig.
Volgorde prioriteiten in wereldverbetering
Afgelopen weekend heb ik in de plaatselijke kerk een vertaling verzorgd van een op bezoek zijnde ontwikkelingswerker, geboren en getogen in Haïti. Met alle voorbereidingen erbij toch vele uren intensief contact; deze week bezoekt hij ook nog de Varkens-Showroom. Hoewel we veel buitenlanders op bezoek krijgen, was dit wel heel bijzonder en ook ingrijpend. Hoeveel geluk hebben wij allen niet gehad dat we op deze plek geboren zijn en nooit honger gekend hebben. Het is absoluut niet uit te leggen dat onze welvaart zover doorgeslagen is dat er mensen in staat zijn om over hongerende zeugen te beginnen. Wereldverbetering is hard nodig en we mogen blij zijn dat we hier van honger en kinderarbeid verlost zijn. De prioriteiten worden echter door sommigen in een vreemde volgorde geplaatst. Mijn eigen onvermogen is groot, ik zou niet eens naar een land als Haïti durven te reizen. Ik probeer echter wel de realiteit te blijven zien, dan maar genoegen nemen met een kleine eigen bijdrage.
Contact met elkaar blijven houden
Voor goedkope onzin uitkramen kan ik geen andere verklaring bedenken dan dat men wil scoren over de rug van boer en dier. Met name uit onmacht om het eigen geweten te sussen: “We leven in absurde rijkdom, maar vragen wel aandacht voor de nood van de wereld, oh nee pardon, van de varkens.” Om toch met elkaar in contact te blijven en in ieder geval te communiceren, nodig ik alle betrokkenen uit in de Varkens-Showroom. Altijd beter dan honderden anonieme reacties en vuilspuiterij op internet. Wanneer alle partijen mee willen werken, regelen we een bijeenkomst, met een positieve insteek om tot elkaar te komen.