Boerenblog

93 x bekeken 3 reacties

Hoe zit het met onze kansen?

Er moet meer mestverwerkingscapaciteit komen, anders lopen we vast. Ieders input is gewenst. Geef uw mening dus in de reacties bij deze weblog.

Hoe komen we tot meer mestverwerking? Die vraag houdt me de laatste tijd flink bezig. We moeten naar een stimulerend systeem, simpel in uitvoering. Naar een systeem zonder dubbele kosten dat er rekening mee houdt of je ineen varkensdicht of varkensdun gebied zit. We kunnen deze vraag niet meer vooruitschuiven. Er moet meer mestverwerkingscapaciteit komen, anders lopen we vast. Ik zie geen andere uitweg.

Drie sporen

Het mineralenoverschot moeten we gezamenlijk aanpakken via drie wegen:
1. Een optimale verwaarding en benutting op de binnenlandse mestmarkt. Rechtstreeks samenwerken met onze collega akkerbouwers is hierbij een kans die we verder moeten benutten. Denk aan Mest op maat.
2.Het optimaal benutten van het veevoerspoor.
3.De verwerking van mest tot producten die buiten de dierlijke mestmarkt af te zetten zijn.

Bij het veevoerspoor hebben we afgelopen week de druk richting de veevoersector opgevoerd. Het besef begint te groeien dat we de ‘snelle’ winstkansen daar moeten verzilveren. Dat moet collectief, het is in ons aller belang. Maar wel met behoud van kwalitatief goed voer voor onze dieren.

Mestverwerking ligt lastig

De verwerking van mest ligt lastiger. Uit ledenbijeenkomsten en -raadpleging blijkt dat er draagvlak is om het probleem gezamenlijk op te pakken. Maar over de vraag in welke mate en hoe is nog geen helder beeld.
In de varkensdichte gebieden is er de infrastructuur om snel zaken op te pakken en samen te werken. Elders ligt dat moeilijker. De mest kan daar immers ook goed en over korte afstand als waardevolle meststof naar de akkerbouwers. Maar vergeet niet, ook een veehouderijbedrijf met een mineralenoverschot in Noord-Holland of Groningen heeft belang bij voldoende mestverwerking.
De afgelopen weken hebben we uitvoerig met onze leden gesproken. Het besef dat er iets moet gebeuren en we onze kansen moeten pakken is breed aanwezig. Vanuit dit besef kunnen we verder werken.

Uitwerken en overleggen

Er komen twee sporen boven drijven die we verder verkennen en uitwerken. Het eerste spoor is een systeem voor verplichte verwerking van een deel van je mineralenoverschot. Een tweede optie is een systeem waarbij een pool van dierrechten wordt gevuld door bijvoorbeeld afroming bij verhandeling. Deze rechten kunnen dan uitgegeven worden aan mensen die de mest gaan verwerken. Over de uitwerking van deze voorstellen houden we contact met de NVV. We bespreken ook hun voorstel voor een heffingensysteem en de invoering van mineralenrechten in plaats van de huidige dierrechten voor varkens en pluimvee. De inzet is om tot een voorstel te komen waarin de leden van LTO en NVV zich kunnen vinden. De noodzaak om tot een oplossing te komen, vraagt eenheid en geen tweespalt. We zullen over dit dossier de komende tijd nog veel overleggen.

De overheid denkt mee

Deze week kwam de overheid met het rapport Veehouderij binnen de milieugebruiksruimte. Dit rapport sluit aan op de discussies die wij voeren.
U snapt dat we over het oplossen van de mestproblematiek ook deze week weer uitvoerig hebben gesproken binnen de regionale vakgroepen en ook de LTO vakgroep. Graag hoor ik ook uw mening. Benut hiervoor ook de reactiemogelijkheid onder deze blog. Geef uw mening. Tips zijn natuurlijk ook welkom.

Een chipje in het oor

Maar er speelt natuurlijk meer dan alleen het mestprobleem. Afgelopen week zijn we bezig geweest met chips in de varkensoren. Die bieden veel kansen en sturingsmogelijkheden. Je kunt er het individuele varken betere zorg mee geven. Je krijgt er nog meer zicht door op de groei en andere technische kengetallen en kunt zo de kosten beheersen en de opbrengsten optimaliseren. Zo’n elektronische chip kan het vliegwiel zijn naar nieuwe innovaties in de keten. Ik zie kansen. Er is nog een lange weg te gaan maar er zijn genoeg aanknopingspunten om een proeftuin in te gaan.

Zeven eetmomenten per dag

Deze week heb ik ook opnieuw winkelformules bekeken voor onze plannen voor de boerensuper. Als voorbereiding kreeg ik samen met de andere leden van de beoordelingscommissies een korte inleiding over de retail in Nederland. Hoe werkt dat nu? Wat speelt er? De trends bij de consument zijn duurzaam, gezond, lekker en gemak. En bovendien gaat het aantal eetmomenten naar gemiddeld 7 per dag. Kijk maar op straat, er wordt veel meer gegeten. Ook daar zie ik kansen liggen voor onze sector.

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    het moet anders

    Ik snap niet dat u en vele anderen het mestprobleem volledig op de bord van de veehouder legt. Als ik kijk naar de margeverdeling in de totale varkenskolom dan kan ik alleen maar konkluderen dat de veevoersektor er alle belang bij heeft om het mestprobleem mee op te lossen. En wat doet die sektor ?
    - alleen wat middelen beschikbaar stellen voor onderzoek en verder alles doorberekenen aan de veehouder.

    U start de diskussie dus al verkeerd door voor te stellen veehouders verplicht een deel van hun mineralen te verwerken.

    Er dient bij elke mengvoerfabriek een biogasinstallatie gebouwd te worden. Deze fabrieken gebruiken gemiddeld tussen de 0.5 miljoen kuub en 1 miljoen kuub aardgas per jaar. Wanneer dit vervangen wordt door biogas slaan we twee vliegen in een klap.

    Het digistaat kan dan verder verwerkt worden ( gedroogd) en geexporteerd worden.

    Wat u doet is het probleem volledig bij de veehouder leggen, die toch al met zijn marge amper zijn bedrijfsontwikkeling kan financieren

  • no-profile-image

    koetje

    3.5 Regulering van de bemesting met dierlijke mest en kunstmest
    De vraag naar dierlijke mest wordt kunstmatig gereguleerd door de Europese en
    nationale overheden, die grenzen stellen aan hoeveel mineralen in dierlijke mest die
    een boer op een hectare land mag gebruiken. De Nederlandse overheid geeft de
    gebruikruimte voor fosfaat uit dierlijke mest vanaf 1990 beperkt. De grens is verlaagd
    van 280 kg/ha in 1991 tot 85 kg/ha in 2006. De Europese Unie stelt via de
    Nitraatrichtlijn grenzen aan de hoeveelheid stikstof uit dierlijke mest die mag worden
    gebruikt; de grens ligt op 170 kg/ha, maar melkveehouders met een derogatie mogen
    250 kg/ha gebruiken. Het bestaan van een aparte normering voor mineralen uit
    dierlijke mest, bovenop een algemene normering op gebruik van mineralen op
    landbouwgrond kan als onzuiver worden gezien. Immers het gaat om het netto
    milieueffect van kunstmest en dierlijke mest en zolang regelgeving ertoe leidt dat
    milieudoelen dichter bij komen zou alleen de totale mineralenbelasting genormeerd
    hoeven te worden. Hierdoor heeft kunstmest een comparatief marktvoordeel ten
    opzichte van dierlijke mest. Daartegenover staat dat stikstof uit dierlijke mest maar
    gedeeltelijk meetelt bij normering ter vermindering van nitraatuitspoeling en dat
    overlast door stank en ammoniak vooral aan dierlijke mest zijn verbonden.
    Bovendien krijgt momenteel de afnemer geld toe op dierlijke mest en betaalt hij voor
    kunstmest.
    Bron:http://edepot.wur.nl/5786

  • no-profile-image

    koetje

Of registreer je om te kunnen reageren.