Redactieblog

198 x bekeken 1 reactie

Varkenssector moet collectief optreden

Cees Veerman verwijt zijn partij het CDA gebrek aan visie op de veehouderij. Desondanks legt de partij wel de vinger op de zere plek.

Voormalig landbouwminister Cees Veerman bekritiseerde vorige week op een seminar van een aantal lokale Rabobanken in Tilburg de veehouderijparagraaf in het verkiezingsprogramma van zijn CDA. Volgens Veerman ontbreekt het in het programma volledig aan visie op de sector. Veerman citeerde uit het programma: ‘Het CDA kiest voor een beperking van de grootschalige intensieve veehouderij die slechts op kostenconcurrentie is gericht. Wel wordt ruimte geboden aan het op kwaliteitsproductie gerichte familiebedrijf.’ Volgens de oud-minister is niemand geraadpleegd met enige kennis van zaken.

CDA heeft een punt

Dat in de veehouderijparagraaf van het CDA-verkiezingsprogramma weinig visie doorklinkt, daarmee heeft Veerman een punt. Niettemin heeft de partij gelijk om een grootschalige intensieve veehouderij die slechts op kostprijs is gefocust af te wijzen. Daar is boer noch burger bij gebaat. Iedere tien jaar halveert het aantal varkenshouders en worden de bedrijven groter. Voor de overblijvers wordt het er financieel, en vaak ook privé, niet beter op. Zij moeten harder werken tegen een kleinere marge. Bij de wijze waarop de sector nu evolueert, zijn inderdaad de nodige kanttekeningen te plaatsen.

Hoe dan wel?

Het is jammer dat het CDA niet omschrijft hoe het dan wél moet. Veerman heeft daar een duidelijke mening over. ‘Boeren moet als collectief optreden.’ Zowel naar de maatschappij als de politiek. De dialoog aangaan vanuit één organisatie. Een varkenssector die dus met één mond spreekt. Hoewel niet altijd even gemakkelijk, kunnen maatschappij, politiek en sector het samen eens worden over een varkenshouderij die voor alle partijen acceptabel is, stelt Veerman.
Na afloop van de avond bleef bij mij toch een wat onbestemd gevoel hangen. De praktijk is weerbarstig. Boeren en dus ook varkenshouders zijn individualisten. Een aanjager die iedereen achter zich weet te krijgen, ontbreekt. In hoeverre de oproep gehoor vindt, is dus zeer de vraag. Maar de visie van Veerman afschieten is fout. Het roer zal om moeten in de sector. Dan is een denkrichting van iemand met visie altijd welkom.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Hardlopers zijn doodlopers

    Sinds de Berlijnse muur is geslecht en daarna het gehele ijzeren gordijn is opengetrokken heeft het socialisme in extremis, het communisme in Oost-Europa en Azië, plaats gemaakt voor het kapitalisme.
    Ook in Nederland hebben we inmiddels 10 jaar kabinetten van Balkenende gehad. Kenmerkend in deze 10 jaar is, dat steeds meer de liberalisatie op allerlei fronten de kans heeft gekregen. Balkenende was er een voorstander van. Hij was de beste maatjes met de president van de USA en iedere andere leider van een economisch belangrijk land. We zijn zelfs uitgenodigd om in de G8 en G20 of hoe deze vergaderingen ook genoemd mogen worden. Kijk dat kleine landje aan de Noordzee zijn beste beentje voortzetten. De basisgedachte bij dat alles was: liberalisatie en vooral Nederland is een handelsnatie. Alle problemen opruimen voor de internationale handel en het gaat Nederland voor de wind. Tja, dan is het gevolg voor de landbouw, dat we moeten concurreren op wereldmarktprijs. Daar produceren waar de produktie het goedkoopst is. Dat kan niet anders dan leiden tot concurreren op kostprijs.
    Een dergelijk eenzijdig beleid leidt uiteraard tot problemen. Dat kan niet uitblijven. Die roep je met dat liberaliseren van de markt op. Bovendien is willekeur in het liberaliseren aan de orde van de dag. In Nederland loopt men uiteraard voorop, elders is er nog landsbelang dat op de achtergrond meeloopt.
    De liberalisatie leidt tot concurreren op prijs, en andere zaken die van belang zijn bij de produktie krijgen minder aandacht of in een later stadium. Schaalvergroting is het antwoord om wat te kunnen verdienen, en op de weg daarnaar toe wordt veel armoede geleden. Ondernemers verdienen minder dan hun personeel, het komt voor.
    Liberalisatie kan leiden tot extreem kapitalisme. Het doorschieten naar een maatschappij waarin de rijken rijker worden en er meer mensen een inkomen verdienen beneden de armoede grens. Het USA-model zullen we dat maar noemen. Aldaar leven 50% van de mensen beneden de armoedegrens.
    Het is dit USA-model dat wij mede door Balkenende de laatste 10 jaren aan het importeren zijn. Dat is heftige kritiek, maar is deze onterecht? Waarschijnlijk niet. We kennen in Nederland een toenemende groep daklozen, sinds enkele jaren kennen we niet alleen het Leger des Heils maar ook voedselbanken. Ook bij de voedselbanken melden zich steeds meer kleine ondernemers. Ook in Nederland zien we dat er mensen zijn die gigantisch veel verdienen en steeds meer mensen die hun ziektekostenverzekering niet meer kunnen betalen. Dat aantal neemt nog steeds toe en benaderd de 100.000.
    Machtige sectoren bepalen mede het regeringsbeleid in Nederland. Zo is het mogelijk dat de financiële sector Bijstandskapitaal ontvangen, terwijl ze niet gedwongen wordt om de exorbitante beloningen te maximaliseren. De belastingbetaler ondersteunt middels hogere belastingen in de komende jaren de grootverdieners in deze sector met een inkomen uit loondienst van meer dan € 100.000 gemiddeld per werknemer.
    Nee, het USA-model is het niet voor Europa. Dat extreem kapitalisme moet maar overboord worden gegooid. We moeten terug naar een socialere vorm van het kapitalisme, waarin de tweedeling van de maatschappij wordt afgezworen. Een maatschappij waarin niet alleen de kostprijs bepalend is voor een goed inkomen. Daar moet een volgende regering écht heel hard voor knokken. En te beginnen met het afzweren van het USA-model en het uitzetten van een eigen koers voor Europa waarin het welzijn van de mens centraal staat en niet zijn vertegenwoordigers of de managers van het grootkapitaal.
    Het was een Duitse schrijver: IN DER BESCHRÄNKUNG ZEIGT SICH DER MEISTER. Dat is een mooie slogan voor een nieuw kabinet om de managers en grootverdieners in ons land eens gevoelig op de vingers te tikken.

    Het CDA is één grote familie. En zoals het hoort zorgt men in een goed functionerende familie voor alle familieleden. Ieder wordt gehoord, voor ieder is het een veilige thuishaven, voor ieder is er brood op de plank. Niemand is overbodig, allen zijn geliefd. Er is respect voor elkaar en men helpt elkaar voort.
    Daar heeft het sinds de val van de Berlijnse muur aan geschort. Ook in Nederland.

Of registreer je om te kunnen reageren.