Boerenblog

242 x bekeken 3 reacties

Varkenshouderij ziet nog geen ster

‘Ik zie een ster, hij staat nog ver’: dat zongen Mouth & MacNeal in 1974. Voor onze sector staat de ster van de Dierenbescherming nog ver weg. Spenen na 25 dagen is een van de lastige hobbels.

Om snel aan een miljoen varkens te komen worden enkele zaken vooruitgeschoven tot uiterlijk 2020. De eis tot gesloten vrachtwagens zal er vast niet eerder komen dan wanneer er voldoende dichte bakken van de fabrieksband gerold zijn. Het verbod op castreren is per direct uit te voeren, iedere zeugenhouder wil graag het mes aan de kant gooien. Ook de extra speeltjes zal niet het lastigste punt van discussie zijn.

Ingrijpende maatregel

Op korte termijn alleen voerstations en dus af van het systeem van voerligboxen met uitloop is een ingrijpende maatregel, evenals trouwens de minimum-speenleeftijd van 25 dagen.
Ons eigen bedrijf kent enkel voerstations, waarin de zeugen vanaf de eerste week na insemineren tot aan het kraamhok verblijven. Maar we hebben onvoldoende kraamhokken om op latere leeftijd te spenen dan de huidige drie weken. Zo zullen er ook genoeg collega’s zijn die wél op vier weken spenen, maar die weer geen voerstations hebben.

Voerstations als de norm

Toen we zelf in 1989 als een van de eersten startten met boxen met uitloop (Woldrix-systeem), kwam de Dierenbescherming al regelmatig een kijkje nemen. Enthousiast werden ze er niet van: te veel ijzerwerk en te veel mogelijkheden om de dieren voor langere tijd vast te zetten. Dit heeft ons er niet van weerhouden om dit systeem tot 2003 in bedrijf te hebben. Daarna hebben we bewust de keus voor voerstations gemaakt. Ten eerste omdat ze toen inmiddels technisch vele malen beter waren dan eind jaren tachtig, ten tweede om individueel te kunnen voeren. Dat resulteert nu in 1.050 kilo voer per zeug per jaar. De derde overweging waarom de verandering werd ingegeven, dus in de laatste plaats, was het feit dat bepaalde organisaties deze manier van varkenshouden liever zien.

Vanaf 25 dagen spenen

Met de nieuwe kraamstal hebben we bewust gekozen voor vier weekgroepen in plaats van vijf. Het percentage zeugen dat 13 of 14 biggen speent, wordt steeds groter, en binnen tien jaar is dit praktijk voor vrijwel alle zeugen. Wanneer de omstandigheden goed zijn, ligt er op vier weken leeftijd meer dan 100 kilo big aan de uier van de zeug te trekken. Door op drie weken te spenen wordt de zeug ontzien en de biggen kunnen met 6,5 kilo ook de speenperiode goed aanvangen.

Zeug fluitend naar acht worpen

De maximale voergift in de kraamstal blijft onder de 7 kilo per dag, en de conditie bij spenen is beter. Beide zaken helpen er ook aan mee om 150-200 kilo minder per zeug per jaar te moeten voeren dan landelijk. De zeug gaat bijna fluitend naar de acht worpen.

Alles ondergeschikt aan rendement

Zo heeft iedere varkenshouder natuurlijk zijn eigen argumenten om voor het een of het ander te kiezen. De keus wordt in de toekomst echter steeds meer door anderen gemaakt, of we dat nu leuk vinden of niet. Na het recente onderzoek naar groepshuisvesting is onomstotelijk vast komen te staan dat er geen slechte systemen meer zijn. Het heeft ook aangetoond dat vier weken wachtstand onnodig is. Daarmee zal dat op termijn ook wel verboden worden. Dat zijn niet mijn woorden of wensen, maar onderzoek waaraan Sterksel, LTO en NVV zich verbonden hebben, gezien de gezamenlijke presentaties hiervan.
Invoering hiervan is ook niet erg, wanneer er eindelijk weer eens wat verdiend wordt. Alle eisen en modes op het vlak van welzijn, gezondheid en milieu zijn zwaar ondergeschikt aan de enige belangrijke: rendement.

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Paul Jansen

    Johnny, je laatste twee zinnen: Invoering hiervan is ook niet erg, wanneer er eindelijk weer eens wat verdiend wordt. Alle eisen en modes op het vlak van welzijn, gezondheid en milieu zijn zwaar ondergeschikt aan de enige belangrijke: rendement.==== In de huidige situatie waarbij het laagste kostprijsdenken de boeren in de wurggreep blijft houden gaat hier niets aan veranderen. Maak je producten kijk je van boer via verwerker naar de consument die het koopt. In het ster(ren)systeem moet je het omdraaien. Hier gaat het over productiemethode. Verplaats je in de consument en bijv dierenbeschermingsorganisaties en stel dan de vraag: hoe wil die consument dat ik mijn dieren houdt? Daar ligt de kans om in het sterconcept uit de race van het laagste kostprijsdenken te komen. Retro-innovatie, waarmee ik wil zeggen dat je met huidige technieken en kennis varkens gaat houden op een manier zoals consumenten het graag zien. Stap terug uit de industrialisatie in de varkenswereld. Vrij invulbaar door boeren zelf. Belangrijk is het gegeven dat mensen zich steeds meer af gaan zetten tegen grootschalige structuren en dit in vrijwel alle maatschappelijke ontwikkelingen.

  • no-profile-image

    boerin

    Graag zien en er voor betalen. Dan is de consument zeer hypocriet.

  • no-profile-image

    jonge

    Hallo Johnny, goede column, en genoeg stof tot inhoudelijke discussie. Kies je bijvoorbeeld voor een wat stevigere zeug die zeer makkelijk voer op neemt kun je met de aantallen biggen die jij opnoemt natuurlijk ook makkelijker meer dan tien tomen halen met instandhouding van een goed uier. Natuurlijk is dit niet in het belang van de fokkers, maar net als in de melkveehouderij wel duurzamer, daarnaast hebben deze typen zeugen ook vaker minder last van doorligplekken.

Of registreer je om te kunnen reageren.