Redactieblog

193 x bekeken

Focus fosfaatreductie veehouderij ligt bij rundvee en varkens

Een verordening moet ervoor zorgen dat alle veehouders en veevoerleveranciers gaan bijdragen aan fosfaatreductie in de veehouderij.

De fosfaatproductie in Nederland mag in 2015 125 miljoen kilo zijn. Dat ligt nu op 175 miljoen kilo. De reductiedoelstelling is duidelijk: 50 miljoen kilo fosfaat. Door gebrek aan een economische prikkel of een wettelijk basis, hebben Nevedi en LTO Nederland een akkoord bereikt over een verordening op dit gebied.

De verordening richt zich in eerste instantie op de rundveehouderij en de varkenshouderij. Voor de rundveehouderij geldt dat voor alle rundveevoeders een plafond wordt ingesteld voor fosfaatgehaltes in de voeders. De hoogte van deze plafonds wordt door deskundigen uit de veehouderij en de veevoerbranche vastgesteld. “We zien dat melkveebedrijven die mee doen met de bedrijfsspecifieke excretie aanmerkelijk efficiënt werken met fosfaat”, zegt directeur Henk Flipsen van Nevedi. Om de bijdrage aan fosfaatvermindering in de rundveehouderij te vergroten, is de veevoerbranche bereid om normen te stellen voor het fosfaatgehalte in het voer.

In de varkenshouderij wordt breder gekeken dan alleen het voer. Voor deze diersoort zijn er al voeders met lagere fosfaatgehalten beschikbaar. “In de varkenshouderij gaan we op basis van de stalbalans het fosfaatefficiëntieniveau vaststellen. Ook hier worden vervolgens normen gesteld. De varkenshouder kan vervolgens zelf kiezen welke middelen hij inzet om tot deze efficiëntie te komen. Dat kan door het aankopen van voer met een lager fosfaatgehalte, maar het kan bijvoorbeeld ook door mestverwerking”, legt Flipsen uit.

Het is te verwachten dat de veevoeders met lagere fosfaatgehaltes duurder zijn. “Prijsverhoging is logisch. Maar het kan op bedrijfsniveau de goedkoopste oplossing zijn om de fosfaatproductie te verlagen”, legt Flipsen uit.
Hij benadrukt het belang van de samenwerking met LTO op dit dossier, waarbij ook andere organisaties als de NVV, NMV en de overleggroep voor producenten van natte veevoeders, OPNV, bij betrokken zijn. “De politieke druk op dit dossier is hoog. Als we het fosfaatoverschot niet zelf oplossen, zal het vanuit overheidswegen via intrekken van dierrechten gaan gebeuren”, aldus Flipsen. 

“Dit is de eerste stap. We moeten gezamenlijk aan een oplossing werken voor het fosfaatoverschot in de Nederlandse veehouderij. Door deze verplichting nu te stellen zetten we de eerste stap”, aldus een woordvoerder van LTO Nederland. “We streven naar een grondgebonden fosfaatproductie. Dit kan door verplichte mestverwerking van de mest die niet op het bedrijf plaatsbaar is, vermindering van fosfaataanvoer via het voerspoor of door aankoop van grond of minder dieren te gaan houden”, legt LTO uit.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.