Commentaar

106 x bekeken laatste update:17 feb 2012

Kopie van De laatste big is niet heilig

De biggensterfte kan alleen omlaag als daar een economische basis voor is.

Wat betreft biggensterfte in Nederland is er weinig verschil van mening: die is te hoog en moet omlaag. Het dispuut spitst zich toe op hoever en ten koste van wat de sterfte omlaag moet. Minister Gerda Verburg van LNV, om met haar te beginnen, is behoorlijk geschrokken van de grote aantallen biggen die voortijdig sterven. Ze wil weten hoe het Ierse zeugenhouders lukt om op een sterftepercentage van 9,9 te komen. In Nederland is dat percentage 12,8.

De varkenshouder vindt ook dat de sterfte omlaag moet. Ook zonder praten over de intrinsieke waarde van iedere big telt voor hem dat elke gespeende big winst is. Zijn handel is gezonde, levenslustige biggen afleveren. Hoe meer dat er zijn, hoe liever het hem is.
Ook Varkens in Nood, de Partij voor de Dieren et cetera vinden dat varkens zodanig moeten worden gehouden dat er veel minder doodgaan tussen geboorte en spenen.

Alleen tekent zich hier een onoverbrugbare kloof af. De miljoenen doodgeboren en vroegtijdig gestorven biggen blijven er miljoenen, ook als daar door fokkerij of beter management één of twee procentjes afgaan. Echt tevreden zal de dierenwelzijnlobby zomaar niet zijn. Op dit punt al helemaal niet, al werden alle Nederlandse varkens biologisch gehouden. De biggensterfte in de biologische varkenhouderij ligt namelijk op zo’n 20 procent, één op de vijf haalt de mesterij niet.

Voor de varkenshouderij rest niet veel anders dan doorgaan op de ingeslagen weg. Zoveel mogelijk goede biggen tegen een zo laag mogelijke kostprijs aanbieden aan de mesterij. Maar de uitval kan niet ten koste van alles beperkt worden. Wie veel uren uittrekt om een big van €40 te redden, houdt het niet lang vol in een sector met kleine marges. Dat gaat nog meer spelen, naarmate varkensbedrijven groter worden en meer eigen arbeid vervangen door vreemde, betaalde arbeid.

De laatste big is niet heilig.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.