Redactieblog

79 x bekeken

Varkens of industrie

Er is veel weerstand tegen de mega-varkensbedrijven die hier en daar van de grond willen komen.

Onder vriendelijke – waarschijnlijk door een reclamebureau bedachte – namen als Family Farmers en Gezinsbedrijf Plus komen er plannen naar buiten voor bedrijven van zo’n 20.000 mestvarkens. De commentator van het Agrarisch Dagblad noemt deze omvang zelfs on-Nederlands en roept op tot zelfbeheersing om maatschappelijke weerstand te voorkomen.
Schaalvergroting in de veehouderij is echter niet te stuiten. Van een ondernemer mag men eigenlijk ook geen zelfbeheersing verwachten. Het is de maatschappij die de grenzen zal moeten stellen. Die grenzen liggen niet zozeer in de omvang van de bedrijven. Wat maakt het tenslotte uit of 20.000 varkens gehouden worden door 20 familiebedrijven of dat dezelfde veestapel onder leiding staat van een enkele directeur-groot-aandeelhouder?
De te trekken grenzen hebben vooral betrekking op ruimtelijke ordening en milieu. En vanuit beide gezichtspunten is het onbegrijpelijk dat voor de vestiging van dit soort bedrijven nog steeds naar het buitengebied wordt gekeken. Qua stank en ammoniak mag het tegenwoordig meevallen , maar qua geluid, verkeer en dergelijke valt het zeker niet mee. Het ziet er ook niet meer uit als landbouw. Landbouwontwikkelingsgebieden zijn zo eigenlijk gewoon industrieterreinen geworden, zonder dat daar van te voren fatsoenlijk over is nagedacht. Clusters van grote intensieve veehouderijbedrijven moeten niet worden behandeld als landbouw, maar als industrie. Deze bedrijven moeten op industrieterreinen worden gevestigd of, als daar geen ruimte is, moeten nieuwe terreinen voor worden aangewezen.
Het grote voordeel van vestiging in het buitengebied – goedkope grond – valt weg. Misschien dat deze ondernemer zich daardoor vanzelf al op Oost-Duitsland richt. Ook prima.

Of registreer je om te kunnen reageren.