106 x bekeken

Aanwas in kwaliteit

De apriltelling geeft aan dat de fokstapel in de varkenshouderij is gekrompen. Het duidt op schaalvergroting en veranderd management, minder op krimpend aanbod.

Boer Jan waar ik vanmorgen koffie dronk houdt van het buitenleven. Zijn enthousiasme voor het vak wordt ook gedeeld door zijn drie zoontjes, van 4, 7 en 9 jaar. Gevraagd wat ze later willen worden hoefden ze echt niet na te denken. Het klonk in koor: ,,Gewoon…boer!”
Dat belooft iets voor de toekomst, maar over het geheel genomen loopt het helaas niet storm met de belangstelling van de jeugd voor de agrarische sector.

Apriltelling: opnieuw minder varkens

Daar moest ik aan denken toen ik de cijfers van de apriltelling voor mijn neus kreeg en zag dat er weer minder varkens zijn dan vorig jaar. Het geldt vooral voor de fokstapel: minder zeugen (-3,6 %) en vooral minder dekberen (-37,5 %). Voeg die gegevens bij de al bekende schaalvergroting in de varkenshouderij en bij de sterke toename van het aantal verkochte doses sperma door de k.i.-stations en het beeld wordt duidelijk: de druk op het ondernemerschap van de boer neemt toe. Hij stoot onrendabele arbeid af. De echte managers blijven over. Wie dus nog wil toetreden tot het edele vak van varkenshouder moet van goede huize komen. Wie zich wil handhaven doet er goed aan zich te concentreren op niet alleen kennis over de varkens, maar vooral op kostenmanagement.

Zeugenhouder presteert steeds beter

Merken we de teruggang van de stapel ook aan het aanbod op de varkensmarkt? Ik waag er aan te twijfelen. Ten eerste vermoed ik dat de krimp van de zeugenstapel minder is dan weergegeven. Belangrijker nog is de gemiddelde prestatie van de Nederlandse zeugenhouder: het aantal grootgebrachte biggen per zeug is de laatste jaren steeds weer verbeterd.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.