Commentaar

126 x bekeken

Tracking en tracing (2)

De varkensslachterijen kiezen voor een minder vergaand niveau dan waarmee de kalversector (Van Drie en Alpuro) werkt. In de varkenswereld zijn partijen vlees te traceren, bij het kalfsvlees tot op dierniveau.

Dat verschil is sterk ingegeven door kosten en opbrengsten. Varkensslachters kunnen er in ‘vredestijd’ geen plus op scoren, de kalversector wel. En tijdens een calamiteit heeft het bij de varkens geen enkel nut.
Iemand uit de vleeswereld vertelde me recent dat heel veel afnemers van karbonades, filets en andere lekkernijen geeneens een goede tracking en tracing willen. Want als bekend is dat het varken van boer Jan, met te veel dioxine erin, in de vitrine ligt bij supermarkt Y in Utrecht, moét die supermarkt een recall uitvoeren. En dat kost de retailer twee keer geld. Ten eerste het werk om de recall uit te voeren en daarmee gepaard gaand een verlies aan omzet. Ten tweede dreigt imagoschade, want de consument vraag zich af of hij de volgende keer wel de inkoper vertrouwen kan. En omdat goedkoop vlees dé trekker is bij consumenten om van supermarkt te veranderen, hebben de retailers een broertje dood aan recall van vlees dat ze merkloos, dus zeg maar als huismerk, verkopen.

Tracking en tracing bij deelstukken is helemaal lastig. Retailers en verwerkende industrie werken met meerdere toeleveranciers. Hun productie houdt geen rekening met het gescheiden houden van de partijen vlees die de toeleveranciers aanleveren. Karbonades van verschillende slachterijen liggen daardoor in het winkelschap gebroederlijk samen op hetzelfde schaaltje. Hetzelfde geldt ook voor kalfslapjes bereid uit deelstukken. Daarmee is tracking en tracing op de deelstukken al helemaal een utopie.

Of registreer je om te kunnen reageren.