Commentaar

114 x bekeken

Lesje rekenen

Ik ben geen rekenwonder. Maar zelfs ik had al in het snotje dat áls het fout zou zitten, het de varkens op een kleiner mestbedrijf zou betreffen. Een bedrijf dat rechtstreeks betrekt van Bouman dus.

Want Steijn voeders en Vleuten voeders leveren met name aan de grote zeugenhouders in Zuid-Oost Brabant. Hun voer voor kraamzeugen heeft namelijk de faam probleemoplossend te zijn. Meer melk onder de zeug en vlotte biggen.
Veel mesters met zo’n 400 vleesvarkens doen lang met hun voer. Ze willen allemaal de 16-tons bulkkorting binnenslepen. Silo’s hebben immers nauwelijks jaarkosten, de 16-tons bulkkorting weegt meer dan op tegen het renteverlies over het voer. Daardoor bestellen de kleinere vleesvarkenshouders bijna standaard voor vier weken voer.

De nu zwaarste vleesvarkens vraten rond begin december 2,5 kilo per dag, dus in totaal 70 kilo dioxinehoudend voer. De dioxine erin zit uiteindelijk in 90 kilo karkas.
De grote zeugenhouders bestellen wekelijks voer. Dat betekent dat de grootste vreters, de kraamzeugen, maximaal 7 dagen keer 8 kilo is 56 kilo dioxinehoudend voer vraten. Vanwege het hogere dioxinegehalte kregen zij ongeveer net zoveel dioxine binnen als de vleesvarkens hierboven. Een deel van de dioxine is echter direct via het melkvet over 13 zogende biggen verdeeld,een ander deel is opgeslagen in het vet van de zeugen. Die hebben daar veel meer kilo’s van, het slachtgewicht is het dubbele van de vleesvarkens. Kort door de bocht: het grootste risico is op een klein mestbedrijf, een veel kleiner risico is er op de zeugenbedrijven.

Of registreer je om te kunnen reageren.