Varkenshouderij

Achtergrond 2509 x bekeken 1 reactie

Zo bepaal je het juiste moment voor inseminatie

Het herkennen van de stareflex is essentieel bij de bepaling van het juiste inseminatiemoment. 3 zeugenhouders vertellen over hun werkwijze.
1. Gerda Coenen: ‘Kijken, kijken en nog eens kijken, en streng zijn’   
2. Peter Druijff : ‘Goed kijken en durven wachten’
3. Thijs en Jos ter Huurne: ‘Minder missers dankzij cijfersysteem’

“Het begint allemaal met een goede waarneming. Door goed te kijken, zie je wanneer een zeug het toestaat gedekt te worden. Het gedrag en de kop van de zeug geven de kwaliteit van de stareflex weer.” Dat zegt Anton Oudenampsen, reproductiespecialist bij Topigs Norsvin. In navolging van de stip-en-streepmethode ontwikkelde hij een cijfersysteem om het precieze stadium van de stareflex te beoordelen. Aan de hand van de activiteit van de stareflex wordt de zeug becijferd met een 2, 4, 6, 8 of een 10. Hoe hoger het cijfer, hoe beter de stareflex.

‘Soms wordt rücksichtslos 2 keer geïnsemineerd’

“Deze werkwijze is een stuk nauwkeuriger dan het stip-en-streepsysteem”, aldus Oudenampsen, die de kenmerken van de verschillende stadia van de stareflex definieerde.

Oudenampsen adviseert zeugenhouders zo nu en dan samen met een reproductiespecialist te insemineren, om een hoger afbigpercentage te realiseren en dus het aantal terugkomers te verminderen. “Een zeug is geen machine. Je moet goed kijken. Soms wordt rücksichtslos 2 keer geïnsemineerd.”

Werken met een zoekbeer is wat Oudenampsen betreft een must. 3 zeugenhouders vertellen hoe zij te werk gaan bij het bepalen van het inseminatiemoment.


1. ‘Kijken, kijken en nog eens kijken, en streng zijn’

Gerda Coenen werkt sinds begin dit jaar met het cijfersysteem.

Bij mts. Coenen waren ze jarenlang gewend om met de stip-en-streepmethode te werken. Begin dit jaar stapten ze over op het cijfersysteem. “Dat bevalt heel goed. We gaan nu een stuk nauwkeuriger te werk”, aldus Gerda Coenen.

Bij de overgang op een andere werkwijze gingen de varkenshouders niet over één nacht ijs. Ze bezochten een informatieavond over de bepaling van het juiste inseminatiemoment en deden een beroep op de kennis van reproductiespecialist Jan Verheijden van Topigs Norsvin. “We zijn een begeleidingstraject aangegaan en hebben onze aanpak verfijnd.”

Gerda Coenen
Foto: Bert Jansen

Naam: Gerda Coenen (39) 
Plaats: Montfort (Limburg)
Bedrijf: Gerda en Ronald Coenen houden 600 zeugen.

Het bedrijf is bijna gesloten, met 6.500 vleesvarkens op nabijgelegen locaties. 30,5 gespeende biggen, een afbigpercentage van 89 %, en 7 % terugkomers.

Weeksysteem

Mts. Coenen werkt met een weeksysteem. Insemineren gebeurt op zondag, maandag en dinsdag. De dekstal is ingericht met het Date Gate-systeem. “De beer gaat tweemaal daags langs de zeugen”, vertelt Gerda Coenen. Op zondagochtend maakt ze haar eerste controleronde, waarbij ze scherp let op de stareflex. “Het is kijken, kijken en nog eens kijken. Ik ben streng. De stareflex moet optimaal zijn. Alleen dan ga ik over tot insemineren.” Voorheen gebruikte Coenen een dekbeugel om de stareflex te bevorderen. Dat is verleden tijd. “Dat zorgde in feite voor een vertekend beeld.”
Artikel gaat verder onder de foto‘s

"De stareflex moet optimaal zijn. Alleen dan ga ik over tot insemineren", aldus Gerda Coenen. Bij deze zeugen is dat het geval. - Foto: Bert Jansen
"De stareflex moet optimaal zijn. Alleen dan ga ik over tot insemineren", aldus Gerda Coenen. Bij deze zeugen is dat het geval. - Foto: Bert Jansen

Aantal overseminaties met 25% gedaald

In de praktijk komt het er bij Coenen op neer dat het gros van de dieren op maandag wordt geïnsemineerd. “Maar dat doe ik uitsluitend aan de hand van de cijfers”, zo zegt ze. Het aantal overinseminaties is met 25% gedaald. “Ik durf te wachten op het juiste moment. Overinsemineren doe ik alleen als het cijfer van de stareflex na de eerste inseminatie gelijk of hoger is.”

Ze hoopt dat de nieuwe werkwijze leidt tot minder terugkomers, een hoger afbigpercentage en grotere tomen. Maar niet ten koste van alles. “Dierenwelzijn staat bij ons voorop.”


2. ‘Goed kijken en durven wachten’

Peter Druijff vertrouwt het insemineren toe aan zijn medewerker Mario van de Krol.

“Door goed te voeren proberen we het gewichtsverlies in de kraamstal te beperken. We willen dat de zeugen een positieve energiebalans hebben. Daar sturen we op.” Medewerker Mario van de Krol weet dat het succes in de dekstal deels afhangt van de kraamperiode. “Daarbij hebben we een goed ingerichte en verlichte dekstal, waar we genoeg flushvoer kwijt kunnen aan de zeugen.”


Foto: Henk Riswick

Naam: Peter Druijff (55) 
Plaats: Voorthuizen (Gelderland) 
Bedrijf: 500 zeugen en 2.000 vleesvarkens

Druijff werkt met een traditioneel weeksysteem. In 2017 waren er 32,9 gespeende biggen per zeug per. Het aantal terugkomers was 7%. Het afbigpercentage was 90%.

Na het spenen op donderdagochtend wordt de berigheid in de dekstal tweemaal daags gecontroleerd en gestimuleerd. Dat gebeurt met behulp van het zogenoemde Date Gate-systeem. 2 beren worden op automatische wijze langs de zeugen geleid. “Een betrekkelijk eenvoudig systeem, dat voor veel arbeidsgemak zorgt”, aldus Van de Krol.

Voor de bepaling van het juiste dekmoment werken Peter Druijff en Mario van de Krol met het cijfersysteem. Op zondag noteert Peter Druijff aan het einde van de dag de eerste cijfers. Op maandag neemt medewerker Mario van de Krol het van hem over.

Het Date Gate-systeem maakt de berigheidscontrole voor Mario van de Krol - medewerker op het bedrijf van Peter Druijff - een stuk makkelijker. - Foto: Henk Riswick
Het Date Gate-systeem maakt de berigheidscontrole voor Mario van de Krol - medewerker op het bedrijf van Peter Druijff - een stuk makkelijker. - Foto: Henk Riswick

Extra opletten bij gelten

Een groot voordeel van dit cijfersysteem is dat je elkaars werk te allen tijden kunt overnemen, aldus Van de Krol. “Op zondag ziet Peter de eerste zeugen reageren op de beren. Op maandagochtend is de stareflex bij sommige zeugen optimaal. Deze dieren insemineer ik dan ’s middags al.” Overinsemineren van deze dieren gebeurt op dinsdag, 18 uur na de eerste keer.

Een deel van de zeugen wordt enkel op dinsdagmiddag geïnsemineerd. “Door goed te kijken en durven te wachten kan je het aantal overinseminaties beperken.” Met name bij gelten is het volgens hem extra opletten geblazen. “Bij deze dieren is de berigheid wat moeilijker in te schatten. Bij speenzeugen weet je vaak wel wat je kan verwachten.”

Van de Krol werkt nu 3 jaar bij Peter Druijff. Op andere varkensbedrijven heeft hij eerder ook geïnsemineerd. Dat leidde nooit tot problemen. “Volgens mij heb ik het aardig in de vingers”, aldus Van de Krol.


3. ‘Minder missers dankzij cijfersysteem’

De broers Thijs en Jos ter Huurne werken sinds oktober 2017 met het cijfersysteem. Ze zijn overtuigd geraakt van de werking ervan.

De broers Ter Huurne hebben de afgelopen jaren enkele belangrijke wijzigingen doorgevoerd in het dekmanagement op hun bedrijf. Lange tijd besteedden ze het insemineren uit. De risico’s op insleep van ziektes deed ze besluiten het insemineren zelf op te pakken. Ze spijkerden hun kennis bij op kennisavonden en kozen voor inseminatiebegeleiding van Varkens KI Nederland. Sinds najaar 2017 werken ze met het cijfersysteem voor de juiste bepaling van het dekmoment. “We hebben er een goed gevoel bij”, vertelt Thijs ter Huurne.

Thijs en Jos ter Huurne
Foto: Ronald Hissink

Naam: Thijs (36, links) en Jos (31) ter Huurne 
Plaats: Hengevelde (Overijssel) 
Bedrijf: Thijs ter Huurne heeft samen met zijn broer Jos een gemengd bedrijf met 1.200 zeugen en 140 melkkoeien.

Ze werken met een 2-wekensysteem en spenen 31,7 biggen per zeug per jaar.

De broers gaan in de dekstal nauwkeurig en gestructureerd te werk. In 3 dagen tijd lopen ze zesmaal met de zoekbeer langs de te insemineren zeugen. Dat gebeurt op vaste momenten, ’s ochtends en aan het einde van de dag. Door goed te kijken, lukt het de zeugenhouders het stadium van de stareflex te beoordelen. Op die manier kunnen ze gericht insemineren. “Het kost misschien iets meer arbeidstijd, maar het bespaart doses sperma”, aldus Thijs ter Huurne.

Bij Ter Huurne gaan ze gestructureerd te werk. Hier is te zien hoe Jos ter Huurne het stadium van de stareflex bij de zeugen in de dekstal beoordeelt. - Foto: Ronald Hissink
Bij Ter Huurne gaan ze gestructureerd te werk. Hier is te zien hoe Jos ter Huurne het stadium van de stareflex bij de zeugen in de dekstal beoordeelt. - Foto: Ronald Hissink

Rol van verandering management

Het werken met het cijfersysteem werpt zijn vruchten af. In het laatste kwartaal van 2017 is het aantal terugkomers met 3% gedaald naar 5,7% en het afbigpercentage is met 3% toegenomen naar 89,5%. Ter Huurne: “Ik zie de voordelen van deze werkwijze. We hebben minder missers. Maar ik wil en kan de verbeterde technische resultaten niet een-op-een toeschrijven aan de cijfermethode. We zijn vorig jaar ook overgestapt van een weeksysteem op een 2-wekensysteem. Die verandering in het management speelt zeker een rol.”

De dekstal van de broers Ter Huurne is ingericht met 107 boxen. Ze overwegen de inrichting aan te passen. Ze zijn enthousiast over het Date Gate-systeem. “Dat is een stukje automatisering, waar ik de voordelen van zie. Je kan er ideaal mee sturen. Misschien dat we nog dit jaar kiezen voor dit systeem.”

Eén reactie

  • Anton , bedankt voor al je goede werk in de Ki wereld We gaan je straks missen op de probleem bedrijven Ga vooral genieten van je welverdiende pensioen straks
    Theo Menting

Of registreer je om te kunnen reageren.