Varkenshouderij

Achtergrond 1187 x bekeken 1 reactie

Aandacht rond geboorte big loont

De uren rond de geboorte zijn het meest cruciaal in de kraamstalperiode. Extra arbeid en aandacht leiden in die fase snel tot een beter resultaat.

Voor een hoge biggenproductie is in het hele bedrijf maximale inspanning nodig, maar zeker ook in de kraamstal. Recentelijk vroeg Kasper Bekker, accountmanager vleesvarkens bij ForFarmers, daar aandacht voor bij de jaarvergadering van KI Twenthe. “Goede kraamstalzorg en biestvoorziening worden de komende jaren nog belangrijker op zeugenbedrijven.” Want als de huidige productielijn doorzet, gaat het aantal gespeende biggen per zeug omhoog naar 34 in 2025.

Verlaging uitval

De oproep van Bekkers staat niet op zichzelf. De afgelopen jaren is het belang van goed kraamstal-management regelmatig benadrukt. De opdracht van de sector om de uitval tot spenen te verlagen, werkt daarbij als een stok achter de deur. Voor een optimaal presterende kraamstal met veel gezonde biggen en een lage uitval moet alles piekfijn in orde zijn; van biestvoorziening tot klimaat en van conditie van de zeugen tot hygiëne. De lijstjes zijn bij de meesten wel bekend.

‘Er zijn nog te veel zeugenhouders die zich door de week laten leiden’.

Meeste winst direct na het werpen

Eigenlijk begint alles met de juiste mate (in uren), juiste moment en kwaliteit (aandacht) van kraamstalzorg. De meeste winst op dat gebied is te halen rondom en direct na het werpen. Daar wordt vaak het verschil gemaakt. Frank Haanschoten, zeugen- en biggenspecialist bij ForFarmers, benadrukt dat alles begint met structuur. “Er zijn nog te veel zeugenhouders die zich door de week laten leiden.”

Ook is het belangrijk dat de ondernemer of het personeelslid zich tijdens de belangrijke uren in de kraamstal 100% kan focussen op de zorgtaak. Haanschoten ziet in de praktijk goede voorbeelden waar mensen zich alleen op de kraamstaltaak hoeven te richten. Ze worden dus niet afgeleid door alle andere zaken die acuut aandacht vragen op het bedrijf.

Om arbeid optimaal in zetten is het belangrijk te weten wanneer de zeugen werpen. Het kan nodig zijn op minder courante tijden actief te zijn in de kraamstal. Foto: Peter Roek
Om arbeid optimaal in zetten is het belangrijk te weten wanneer de zeugen werpen. Het kan nodig zijn op minder courante tijden actief te zijn in de kraamstal. Foto: Peter Roek

Personeel en gezinsbedrijven

Geraadpleegde deskundigen zien geen fundamentele verschillen in managementniveau in de kraamstal tussen bedrijven met personeel of gezinsbedrijven die alles met eigen arbeid invullen. Op een groot bedrijf kan een kundig persoon in de kraamstal even goed werken als de ondernemer zelf. Een voordeel van personeel is dat mensen zich op één taak kunnen richten en een varkenshouder met allerlei dingen bezig is. Aan de andere kant maakt een varkenshouder zelf ’s avonds gemakkelijker nog een rondje door de kraamstal.

Tijdstip van werpen

Om arbeid optimaal te kunnen inzetten, moet eerst de behoefte helder zijn. Anita Hoofs, onderzoekster bij Wageningen Livestock Research, noemt als voorbeeld het tijdstip van werpen. Dat is ‘tijdstip nul’, waar naartoe wordt gewerkt en dat als startpunt geldt voor alle volgende acties in de kraamstal. “In de praktijk zijn de verschillen groot; op sommige bedrijven werpt het grootste deel van de zeugen ’s nachts en bij anderen juist overdag.”

Mogelijk spelen licht, rust en stress daarbij een rol; in de natuur wil een zeug zich afzonderen en in alle rust haar biggen op de wereld kunnen zetten. Als blijkt dat veel zeugen ’s nachts werpen, is het interessant om dan ook zorg ter plaatse te hebben. Er zijn varkenshouders die rondom de werpdagen zelf ’s nachts aan het werk zijn of hun personeel nachtdiensten laten draaien. Het is wel zaak om een balans te vinden tussen voldoende rust voor de zeugen en altijd aanwezig zijn om de benodigde zorg te geven.

Bewustwording en nascholing

Het kan zijn dat op een bedrijf voldoende arbeid aanwezig is, maar de kwaliteit ervan onvoldoende. Of er is te weinig besef waar de kritische punten precies liggen of welke individuele aandacht nodig is. In het kader staan de belangrijkste punten van aandacht beschreven. Dan moet de focus liggen op bewustwording en eventueel bijscholen. Dat geldt vanzelfsprekend voor personeel, maar ook voor de varkenshouder zelf als die in de kraamstal werkt. Op bedrijven met personeel is het belangrijk dat de ondernemer gemotiveerd is hierin te investeren, aldus Kees van Ramshorst, verkoopleider varkens bij Denkavit. “Pas als de varkenshouder dat zelf erkent, is het personeel te motiveren.” Hij noemt het belangrijk om te werken aan betrokkenheid. Dat kan bijvoorbeeld door één kengetal continu onder de aandacht te brengen en voortdurend de veranderingen bij te houden.

‘Het is altijd goed als mensen bewuster met arbeid bezig zijn’.

Arbeidsprotocollen

Arbeidsprotocollen kunnen helpen om een eenduidig, consequent kraamstalmanagement uit te voeren. Het gaat erom de processen vast te leggen en de acties die nodig zijn. In een protocol staat omschreven wanneer wat moet gebeuren, maar ook aantallen zoals biggen of kilo’s voer. Een protocol is in principe gericht op uniformiteit en het voorkomen van fouten in het proces. Het geeft geen garantie voor individuele aandacht voor dieren of om met fingerspitzengefühl het verschil te maken. Toch ziet Van Ramshorst dat een goed doordacht protocol bijdraagt aan meer kennis en kunde van medewerkers. “Het is altijd goed als mensen bewuster met arbeid bezig zijn.”

Bij een gemiddelde biggenprijs en arbeidskosten mag 8 minuten per toom of 30 seconden per big extra aan tijd worden gespendeerd om de uitval met 1% te doen zakken.

Investering terugbetaald

Als blijkt dat op kritische momenten te weinig arbeid met bijbehorende aandacht beschikbaar is, kan het nodig zijn arbeid anders te verdelen. Ook kan blijken dat extra externe arbeid nodig is. De berekening wat extra arbeid mag kosten, is volgens Hoofs van Wageningen Livestock Research gemakkelijk te maken. Bij een gemiddelde biggenprijs en arbeidskosten mag 8 minuten per toom of 30 seconden per big extra aan tijd worden gespendeerd om de uitval met 1% te doen zakken. Voor een bedrijf met 800 zeugen is dat circa 250 uur per jaar. Daarbij geldt dat verlaging van de uitval van 17 naar 16% gemakkelijker en sneller is gerealiseerd dan van 13 naar 12%.

Hoofs: “Ieder bedrijf is uniek en moet op basis van ‘meten is weten’ bepalen of meer arbeid of een verschuiving in de arbeidsinzet over de dag rendabel is.” Dus arbeid op die momenten dat het echt nodig is, rondom en net na het geboorteproces.

In de eerste uren na de geboorte is rust belangrijk. De biggen moeten dan biest van de eigen moeder kunnen drinken. Overleggen en behandelen komt pas later. Foto: Henk Riswick
In de eerste uren na de geboorte is rust belangrijk. De biggen moeten dan biest van de eigen moeder kunnen drinken. Overleggen en behandelen komt pas later. Foto: Henk Riswick

‘Vrouwen iets beter in kraamzorg’

Haanschoten van ForFarmers heeft goede ervaringen met inzet van tijdelijke arbeidskrachten die zich alleen met zorgtaken in de kraamstal bezighouden. Deze mensen zijn een paar ochtenden per week een paar uur op het bedrijf, rondom de geboortes en de eerste uren daarna. Dat hoeven echt geen ervaren rotten in het vak te zijn. Integendeel; Haanschoten ziet in de praktijk dat mensen met weinig ervaring in de varkenshouderij zich tot hele waardevolle kraamstalmedewerkers ontpoppen. “Dat kan de vrouw van de varkenshouder zijn, maar ook een moeder met schoolgaande kinderen die het leuk vindt.” Zonder te willen generaliseren, is zijn ervaring dat vrouwen over het algemeen iets betere kraamzorg leveren dan mannen.

Momenten voor individuele aandacht zeug en biggen

Rondom de geboorte is er een aantal cruciale momenten dat aandacht voor individuele zeugen en biggen is gevraagd. Een greep uit de maatregelen.

Voor de geboorte moet de afdeling schoon, droog en op temperatuur zijn. De algehele fitheid en gezondheid van de zeug zijn belangrijk, maar de focus ligt op de stuwing. Uiers moeten soepel zijn en zeker niet gestuwd. Fouten in de voeding leiden tot een incorrecte uierspanning.

Belangrijk is de voeding circa 24 uur voor werpen. Elke zeug is anders, dus het beste is om de uierspanning eenmalig tussen de 24 uur en 12 uur voor het verwachtte werpmoment te controleren en daar de voergift op aan te passen.

Het is goed te beseffen dat sprake is van een vertragingstijd: het voer dat een zeug nu vreet, is pas uren later door het maagdarmstelsel heen.

Tijdens de geboorte is het belangrijk het werpproces goed in beeld te hebben. Een te lange tijd tussen twee geboortes kan betekenen dat een big klem zit en de zeug moet worden opgevoeld. Tijdens het werpproces kunnen slappe biggen aan de uier worden gelegd. Splits een grote koppel in tweeën zodra de eerste biggen goed gedronken hebben.

Een speciale categorie zijn de biggen die zuurstofgebrek hebben gehad. Deze zijn gedesoriënteerd en zitten vaak stil in een hoekje. Zonder hulp vinden ze de speen van de zeug niet of te laat. Een vlot afbigproces is nodig om deze en andere problemen te voorkomen.

Na de geboorte kunnen zeugen nog steeds versuft zijn en te weinig drinken. Extra water verstrekken is dan nodig. Controleer biggen en zeugen consequent op activiteit en afwijkingen.

Zeugen die niet vreten of slecht omhoog komen, hebben mogelijk last van de uiers; controleer daarom de temperatuur van de zeug en toestand van de uier. Rust is belangrijk. Voer tijdig en correct de behandelingen uit.

Houd het klimaat in de gaten, zodat de voeropname hoog blijft. Hanteer een actief en consequent overlegbeleid om de aanwezige spenen maximaal te benutten. Zet eventueel pleegzeugen in.

Afhankelijk van de biest-/melkproductie en het aantal biggen kan het nodig zijn bij te gaan voeren. Het liggedrag van de biggen is bepalend voor de afstelling van de temperatuur in het biggennest.

Eén reactie

  • JKr

    Recentelijk vroeg Kasper Bekker, accountmanager vleesvarkens bij ForFarmers, daar aandacht voor bij de jaarvergadering van KI Twenthe. “Goede kraamstalzorg en biestvoorziening worden de komende jaren nog belangrijker op zeugenbedrijven.”
    Wordt het Kasper ook duidelijk dat er wat moet gebeuren voor de vleesvarkensbedrijven. Hij verteld hier feitelijk dat de vermeerderaars tekort schieten en dat er teveel ondereind zit bij de geleverde biggen, kan hij wel eens gelijk in hebben Die laatste biggen worden er doorheen gesleept en bij de vleesvarkenshouder vallen ze weer stil, met als gevolg slijter.

Of registreer je om te kunnen reageren.