Varkenshouderij

Achtergrond 2864 x bekeken 4 reactieslaatste update:13 nov 2017

‘Door te sturen op voerwinst is nog veel te verdienen’

Vion-topman Frans Stortelder stimuleert varkenshouders meer te sturen op hun marge. Meer ketenproductie is volgens hem daarop het antwoord.

De structuurverandering in de varkenshouderij gaat in steeds hoger tempo, denkt Frans Stortelder. Dat leidt tot steeds meer ketenproductie. Stortelder vertelt dat Vion in 2010 startte met 1 ster Beter Leven-varkensvlees. Vijf jaar later ging het convenant met de retail van start, over het Varken van morgen. Begin dit jaar introduceerde Vion het vraaggestuurde marktconcept Good Farming Balance (GFB). Voor de komende jaren verwacht de Vion-topman dat in snel tempo meer ketens ontstaan in de varkenshouderij, zoals diens Good Farming Balance.

De toekomst: ketenproductie

De tijd is daar rijp voor. Ketenproductie verkleint de kloof tussen de varkenshouder en eindafnemer. Slechts een kwart van het varkensvlees bereikt de consument als vers vlees. De varkenshouders die voor de retail produceren zijn al nauw betrokken bij hun afnemer. Zij krijgen ook bezoek op hun bedrijf van afnemers, betoogt Stortelder. De overige driekwart van het varkensvlees is bestemd voor de vleeswarenindustrie. Daar zitten veel internationale afnemers achter die allemaal verschillende producten vragen.

Frans stortelder (58), COO van de divisie pork bij Vion Food Group. Stortelder werkt sinds begin 2015 bij Vion. Hij is mede aangenomen om de verwaarding van het varkensvlees een impuls te geven. - Foto: Peter Roek
Frans stortelder (58), COO van de divisie pork bij Vion Food Group. Stortelder werkt sinds begin 2015 bij Vion. Hij is mede aangenomen om de verwaarding van het varkensvlees een impuls te geven. - Foto: Peter Roek

Vion wil met ketenproductie varkens kopen die meer zijn toegesneden op de diverse industriële afzetkanalen en daar dan concepten voor ontwikkelen. Een voorbeeld is het onlangs gelanceerde concept voor drooghammen voor Italië, Robusto. Zulke concepten zorgen voor binding tussen varkenshouders en hun afnemers, is de overtuiging van Stortelder, de geestelijk vader achter GFB.

Hoe heeft GFB zich ontwikkeld sinds de introductie?

“Wij ervaren dat Good Farming Balance goed is ontvangen door de varkenshouders. We hebben afgelopen maart 800 boeren ontvangen en hen uitgelegd hoe het programma in elkaar steekt en waarom we ermee beginnen. Naar verwachting valt eind 2017 de helft van de varkensaanvoer in Nederland onder een overeenkomst binnen Good Farming Balance. Uitgezonderd een calamiteit, zoals ziekte onder de varkens, leveren deze varkenshouders continu hun dieren aan ons.”

Een varkenshouder kan toch nog steeds de levering een week uitstellen, in afwachting van een hogere opbrengstprijs?

“Dat kan. We maken geen afspraken over de aantallen varkens op weekniveau. Niettemin willen wij de wekelijkse prijsdiscussie en het reageren op verwachte prijsmutaties wegnemen. Dat werkt contraproductief. Daarom hebben wij naast de weekprijs ook de Vion-prijsindexgarantie (PIG) en de Vion-langetermijnprijs (LTP). Met de PIG kom je als varkenshouder over een jaar genomen nooit tekort. Dit is een garantie, voor 40% gebaseerd op de Duitse prijs, en voor het overige op de varkensprijs in Denemarken, Spanje en België, elk land voor 20%. Als achteraf blijkt dat de mutatie van de Vion-notering gemiddeld lager is dan de gewogen gemiddelde mutatie in deze vier landen, krijg je er geld bij. Is onze mutatie hoger, dan heb je geluk als varkenshouder en mag je het verschil in eigen zak steken.”

Voor nabetaling moet er wel geld zijn?

“Klopt, dat komt goed. Als we moeten bijbetalen, gaan we dat zeker doen. Dat is immers de afspraak. De Vion-prijsindexgarantie (PIG) is objectief en transparant. Een varkenshouder kan eenvoudig zien of zijn varkens een concurrerende prijs opbrengen.”

Jullie plaatsen de varkenshouders in een benchmark?

“Ja, dat is juist, maar de varkenshouder blijft de ondernemer. Wat echt anders wordt met de prijsindexgarantie, is dat de varkenshouder niet meer naar de wekelijkse prijs hoeft te kijken; het prijsrisico is afgedekt. De aandacht verschuift naar maximalisatie van zijn voerwinst. Dat is een trendbreuk. Van die wekelijkse prijsdiscussie moeten we af. De varkenshouder die met PIG werkt, kan voortaan zijn aandacht richten op de dieren en verhoging van zijn voerwinst.

‘Ik schrik van het aantal longen en levers dat wordt afgekeurd’

Tot begin dit jaar werd geoptimaliseerd op de vierkante millimeter, van fokkerij tot aan het afleveren van de vleesvarkens. Alles was gericht op de juiste spier/spekverhouding en het aflevergewicht van de varkens. Met Good Farming Balance laten we dat los. De kortingsvrije grenzen voor het aflevergewicht zijn verruimd en een paar millimeter meer spek wordt in de aflevermodule Robuust juist beter betaald, in plaats van dat we korten op de opbrengstprijs van de boer. Hierdoor wordt de stalbezetting beter en kan de varkenshouder zijn voerregime aanpassen. Ik ben van mening dat vooral in de afmestfase van de varkens onnodig duur voer wordt verstrekt. Dat kan vaak veel goedkoper. Voor grote stallen is all-in-all out interessant met onze aflevermodules. Dit komt de diergezondheid ook ten goede.”

Is een verbetering van de diergezondheid nodig?

“Ja, zeker wel. Als ik aan de slachtbaan ben, schrik ik van het aantal longen en levers dat wordt afgekeurd. Dan blijkt hoeveel longen zijn verwijderd van de karkassen. Ik ben geen dierenarts, maar een longontsteking kost zomaar € 10 per varken door lagere groei, hogere voerkosten en medicijnkosten. Een varkenshouder wil het hoogste rendement. Dat is normaal. Door te sturen op hoogste voerwinst is nog veel geld te verdienen. Iedere varkenshouder zal moeten kijken welke aflevermodule en betaalwijze voor hem het beste is. Dat blijft uiteindelijk aan hem of haar. Ik denk dat het pijn doet aan de ogen als je ziet hoeveel geld blijft liggen doordat stalbezetting ondermaats is, te duur voer wordt gevoerd en de diergezondheid tegenvalt. Dit komt doordat te veel wordt gefocust op het leveren van magere, uniforme varkens. Ik vergelijk het wel eens met darten. Alle pijltjes worden zoveel mogelijk op dat ene punt gemikt, de bulls eye.”

Hoe staat het ervoor met de langetermijnprijs?

“Daar wordt aan gewerkt. Aan de afzetkant zijn we in staat prijsrisico’s af te dekken. Vooral met de export naar landen buiten Europa wordt gewerkt met contracten met een looptijd van 3 tot 6 maanden. We zijn nu met een groep van 30 varkenshouders die in september is gestart met een cursus risicomanagement. Zij leren in 5 dagdelen de principes van risico’s afdekken. Het is meer dan alleen de verkoopprijs vastleggen. Het is minstens zo belangrijk dat de varkenshouder aan de inkoopzijde ook prijsafspraken maakt als hij kiest voor een langetermijnprijs voor (een deel van) zijn varkens. Als je de prijs van het voer en biggen niet afdekt, maar wel de verkoopprijs van de varkens, zijn de risico’s nog groter dan niks doen en de varkens op de weekprijs blijven verkopen. De bedoeling is dat de cursisten na afloop van de training gaan werken met onze Vion-langetermijnprijs. Ik zie echt toekomst in de LTP en PIG. Nu al kiest 90% van de varkenshouders in GFB ervoor de varkens af te rekenen op basis van de Vion-PIG. Het probleem van de varkensprijs zit niet zozeer in het gemiddelde, maar in de dip. Met een langetermijnprijs hef je dat probleem op. Wij verwachten op termijn 20 tot 40% van de varkens in te kopen voor een langetermijnprijs, van minimaal 3 maanden tot een half jaar.”

Waarom staan varkenshouder anno 2017 wel open voor nieuwe afrekenmodules?

“Simpelweg omdat de tijd er nu rijp voor is. De financiële en maatschappelijke druk op de varkenshouderij groeit. Dit maakt de acceptatie van GFB nog groter. Maar het zorgt er ook voor dat nieuwe afrekenmodules ingang vinden bij boeren. Mijn ervaring zegt ook dat varkenshouders het belangrijk vinden deel uit te maken van een keten. Het geeft veel meer drive en trots als je weet waar je bij hoort en wat er met je product gebeurt. Je bent geen varkenshouder, maar voedselproducent. Zo’n product als de Robusto-hammen verkleint de afstand tussen varkenshouder en de eindafnemer in de keten.

Zit in deze ketens de toekomst voor de Nederlandse varkenshouderij?

“Voor veel varkenshouders wel, denk ik. Sommigen redden het zonder een LTP of PIG. Wij denken dat GFB goed draait en we een goede prijs betalen. Zo niet, dan gaan de varkens de export in. Ik zie in de afzet en verwaarding van varkensvlees nog grote mogelijkheden om meer geld uit de markt te halen. De Denen gingen ons altijd voor op de internationale vleesmarkt. Vion zit inmiddels op vrijwel alle mondiale markten waar varkensvlees wordt gegeten. De intrinsieke waarde van ons vlees is gewoon goed. We komen nu héél dichtbij de Denen op de internationale varkensvleesmarkt. Nederland is niet het goedkoopste land om varkensvlees te produceren, maar aan de afzetkant doen wij echt in de eerste liga mee. Door EU-regelgeving wordt het speelveld in Europa overigens meer gelijk. Alle maatregelen die we nu nemen, moeten ervoor zorgen dat Vion weer een gezond renderend bedrijf wordt. De marges vind ik nu nog te mager. Daar is de hele directie het over eens. Maar we zijn op de goede weg.”

Leer hoe u varkensziekten buiten de deur houdt tijdens het Symposium Hogere Varkensgezondheid, op 16 januari. Bent u er ook bij?

Laatste reacties

Of registreer je om te kunnen reageren.