Varkenshouderij

Achtergrond 1170 x bekeken

‘€ 25 per zeug per jaar besparen’

Voerleverancier GIJS introduceert de GIJS Massa Index (GMI). Een alternatieve methode om de conditie van zeugen te bepalen. Dat stelt zeugenhouders in staat om op maat te voeren. Daardoor besparen zij jaarlijks minimaal € 25 per zeug, stelt de voerleverancier.

Accountmanager Jeroen Koks legt uit hoe de GMI werkt.

Wat is er zo bijzonder aan jullie methode?

“De meeste voerleveranciers baseren hun voerschema’s op spekdikte en gewicht. Wij meten de spier- en spekdikte met een speciale scanner. Het verloop van de spek- en spierdikte geeft een beter beeld van de conditie van zeugen dan het gewicht. Uit onze metingen komt naar voren dat zeugen op sommige momenten spierweefsel afbreken, terwijl het gewicht niet verandert of zelfs toeneemt.”

Is afbraak van spierweefsel nadelig?

“Ja. Spierafbraak ontstaat door een energietekort bij de zeug. Dat is nadelig voor de voerefficiëntie en biestproductie, maar ook voor de ontwikkeling van de biggen in de baarmoeder. Door op deze momenten meer te voeren, voorkom je de afbraak van spierweefsel. En daardoor verbetert de biestproductie, vruchtbaarheid en levensduur van de zeug en de uniformiteit en vitaliteit van biggen.”

Volgens Jeroen Koks kunnen varkenshouders jaarlijks €25 per zeug besparen door nauwkeurig te voeren. - Foto: Ronald Hissink
Volgens Jeroen Koks kunnen varkenshouders jaarlijks €25 per zeug besparen door nauwkeurig te voeren. - Foto: Ronald Hissink

Je zegt dat je € 25 per zeug aan voerkosten bespaart, terwijl je meer gaat voeren. Hoe kan dat?

“Dat klinkt inderdaad tegenstrijdig. Alleen wanneer het nodig is, verhogen we de voergift. Door precies op maat te voeren, voorkom je onnodige spek- en spierafbraak. Hierdoor heeft de zeug minder kilo’s voer nodig om te herstellen. Het is de bedoeling om jojo-effecten van de spek- en spierdikte te voorkomen. In totaal gaan we minder voeren. Dat levert een besparing van minimaal € 25 per zeug op.”

Hoe vaak bepaal je de conditie van de zeugen?

“We zien nog te vaak dat opfokzeugen niet goed worden gevoerd. Daarom meten we in de opfok twee keer. Vervolgens meten we een aantal dieren rond de eerste inseminatie, daarna rond één maand dracht en als laatste meten we in de laatste fase van de dracht. Door dit steekproefsgewijs te doen wordt inzichtelijk op welke momenten de voergift niet aansluit bij de conditie van de zeug.”

Wegen is toch de trend, hebben fokkerijorganisaties wel cijfers voor spierdikte?

“Inderdaad, maar wegen alleen is niet de waarheid. Einde dracht kan het gewicht toenemen, terwijl de spierdikte afneemt. Wij meten tot op de ribben. Het is belangrijk om dit consequent op dezelfde plek te doen. Bij het uitlezen van de gegevens kun je checken of goed is gemeten. Zo’n apparaat is prijzig. Om hoeveel geld het gaat laat ik in het midden. Fokkerijorganisaties hebben gegevens over spierdikte niet paraat, maar hebben daar wel informatie over.”

Of registreer je om te kunnen reageren.