Varkenshouderij

Achtergrond 2936 x bekeken 8 reacties

Dure roep om meer welzijn met vrijloopkraamhok

De consument wil meer dierenwelzijn met het vrijloopkraamhok, maar de vraag is: wordt er een meerprijs voor betaald? En: het systeem staat nog in de kinderschoenen.

Elke zeugenhouder overweegt bij nieuwbouw of verbouw van de kraamstal of een vrijloopkraamhok op dit moment bij zijn bedrijfsvoering past. Maatschappelijke druk is er in elk geval wel. Europees en wereldwijd is het vrijloopkraamhok niet meer weg te denken. In Noorwegen, Zweden en Zwitserland is, weliswaar in een beschermde markt, het traditionele kraamhok met boxen al bij wet verboden. Engeland is al heel ver in de omschakeling naar vrijloopkraamhokken en in Denemarken heeft de sector het streven dat minimaal 10% van de zeugenhouders in 2021 gebruikmaakt van vrijloopkraamhokken.

Reden genoeg voor Nederlandse zeugenhouders om bij een nieuwe investering in een kraamstal goed over deze lastige keus na te denken. Maar de ontwikkeling van vrijloopkraamhokken staat nog in de kinderschoenen; het systeem is nog lang niet uitontwikkeld. Meer kennis is nodig om het tot een succes te maken.

Zeugenhouders zijn nog terughoudend in het investeren van een vrijloopkraamhok door hogere investeringskosten en exploitatiekosten. Foto: Ronald Hissink
Zeugenhouders zijn nog terughoudend in het investeren van een vrijloopkraamhok door hogere investeringskosten en exploitatiekosten. Foto: Ronald Hissink

Hinderpaal: hogere investering

De hogere investering voor het vrijloopkraamhok en de extra exploitatiekosten die het vrijloopconcept met zich meebrengt, weerhoudt een groot aantal zeugenhouders om de stap te wagen. Naar aanleiding van onderzoek met het Pro Dromi-kraamhok op VIC Sterksel heeft DLV Advies in 2014 berekend dat een vrijloopkraamhok een meerprijs heeft van € 900 per kraamhok. Wat zich doorvertaalt in een kostprijs van € 2 extra per big van 23 kilo. Als de meerkosten doorberekend worden naar een vleesvarken, zou een vleesvarken 3 cent per kilo meer moeten opbrengen.

Er is nog veel winst te behalen door goed management.

Extra oppervlakte

“De meerprijs van een vrijloopkraamhok zit vooral in de 1,5 tot 2 vierkante meter extra oppervlak die je nodig hebt voor een vrijloopkraamhok”, aldus Bart Hooijer van stalinrichter Verreijken-Hooijer. “De ontwikkeling van het vrijloopkraamhok is echter niet meer weg te denken”, aldus Hooijer, die aangeeft dat we er maar beter op voorbereid kunnen zijn. Niet alle ondernemers hoeven nu meteen voor een vrijloopkraamhok te kiezen. Dat is ook niet reëel, maar Hooijer vindt wel dat een ondernemer bewust moet kiezen voor een systeem, vrijloop of niet. Er is nog veel winst te behalen door goed management, wat lastig in euro’s is uit te drukken.

Er is meer onderzoek nodig om het vrijloopkraamhok te laten slagen. In Denemarken en Duitsland, zoals hier op proefbedrijf Futterkamp, worden grootsschalige proeven uitgevoerd. Foto: Henk Riswick
Er is meer onderzoek nodig om het vrijloopkraamhok te laten slagen. In Denemarken en Duitsland, zoals hier op proefbedrijf Futterkamp, worden grootsschalige proeven uitgevoerd. Foto: Henk Riswick

Uitval verminderen

Naast de hogere investeringskosten lijkt het uitvalspercentage ook een heikel punt te zijn voor de vrijloopkraamhokken. Onderzoek wijst uit dat in vrijloopkraamhokken de uitval hoger is, maar in de praktijk is er veel verschil te zien tussen zeugenhouders, net als bij traditionele kraamhokken. Verreijken-Hooijer wil met een groep Pro Dromi-gebruikers de harde cijfers boven water halen via een platform waarin alle gegevens worden verzameld. De gegevens worden dan weer meegenomen in de opleiding van nieuwe gebruikers om het vrijloopsysteem te optimaliseren. Een van de oplossingen voor het verminderen van de uitval in de kraamstal is een beweegbare vloer. Vandaar dat Verreijken-Hooijer momenteel deze vloer wil implementeren in het Pro Dromi-kraamhok.

Nog geen speciale marktafzet

De investeringskosten van een vrijloopkraamhok zal een zeugenhouder moeten terugverdienen door vitalere biggen te leveren en betere technische resultaten te behalen. Tot nu toe is er nog geen marktconcept waarin de meerkosten in de biggenprijs of in de vleesvarkensprijs uitbetaald wordt. Een concept met alleen vrijloopkraamhok blijkt lastig in de markt te zetten. De Dierenbescherming gaat geen apart keurmerk geven voor deelsystemen zoals het vrijloopkraamhok. Het Beter Leven-keurmerk zou daardoor minder duidelijk uit te leggen zijn aan consumenten.

Supermarkten geven aan dat ze de ontwikkelingen in de varkenshouderij nauwgezet volgen. Er moet wel een goede balans zijn tussen mens, dier en milieu. Foto: Joep van der Pal
Supermarkten geven aan dat ze de ontwikkelingen in de varkenshouderij nauwgezet volgen. Er moet wel een goede balans zijn tussen mens, dier en milieu. Foto: Joep van der Pal

Nieuw concept opzetten

Jaap de Wit jr. van slachterij Westfort heeft een duidelijke mening: “Een marktconcept met alleen de eis dat zeugen in een vrijloopkraamhok gehouden worden, is niet voldoende voor een geheel concept. Het concept ‘vrijloopkraamhok’ spreekt echter wel aan en is ook eenvoudig uit te leggen aan de consument. Maar een heel nieuw concept opzetten kost veel tijd en energie. Dat moet je zelf doen, dat kunnen ook een aantal varkenshouders zelf zijn.”

De POV geeft aan dat ze een faciliterende rol hebben in de ondersteuning van concepten. Zo is onlangs een subsidieregeling opengesteld: ‘Ondersteuning ketenconcepten varkenshouderij’.

Albert Heijn

Dat supermarkten nog geen vraag hebben, blijkt uit de reactie van Albert Heijn (AH). AH volgt de nieuwe ontwikkelingen in de varkenshouderij met interesse, maar heeft momenteel geen concrete plannen met vrijloopzeugen. In de supermarkt ligt voor het grootste deel varkensvlees met het Beter Leven-keurmerk met één ster. Dat heeft volgens AH te maken met prijs, aanbod en beschikbaarheid en de behoefte van de klanten.

Het vrijloopkraamhok valt nu onder het Beter Leven-keurmerk met twee of drie sterren. Bij twee sterren is een kraamhok voorgeschreven van minimaal 6,5 vierkante meter, waarin de zeug uiterlijk na vijf dagen vrij kan rondlopen. Het is niet ondenkbaar dat dit door maatschappelijke druk in de toekomst wijzigt, maar dan zal er wel voldoende onderzoek gedaan moeten zijn naar welzijn van de zeug versus welzijn van de biggen in het kraamhok.

Annechien ten Have is de huidige voorzitter van het netwerk 'vrijloopkraamstallen' en pleit voor meer geld voor onderzoek. Foto: Jan Willem Schouten
Annechien ten Have is de huidige voorzitter van het netwerk 'vrijloopkraamstallen' en pleit voor meer geld voor onderzoek. Foto: Jan Willem Schouten

Vrijloopkraamhok behoeft goede markt

Er is meer onderzoek nodig om het vrijloopkraamhok tot een groot succes te maken.

Als de Nederlandse consument meer dierenwelzijn wil, dan moet dit ook betaald worden, vindt Annechien ten Have, de huidige voorzitter van het netwerk vrijloopkraamhokken. Maar zo lang er geen concepten zijn waar het vrijloopkraamhok deel van uitmaakt, is de verwachting dat er geen uitrol komt van dit type kraamhok.

Het netwerk met Pro Dromi-gebruikers gaat verder onder de nieuwe naam ‘vrijloopkraamhokken’. Nieuwe gebruikers, ook met een ander merk vrijloopkraamstal kunnen zich aansluiten bij het netwerk.

Ten Have heeft een duidelijke mening over de ontwikkeling van de vrijloopkraamhokken. “Overal in de wereld kijkt men naar vrijloopkraamhokken, het is daarom voor Nederland ook belangrijk om hier informatie over te verzamelen en hierin voorop te blijven lopen. Dat verdient zich uiteindelijk wel weer terug. Maar hiervoor is wel geld nodig.” De subsidies vanuit provincies zijn versplinterd en hierbij geldt dat er een substantiële eigen bijdrage nodig is. Zeugenhouders die al geïnvesteerd hebben in een vrijloopsysteem hebben al veel extra geïnvesteerd. En vergeet niet de extra exploitatiekosten, zoals arbeid en uitval.

Voorlopers in de varkenshouderij

Ten Have vraagt zich af of de zeugenhouders die nu met een vrijloopkraamhok werken, de voorlopers in de varkenshouderij, ook nog alleen de kosten moeten dragen van het vervolgonderzoek. Om een vervolg te geven aan het onderzoek heeft het netwerk in de provincie Overijssel innovatievouchers ontvangen. Met deze cofinanciering wil het netwerk als eerste een start maken met de inventarisatie van de verschillen in hokuitvoering, klimaat en management. Tevens inventariseert het netwerk de knelpunten. Die knelpunten kunnen per varkenshouder verschillend zijn, maar kunnen ook als verschillend worden ervaren. “Dat willen we als eerste in beeld brengen.”

De volgende stap voor het netwerk is om de knelpunten op te lossen of verbeteringen aan te brengen in kleine testopstellingen. Voor deze fase is het netwerk nog op zoek naar financiering. Nu moet het geld uit POP3-middelen van de provincies komen en dat is volgens Ten Have naast een hele bureaucratie en ook is het lastig omdat de deelnemers uit diverse provincies komen.

Een andere mogelijkheid om investeringen in vrijloopkraamhokken te stimuleren, is volgens Ten Have dat er een landelijke subsidie komt. Zoals in Denemarken nu ook het geval is. Zolang er geen beloning of rendement in het voorruitzicht is, zal er weinig behoefte zijn onder zeugenhouders om in een vrijloopkraamhok te investeren.

Onderzoek naar welzijn zeug versus welzijn big

Een aantal varkenshouders heeft flink geïnvesteerd in een vrijloopkraamhok, maar om het systeem echt goed te laten slagen is er vervolgonderzoek nodig en hiervoor is geld nodig.
Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) geeft aan dat onderzoek naar vrijloopkraamhokken goed zou kunnen passen in de onderzoeks- en innovatieagenda die de belangenorganisatie samen met ketenpartijen aan het opstellen is. De financiële middelen hiervoor zullen bijeen moeten worden gebracht door EZ en het bedrijfsleven, bestaande uit partijen uit de hele keten.
Terwijl Nederland nog zoekt naar mogelijkheden voor verder onderzoek naar vrijloopkraamhokken, timmert het buitenland flink aan de weg. In Denemarken worden eind oktober de eerste resultaten gepresenteerd van een proef met tien vrijloopkraamhokken op proefbedrijf Seges. Het onderzoek in Denemarken richtte zich onder meer op arbeidsgemak voor de boer, welzijn voor de zeug en de biggen en de stalhygiëne. Een vervolgonderzoek staat in de startblokken om onder meer het klimaat voor de zeug versus biggen te optimaliseren. Om de omschakeling naar vrijloopkraamhokken te stimuleren, ontvangen zeugenhouders in Denemarken € 940 subsidie per kraamhok als ze voor een vrijloopkraamhok kiezen.
Buurland Duitsland heeft € 2,7 miljoen geïnvesteerd in het nog lopende Inno-Pigs project, dat in 2015 opgestart is. Dit Duitse onderzoek test ook de technische resultaten zoals groei van de biggen en de biggenuitval in de verschillende vrijloopkraamhokken op de proefbedrijven Futterkamp en Wehnen.
In Nederland is het project met de Pro Dromi-kraamhokken afgerond. Het netwerk gaat zelfstandig verder onder de naam ‘vrijloopkraamhokken’, maar is naarstig op zoek naar financiering.

Laatste reacties

  • Hogman1

    Kortom....... stalinrichter , de voorloper en de Boerderij willen een vrijloopkraamhok

  • driepint

    Juist Hogman. Ik vind dit ook een beetje stemmingmakerij

  • beversbv1

    nooit aan beginnen,voordat je het weet is het verplicht.
    er is er maar een die voordeel heeft en dat is de stalinrichter,
    idem met de hy-care stal van schippers

  • krulsaart

    Dit werkt alleen op papier. degene die dit soort hokken heeft, laat de zeugen doorgaans niet loslopen.

  • Tiens

    Ik ken meerdere bedrijven die van vrijloop weer naar de traditionele kraamhokken zijn gegaan: teveel doodliggers en bij bepaalde zeugen gevaarlijk. Het geheel is niet duurzaam. Veel te veel ruimte gaat verloren. Ruimte die door de zeug niet wordt benut, daar deze ook in een vrijloop voor 99 % van de tijd ligt te pitten.

  • massy

    Verzint voor je er aan begint.

  • YOMI

    Wat de burger wil of roept is natuurlijk ook van belang.
    Maar het allerbelangrijkste is wat de boer wil. Hij is degene die het (meer)werk moet doen en de (hogere) investeringen moet plegen.
    Daarbij is het vrijloopkraamhok misschien een klein beetje beter voor de zeug maar niet perse voor de biggen (hogere uitval) en zeker niet beter voor de boer. Het is bewerkelijker/arbeidsintensiever en in sommige gevallen zelfs gevaarlijk voor de boer. Probeer maar eens biggen uit een hok te halen bij een "agressieve" zeug die haar jongen wil beschermen.

  • hatsieflatsie

    En Annechien

Laad alle reacties (4)

Of registreer je om te kunnen reageren.