Varkenshouderij

Achtergrond 2556 x bekeken 1 reactie

Meer inzet nodig voor afzet biologische varkensmest

De afzet van biologische mest ervaart concurrentie van gangbare mest. Kwaliteitsverbetering en een-op-een-relaties verbeteren de afzetmogelijkheden van biologische varkensmest.

De biologische veehouderij produceert meer fosfaat dan er plaatsingsruimte is. Afzetten mag alleen aan biologische afnemers. Zij mogen 35% niet-biologische meststoffen aanvoeren. Het is financieel aantrekkelijk die ruimte (deels) in te vullen met gangbare dierlijke mest.

'Betere mestkwaliteit verbetert de afzetmogelijkheden'

"Een betere mestkwaliteit verbetert de afzetmogelijkheden van biologische varkensdrijfmest." Dat zeggen Jeroen Neimeijer, voorzitter van de Vereniging Biologische Varkenshouders (VBV) en Maria Buitenkamp, voorzitter van de werkgroep bemesting van Biohuis, de koepel van biologische bedrijven. Neimeijer ziet mogelijkheden om de afzet te verbeteren: "Door voer met minder fosfaat te gebruiken, homogene mest te leveren en te leveren wat gevraagd wordt", somt hij op. "Of door de mest te bewerken en de dikke fractie te te exporteren. Net als met veel biologische pluimveemest gebeurt", vult Buitenkamp aan.

Moeizamere afzet bio-mest

Neimeijer erkent dat de afzet van 'losse' biologische varkensdrijfmest moeizamer verloopt dan in voorgaande jaren. "Maar je moet het niet groter maken dan het is", zegt hij. Hij merkt dat sommige mesthandelaren dat doen. "Zij hebben belang bij de stress die daardoor op de markt ontstaat. Daarom raadt de VBV varkenshouders aan om de mestafzet zelf te regelen met een biologische afnemer", zegt hij. Die zijn verplicht om 65% biologische mest aan te voeren. De overige 35% mag van natuurlijke herkomst te zijn. Dit heeft de aandacht van het bestuur van de VBV.

"De VBV wil dat het percentage van 65 wordt verhoogd om te streven naar meer biologische input. Economische motieven mogen hierbij geen rol spelen", licht Neimeijer toe. Hij doelt op de aantrekkelijke toeslagen voor de afname van gangbare mest. "De regels moeten werkbaar zijn voor de afnemers. Daarom stemmen we dit af binnen Biohuis", vult hij aan.

Percentage al verhoogt naar 65

Buitenkamp kent de wens van de VBV. "Die is niet nieuw. Het Louis Bolk Instituut heeft voor Biohuis onderzoek gedaan naar vraag en aanbod en plaatsingsruimte van biologische mest. Onze werkgroep heeft er naar gekeken. Op basis daarvan heeft Biohuis het ministerie van Economische Zaken geadviseerd om het percentage te verhogen van 60 naar 65. Dat is met ingang van 2016 overgenomen door SKAL en het ministerie", vertelt Buitenkamp.

Ze wijst er op dat deze regelgeving beoordeeld moet worden tegen de achtergrond dat de biologische landbouw gebaseerd is op grondgebonden veehouderij. "Biologische landbouw gaat uit van zo veel mogelijk gesloten kringlopen. Gespecialiseerde bedrijven moeten denken als een gemengd bedrijf", zegt Buitenkamp. "Alleen het percentage verhogen is niet voldoende, want de fosfaatnorm beperkt de aanvoer van biologische varkensmest", besluit Buitenkamp.

Eén reactie

  • farmerbn

    Nooit gedacht dat de biologische veehouderij meer mest produceert dan de plaatsinsruimte. Je zou dan denken dat biologische bedrijven alleen biologische mest mogen gebruiken. Dat is dus niet en dat is slecht. Bio bestaat dus niet want ze gebruiken gangbare mest.

Of registreer je om te kunnen reageren.