Varkenshouderij

Achtergrond 1940 x bekeken

Nedersakische zeugenhouders hebben er geen zin meer in

Nog maar een op de twee biggen die in Nedersaksen worden gemest, is ook in Nedersaksen geboren. Dat was vroeger wel anders. De zeugenhouderij in de deelstaat krimpt maar door. Boerenbond Landvolk luidt de alarmklok. "De politici ondermijnen het ondernemersvertrouwen van de boeren."

Met de zeugenhouderij in Nedersaksen - nog steeds qua omvang van de varkensstapel de koploper onder de Duitse deelstaten - gaat het niet goed. Boerenbond Landvolk luidt de alarmklok over de situatie. Tussen 2010 en 2015 gaf bijna een op de drie zeugenhouders er de brui aan. Het aantal slonk van 3.400 naar op dit moment 2.200 bedrijven. In de tijd voor 2013 was de krimp buitengewoon groot, als gevolg van de EU-brede overschakeling op groepshuisvesting van drachtige zeugen.

Landvolk vreest dat de neerwaartse ontwikkeling zich de komende jaren zal voortzetten. “De biggenprijzen hebben te lang niet meegewerkt en tegelijkertijd zijn de welzijns- en milieueisen gestegen. Dat houden de zeugenhouders niet lang uit”, legt

Landvolk-bestuurder en zeugenhouder Mannfred Tannen uit Oost-Friesland uit.

Tegenovergesteld effect

De discussie die momenteel wordt gevoerd over een afschaffing van de boxen in de dekstal en het naderende verbod op de verdovingsloze castratie van biggen, zorgen allerminst voor een verbetering van de stemming. Om nog maar te zwijgen over de kwestie staartcouperen. De landbouwminister van Nedersaksen doet verwoede pogingen om ook die ingreep te verbieden. Alleen de waarschuwing dat zoiets op straffe van dierenleed niet van de ene dag op de andere kan, houdt de bewindsman nog tegen.

Ook de eisen aan de stalinrichting zijn verscherpt, terwijl tevens een luchtfilterplicht is ingevoerd. Het gevolg, dat de kleinere bedrijven verdwijnen, is exact het tegenovergestelde van waar de ‘groene’ minister Christian Meyer voor staat. “De politici verzekeren dat ze de kleine bedrijven willen beschermen, maar met steeds weer nieuwe voorschriften en ideeën ondermijnt vooral Meyer het ondernemersvertrouwen bij de boeren”, constateert Tannen. “Zelfs bij bedrijven in de orde van grootte van 500 zeugen was de afgelopen jaren een neerwaartse trend te zien, of op zijn best een stagnatie. Alleen bij de bedrijven met meer dan 500 zeugen was sprake van een kleine groei.”

Zeugenstapel krimpt

Dat kan structuurontwikkeling worden genoemd, maar feit is wel dat de zeugenstapel ook afneemt. Tannen: “Nu al is nog maar één op de twee biggen die in Nedersaksen worden gemest hier ook geboren.” Waar het de zeugensector aan ontbreekt is een consequente politieke lijn en de wil om de concurrentiepositie van de varkensboeren in Nedersaksen te waarborgen, meent hij. “Onze boeren moeten weten wat er over tien of ook twintig jaar geldt, zodat ze überhaupt nog kunnen plannen voor de toekomst.”

Of registreer je om te kunnen reageren.