Varkenshouderij

Achtergrond 7766 x bekeken 7 reacties

Polen zien niets in Nederlandse biggen

De vraag naar biggen in Polen groeit enorm. Nederland levert amper biggen. De Poolse mester wil Denen. Die groeien in zijn beleving harder, zijn gezonder, uniformer en wegen bij opleg 30 kilo.

Voor de Nederlandse varkenssector is het een treurige constatering; de vraag naar biggen in Polen groeit als kool, maar ze importeren nauwelijks Nederlandse biggen. Polen voerde afgelopen jaar 5 miljoen biggen in, daarvan kwamen er 355.000 uit Nederland (7%). Vijf jaar geleden gingen er nog 800.000 Nederlandse biggen naar Polen.

De handelscontacten in Polen zijn dus wel degelijk gelegd. Maar feit is dat men in dit voormalige Oostblokland voornamelijk slechte ervaringen heeft met importbiggen uit Nederland. Tijdens een rondgang langs Poolse varkensbedrijven, klonken in grote lijnen steeds dezelfde geluiden over biggen van Nederlandse herkomst: het aflevergewicht is met 21 kilo veel te laag. De biggen komen van meerdere bedrijven. De diergezondheid is ontoereikend en ze groeien veel langzamer dan Denen.

In Polen is ruimte bij de vleet. Veel stallen staan midden tussen de graanvelden.<br /><em>Foto: Ronald Hissink</em>
In Polen is ruimte bij de vleet. Veel stallen staan midden tussen de graanvelden.
Foto: Ronald Hissink

Biggen van 21 kilo

Dit is het imago van Nederlandse biggen in Polen. Mogelijk wogen veel biggen 23 kilo bij afleveren, maar tussen de oren van de Poolse mester zit die ene levering van biggen die gemiddeld maar 21 kilo wogen. Met zulke kruimels wordt het nooit iets in een Poolse vleesvarkensstal. In Polen liggen de varkens op volledig rooster. De frisse ondergrond vraagt om een vitale big bij opleg die iets bij te zetten heeft. Biggen van 21 kilo opleggen is vrijwel kansloos in een Poolse stal. Er zijn ook Poolse mesters met een potstal. Bij opleg wordt van de biggen verwacht dat ze - soms via een steil trapje - bij de voerbak komen. Ook dat is veel lastiger voor een licht biggetje. Welbeschouwd is de inrichting van de stallen in Polen niet geschikt om biggen op te leggen onder de 25 kilo. Ook is het voer daar niet op afgestemd. Met biggen onder die gewichtsgrens is het afbreukrisico enorm. Als de biggen dan niet voldoen, verspreidt het verhaal zich als een lopend vuurtje.

Polen is interessante afzetmarkt

In navolging van Duitsland ontwikkelt Polen zich tot een interessante afzetmarkt voor biggen. Polen is interessant, omdat het land jaarrond biggen vraagt. Polen is goed bereikbaar vanuit Nederland. Binnen 1.100 kilometer is vrijwel iedere meststal bereikt. En nog een pluspunt is dat men bereid is een vorstelijke prijs te betalen voor de biggen, mits deze aan de specificaties voldoen. Voor PRRS-onverdachte biggen van 30 kilo werd afgelopen mei ruim boven de €60 per big betaald. Voor conventionele biggen van hetzelfde gewicht telde de Poolse mester in mei €57 neer.

Bij de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) ziet men ook dat Nederland op belangrijke afzetmarkten voor biggen terrein verliest. POV-voorzitter Ingrid Jansen daarover: “Dat baart ons zorgen.” De voornaamste reden waarom Nederland het niet goed doet in de biggenexport is volgens Jansen het ontbreken van een gezamenlijke marktbenadering in de keten, gericht op de afnemer.

In Polen zijn nogal wat potstallen in gebruik voor het houden van vleesvarkens.<br /><em>Foto: Ronald Hissink</em>
In Polen zijn nogal wat potstallen in gebruik voor het houden van vleesvarkens.
Foto: Ronald Hissink

Onderscheidende biggen voor specifieke deelmarkt

Om hier verandering in te brengen is in het Actieplan Vitale Varkenshouderij het voorstel opgenomen om het label ‘Holland big’ te ontwikkelen. Samen met fokkerijorganisaties en brancheorganisatie Vee&Logistiek Nederland wordt binnenkort gestart met dit programma om onderscheidende biggen te leveren, voor een specifiek deelmarkt, waarvan de kwaliteit is geborgd.

De rek is nog niet uit de Poolse biggenmarkt. Schattingen van Poolse handelaren gaan uit van een verdubbeling van de importbehoefte in een termijn van vijf jaar. Dat is enorm. Feit is dat de vleesvarkenshouders die Boerderij bezocht allemaal met bouwplannen rondlopen of net een nieuwe stal hebben.

Vleesvarkens passen goed in Polen

De Polen zijn niet van het biggen produceren. Het ontbreekt vaak aan de kennis- en kapitaalsbehoefte om zeugen te houden, zeggen ze zelf. Vleesvarkens passen ook goed in Polen. De stallen staan midden tussen de graanvelden. Aan voer dus geen gebrek en voor de varkensmest wordt betaald. Dat boert een stuk makkelijker dan in Nederland. De bouwkosten blijven ook laag in Polen. In de hokken zitten 25 varkens of meer. De afdelingen zijn groot. De vloer is een volledig rooster en de stallucht mag ongewassen naar buiten. Voor €150 per vleesvarkensplaats is het mogelijk een stal te bouwen in Polen.

Voor vleesvarkens is de infrastructuur in Polen ook geschikt. In Kutno, hartje Polen, heeft marktleider Pini Polonia een slachterij met een capaciteit van 16.000 varkens per dag. Deze slachterij maakt deel uit van een bedrijf met slachterijen in Hongarije en Italië. Verspreid over het land zijn nog meer slachterijen actief.

Dat Polen geen zeugenland is, blijkt ook uit de statistiek. Begin dit jaar zat de varkensstapel op 10,6 miljoen dieren, waarvan 814.000 zeugen. De zeugenstapel die in 2010 1,38 miljoen dieren telde, kromp in 2015 nog eens 14,8%.

Cees Oostrom, voorzitter van de sectorcommissie varkens- en biggenhandel van brancheorganisatie Vee&Logistiek.<br /><em>Foto: Ton Kastermans Fotografie</em>
Cees Oostrom, voorzitter van de sectorcommissie varkens- en biggenhandel van brancheorganisatie Vee&Logistiek.
Foto: Ton Kastermans Fotografie

'Wij leveren graag biggen'
Het aantal biggen dat Nederland exporteert naar Polen is gehalveerd in vijf jaar tijd, terwijl de vraag naar biggen in Polen sterk groeit. Cees Oostrom is voorzitter van sectorcommissie varkens- en biggenhandel van brancheorganisatie Vee&Logistiek. Oostrom betreurt deze ontwikkeling. "Wij willen graag biggen leveren."
Hoe kan dit?
"De ontoereikende kwaliteit van de biggen heeft het verknald in Polen. De biggen voldeden niet aan wens van Poolse mesters op gebied van opleggewicht, entingen, uniformiteit en robuustheid. In Nederland is alleen geïnvesteerd in zeugen, maar niet in de biggen. Ik ben zelf ook in Polen geweest. Als een koppel buitenlandse biggen het daar slecht doet, weet direct het hele dorp dat. Die Poolse mesters willen ook geld verdienen. Dan moet je leveren wat zij vragen."
Is het jammer dat het zo is gelopen?
"Natuurlijk is dat jammer. Polen is een land dat goed te bereiken is en structureel biggen vraagt. Als de betaling geregeld is, levert de handel daar graag biggen. Er zitten in Polen zeker goede klanten tussen. Maar feit is dat Polen voor Deense biggen €7 à €8 meer betalen dan Nederlandse biggen, op basis van gelijk gewicht. Nederland levert hoofdzakelijk biggen in Polen als niemand ze meer leveren kan."
Hoe groot is het betalingsrisico?
"Ik weet dat de betaling in Polen soms stroef verloopt. Daar moet je goede afspraken over maken. Maar dat geldt net zo goed voor andere exportlanden."
Is de schade nog te repareren?
"Ja, volgens mij wel, al zal dat tijd en geld kosten om een plek te veroveren op deze markt. Voorwaarde is in ieder geval dat de biggen tegemoetkomen aan de wens van de Poolse afnemers. Ik snap niet dat de POV het punt bigkwaliteit niet serieuzer oppakt."

Grotere betalingsrisico's

Biggen leveren is een ding, geld beuren een tweede. Omdat in Oost-Europa relatief weinig geld zit, zijn de betalingsrisico’s op voorhand groter, zeker met lage opbrengstprijzen van vleesvarkens. Holger Sørensen is directeur van het Deense handelsbedrijf Porc Ex. Hij wil geen aantallen noemen, maar verklaart een significant deel van de Deense biggen die naar Polen gaan, te verkopen. Sørensen vertelt dat je blij mag zijn als je binnen zestig dagen de biggen betaald krijgt in Polen. Het betalingsrisico verzekeren is de laatste jaren ook vrijwel onmogelijk, betoogt hij.

Cees Oostrom is voorzitter van sectorcommissie varkens- en biggenhandel van brancheorganisatie Vee&Logistiek. Hij ziet het betalingsrisico niet als onoverkomelijk in Polen. “De betaling bij nieuwe afnemers is overal een punt van aandacht.” Volgens Oostrom is het altijd mogelijk daar vooraf goede afspraken over te maken, zodat het geld komt.

Denen hebben goede naam in Polen

Voorlopig is deze zorg overbodig nu de Deense biggen de voorkeur krijgen van de Poolse vleesvarkenshouders. In de gesprekken met de Poolse boeren blijkt dat de grote koppels gezonde biggen van de Duroc-vaders het goed doen in Polen. Met hulp van een antibioticakuurtje bij opvang groeien de Denen als kool. Een kilo per dag is geen uitzondering in de all-in-all-outstallen, bij een opleggewicht van 30 kilo.

De Denen hebben gewoon een goede naam in Polen. Veel Poolse vleesvarkenshouders werken al jaren met Deense biggen en zijn niet op zoek naar dieren van een andere herkomst. De Poolse importbiggen komen vrijwel allemaal uit Denemarken. Het gaat natuurlijk niet altijd vlekkeloos met de Deense biggen. Een van de bezochte varkenshouders had een week na opleg vijf dode biggen. Die zijn vergoed.

Vleesvarkenshouder Daniel Koscianski in Bełchatów voor zijn stal.<br /><em>Foto: Ronald Hissink</em>
Vleesvarkenshouder Daniel Koscianski in Bełchatów voor zijn stal.
Foto: Ronald Hissink

Makkelijk varkens mesten zonder steeds de veearts op deur
De vleesvarkens van Daniel Koscianski hebben al een flinke groeispurt achter de rug. In de hokken liggen uniforme, actieve varkens die een supergezonde indruk maken. De varkens van Deense herkomst hebben de hoogste gezondheidsstatus. Vrij van mycoplasma, APP en PRRS.
Koscianski wil makkelijk werken met zijn vleesvarkens, zonder dat de dierenarts steeds nodig is om brandjes te blussen. Daar hangt een prijskaartje aan. Voor biggen die eind mei zijn geleverd betaalde hij €61,50 per dier, inclusief btw. Dat geld zijn de biggen in de ogen van de varkenshouder waard. Hij werkt al 5 jaar met biggen van Deense herkomst en is niet op zoek naar dieren met een andere herkomst. De goede naam van de Deense biggen deed hem toentertijd besluiten met 'Denen' te gaan werken. Een keuze waar hij geen spijt van heeft. De groei zit rond de kilo per dag. De voederconversie is 2,68. De uitval bedraagt maximaal 2%.
De ervaring is dat 85 dagen na opleg de eerste varkens naar de slachterij gaan. Het aflevergewicht zit tussen de 120 en 125 kilo. De varkens van de DanAvl-zeug x Deense Duroc-eindbeer prikken minimaal 57% mager vlees. Allemaal kengetallen waar de varkenshouder mee in zijn nopjes is.
De varkens gaan naar een klein slachthuis in de regio van Bełchatów, waar Koscianski boert. De roepprijs is vergelijkbaar met Nederland. In week 24 bedroeg de prijs €1,49 per kilo geslacht-gewicht. De varkens krijgen startvoer van veevoederbedrijf De Heus. Het groei- en afmestvoer mengt de varkenshouder zelf, aangevuld met premix van het veevoederbedrijf. Het rantsoen is overzichtelijk: granen, aangevuld met soja en premix. Voor een vlotte start krijgen de varkens na opleg een amoxyllinekuur. Ze hebben 15 uur in de vrachtwagen gezeten.

Laatste reacties

  • xw

    Wat ik me afvraag, is de Poolse varkensvleesproductie uitsluitend voor binnenlands gebruik of ook voor export naar o.a. EU lidstaten?

  • gag

    laat de denen lekker naar polen gaan niks mis mee. gaan we lekker meer naar duitsland daar is het nog niet zo verkeerd TOCH?

  • WGeverink

    Als je 500 zeugen hebt en 28 biggen per zeug kan verkopen is 14000 biggen keer 7Euro is 98000 Euro extra. Dat is toch niet verkeerd TOCH?

  • kalkar

    Klopt helemaal, het merendeel van de Ned. biggen is gewoon troep.

  • WGeverink

    Ik herinner me een reportage over een nieuwe biggenstal waarin de biggen snoven en hoestten. Hoestende snuivende en tanden knarsende varkens zijn in Nederland vrij normaal. Dat is ook de reden dat all in all out huisvesting uitgevonden is. Je kunt dan met varkens die van alles onder de leden hebben toch nog redelijk draaien. Varkenshouders die een varkensstapel hebben met een hoge gezondheidsstatus kunnen volstaan met simpele goedkopere huisvesting, verbruiken minder voer per dier, besparen veel geld op dierenartskosten en niet te vergeten een hele berg arbeid. Als er klanten zijn die voor zulke biggen ook nog eens een Euro of zeven per stuk extra over hebben dan is het rekensommetje snel gemaakt.

  • Parel

    Een big wordt vleesvarken vanaf 25 kg. in Nederland.
    Het traject van 25 tot 30 kg. moet volgens de wet afgedekt worden met varkensrechten.
    Biggenvoer is duur.
    Om de biggen zwaarder te mesten tot 30 kg is meer capaciteit in de hokken nodig in Nederland.
    Mogelijk ook nog ander voer voor dat gewichtstraject van 5 kg.
    En als je geld nodig hebt, dan wil je de biggen wel snel leveren, ook al zijn ze geen 23 of 25 kg.
    Praktische problemen bij de zeugenhouder om af te leveren op 30 kg.
    Het is financieel al moeilijk bij velen.
    Aanpassen aan de vraag is daarom niet makkelijk. Maar wel noodzakelijk.

  • KGB

    Gemiddeld gewicht 25 kg met 5 procent ondereind van -19 kg. En maar in aantallen denken......

Laad alle reacties (3)

Of registreer je om te kunnen reageren.