Varkenshouderij

Achtergrond 4069 x bekeken

Voerligbox onder vuur

De voerligbox met uitloop voor zeugen is populair. De toekomst van dit systeem is echter twijfelachtig, vooral door het slechte welzijnsimago.

De voerligbox met uitloop staat bekend als een boervriendelijk systeem van groepshuisvesting. Het biedt veel overzicht en vooral op bedrijven met personeel past het vanwege de controlemogelijkheden beter dan voerstations of andere systemen. In een inventariserend onderzoek van Wageningen UR vijf jaar geleden, scoorde het systeem echter het laagste op het gebied van dierwelzijn (zie kader onder dit artikel). Het feit dat dieren niet tegen elkaar aanliggen, een beperkte bewegingsvrijheid hebben en er geen gescheiden functiegebieden zijn, tellen mee in de score. Voordelen op het gebied van welzijn zijn er ook: zeugen vreten gezamenlijk en zijn afgeschermd tijdens het vreten en door het dichte liggedeelte is het risico op bevuiling beperkt.

Negatief imago

De voerligbox met uitloop heeft steeds meer last van het welzijnsnegatieve imago. Een concrete beperking in het gebruik kwam 2 jaar geleden via de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV). De overheid heeft het systeem toen laten schrappen uit die regeling. Het argument is dat de voerligbox de minimale invulling is van de wettelijke huisvestingeis; bij een stimuleringsregeling moet sprake zijn van een uitdaging om de lat steeds hoger te leggen.

Beter Leven

Ook vanuit de markt geldt inmiddels een beperking. Voor het concept één ster Beter Leven van de Dierenbescherming is het vanaf 2025 niet meer toegestaan zeugen in voerligboxen te houden. Een harde eis, aldus programmamanager Bert van den Berg. Hij ziet een paar belangrijke welzijnsnadelen. “De wettelijk toegestane minimum ruimte tussen de voerligboxen is te klein voor de meeste zeugen om de boxen achterwaarts makkelijk uit te kunnen. Laat staan om in een sociale groep met normaal rangorde gedrag samen te verblijven.” Hij ziet dat zeugen dan maar een groot deel van de dag in de voerligboxen gaan liggen. “Dat kun je geen groepshuisvesting meer noemen.” Overigens geldt de eis (nog) niet bij het Varkens van Morgen-concept.

Een aantal bedrijven investeert in kleine stabiele groepen. Ook hierbij is het welzijn niet optimaal.<br /><em>Foto: Koos Groenewold</em>
Een aantal bedrijven investeert in kleine stabiele groepen. Ook hierbij is het welzijn niet optimaal.
Foto: Koos Groenewold

Voorkeur voor stro

Van den Berg vindt dat de zeugen met voerligboxen met uitloop van de regen in de drup komen; van sociaal samen in een groep verblijven is nog steeds geen sprake. “En dat terwijl voerligbox met uitloop het duurste systeem is. De varkenshouder moet de zeugen meer vrijheid durven geven. Andere systemen laten zien dat dit prima kan.”

De voorkeur van de Dierenbescherming is groepshuisvesting van zeugen op stro. Systemen moeten in ieder geval de volgende kenmerken hebben: veel bewegingsruimte per zeug en stabiele groepen van twintig tot zestig zeugen omdat dit stress en rangordegevechten tegengaat. Twintig is het minimum in verband met bewegingsruimte en functiegebieden. Bij 60 dieren kennen ze elkaar nog. De zeugen moeten minstens 2 maal daags eten aan voldoende vreetplaatsen of een automatisch voerstation. Elke zeug moet een zachte ligplek tegen de rand van het hok krijgen. Stro heeft de voorkeur maar een rubbermat kan ook. Ook de tegenwoordig veelgebruikte kleine stabiele groepen kunnen dus niet op volledige goedkeuring van de Dierenbescherming rekenen. Vooralsnog heeft het echter geen consequenties voor deelname aan Beter Leven.

'Beter Leven/Varken van Morgen gaat de standaard worden voor Nederlandse vleesproductie voor binnenlands gebruik'.

Weerstand gevoeld

Ook in de praktijk wordt de toenemende weerstand tegen voerligboxen gevoeld. Jos de Groot, manager bouw bij DLV Advies, merkt dat klanten eerder voor een ander systeem kiezen. Vooral bij gezinsbedrijven of ondernemers die nadenken over conceptproductie. “Veel gebouwd wordt er nu natuurlijk niet. Maar je merkt dat mensen er meer over nadenken dan 5 jaar geleden. Ook al is er met het systeem op zich niets mis en is het vooral emotie; mensen voelen de druk en houden daar rekening mee.”

Eric Gloudemans, accountmanager concepten bij ForFarmers, ziet bij conceptproductie nauwelijks nog voerligboxen. Hij begeleidt een aantal concepten waaronder Frievar en Heyde Hoeve. “Ook al is het nog wettelijk toegestaan en mag het volgens de conceptvoorwaarden, toch merk ik dat veel ondernemers voor een ander systeem kiezen. Ze voelen wel aan dat het geen blijvend systeem is.”

Gezien de keuze voor Beter Leven om de voerligbox te verbieden, verwacht Gloudemans dat de voerligbox eindig is. “Beter Leven/Varken van Morgen gaat de standaard worden voor Nederlandse vleesproductie voor binnenlands gebruik.”

Ook Gloudemans vindt de discussie meer emotioneel dan rationeel. Vanuit het concept ziet hij geen bijzondere meerwaarde voor een alternatief huisvestingssysteem. “Bij biologische productie is het anders. Maar de concepten voor de traditionele varkenshouderij focussen op vleeskwaliteit en smaak.”

'Bestaande afdelingen verbouwen is mogelijk, maar niet makkelijk'.

Afdelingen verbouwen

Deelnemers aan Beter Leven die in 2025 moeten stoppen met de voerligbox staan voor een lastige keuze: doorgaan met Beter Leven en de stal ombouwen of stoppen met het concept. De keuze zal met name afhangen van de praktische mogelijkheden en financiële armslag van bedrijven.

Herman Vermeer, onderzoeker welzijn bij Wageningen UR, ziet als mogelijke oplossing om een deel van de voerligboxen te vervangen door ligruimtes. Daardoor ontstaan gescheiden functiegebieden wat tegemoet komt aan de belangrijkste bezwaren. Die optie is ook beschreven in het onderzoek. “Maar of dat kan, hangt van de situatie af. Bestaande afdelingen verbouwen is mogelijk, maar niet makkelijk”, benadrukt Vermeer. Dat geldt ook voor ombouw naar systemen met voerstations. Vooral het puttenplan is een probleem. “Als dat niet past vergt dat hoge investeringen en minder dierplaatsen.”

Ook De Groot van DLV ziet dat ombouwen in veel gevallen moeilijk en heel duur gaat worden. “Voor veel bedrijven is dat helemaal geen optie omdat ze pas 5 of 10 jaar boxen hebben staan.” Hij noemt een overgangsregeling waarbij pas na de technische afschrijving een ander systeem verplicht wordt een realistische oplossing om kapitaalvernietiging te voorkomen. Gloudemans benadrukt dat zeugenhouders bij nieuwbouw- of renovatieplannen voor groepshuisvesting zich goed moeten laten informeren, zowel qua techniek als management. “Het is heel specialistische kennis, dat mogen varkenshouders niet onderschatten.”

Lange tijd waren voerstations weinig populair, maar de laatste jaren neemt de interesse weer toe. Het systeem heeft specifieke voordelen.<br /><em>Foto: Bert Jansen</em>
Lange tijd waren voerstations weinig populair, maar de laatste jaren neemt de interesse weer toe. Het systeem heeft specifieke voordelen.
Foto: Bert Jansen

Voerstations met stro het meest diervriendelijk
Voor voerligboxen met uitloop zijn meerdere alternatieven beschikbaar. Van alle systemen zijn de voor- en nadelen bekend.
Naast voerligboxen beschrijft Wageningen UR twee hoofdsystemen: voerstations met stabiele of dynamische groepen met of zonder stro en stabiele groepen met trog- of vloervoedering. In de praktijk zijn er ook mengvormen. Elk systeem heeft voor- en nadelen. Opvallend is dat alle systemen gelijkwaardig worden beoordeeld voor de reproductieresultaten. Met alle systemen zijn goede resultaten te behalen, mits ze zijn gebouwd met inachtneming van de succesfactoren en worden gebruikt zoals ze zijn bedoeld. Bij de keuze voor een systeem is het belangrijk dat het bij de ondernemer, het personeel en de bedrijfsomstandigheden past.
Voerstations scoren goed op het gebied van welzijn; het systeem met een strobed is op dat gebied het beste. Ook op het gebied van maatschappelijke acceptatie en investeringskosten scoren de voerstations goed. Een belangrijk voordeel is dat de voergift bij voerstations individueel wordt verstrekt en geregistreerd. Een nadeel is de arbeidsbehoefte, vooral bij systemen met een strobed en dynamische groepen. Ook voor vakmanschap en arbeidsomstandigheden scoren voerstations slechter.
Bij de stabiele groepen is de groepsgrootte meestal klein, met globaal 5 tot 15 zeugen. Op het gebied van welzijn wordt dit systeem net zo ingeschaald als voerligboxen met uitloop. Voor de maatschappelijke acceptatie doen ze het iets beter. De investeringskosten liggen tussen die van voerligboxen en voerstations in. Een belangrijk voordeel zijn de arbeidsomstandigheden en weinig techniek in de stal. Het vereiste vakmanschap van de zeugenhouder ligt iets lager dan bij voerstations.

Of registreer je om te kunnen reageren.