Varkenshouderij

Achtergrond 2851 x bekeken 4 reacties

Vakonderwijs varkenshouderij droogt op

Weinig leerlingen kiezen op de AOC’s voor de opleiding varkenshouderij. De vraag is: hoe hou je dit onderwijs in stand?

In de vergaderzaal van voerproducent CAV Den Ham in de gelijknamige Overijsselse plaats zitten 12 docenten. Acht geven les op het mbo, 3 op het hbo en 1 is docent aan Wageningen UR. “Dit is 75% van de docenten in Nederland die nog lesgeven over de varkenshouderij”, schat Alfons van den Belt van de landelijke netwerkorganisatie Varkensnet. “Wie van jullie houdt zich nog full time bezig met varkensonderwijs?” Twee vingers gaan – aarzelend – de lucht in.

Studiedag wroetvarkensconcept

De bijeenkomst bij CAV Den Ham is onderdeel van de docentendag die elk jaar wordt georganiseerd door netwerkorganisatie Varkensnet en Meetingpoint Varkenshouderij CIV Agri & Food (CIV: Centrum Innovatief Vakmanschap). De studiedag staat deze keer in het teken van het wroetvarkensconcept. ‘s Morgens bezoeken de docenten het vleesvarkensbedrijf van Gert en Gélinda Kok in Ane, in Den Ham spreken directeur Gert Bargeman van CAV, Ben Gosschalk van de gelijknamige slachterij in Epe en initiatiefnemer Jan Broenink over hun rol in het concept.

Driekwart van alle docenten varkenshouderij die er zijn in Nederland waren onlangs op het vleesvarkensbedrijf van Gert en Gélinda Kok in Ane.<br /><em>Foto: Ruud Ploeg</em>
Driekwart van alle docenten varkenshouderij die er zijn in Nederland waren onlangs op het vleesvarkensbedrijf van Gert en Gélinda Kok in Ane.
Foto: Ruud Ploeg

Steeds minder docenten

De docenten tanken kennis en bespreken de ontwikkelingen in het onderwijs. Door de jaren heen is de groep klein geworden, zoals blijkt uit de inventarisatie van Van den Belt. Dat is niet verwonderlijk, want steeds minder leerlingen kiezen voor de varkenshouderij als studierichting, een ontwikkeling die aansluit bij een kleiner wordende sector.

Met de trend van het afnemend aantal leerlingen droogt het varkenshouderijonderwijs langzaam op.

Het is een vicieuze cirkel die al lang zorgen baart, want de sector mag dan kleiner worden, ze heeft instroom van kwalitatief goede jonge arbeidskrachten nodig om vitaal te blijven. Het onderwijs worstelt daarmee. In het groene middelbaar beroepsonderwijs, belangrijke leverancier voor de varkensbedrijven, is het aantal leerlingen bepalend voor de budgetten die beschikbaar komen op de scholen. Met de trend van het afnemend aantal leerlingen droogt het varkenshouderijonderwijs langzaam op; faciliteiten worden minder, docenten moeten zich steeds meer met andere vakken bezighouden waardoor kennis vervliegt en vakkennis maar mondjesmaat kan worden bijgehouden.

AOC’s werken samen

Het aantal Agrarisch Opleidingen Centra (AOC’s) dat nog opleidingen varkenshouderij aanbiedt is geslonken tot 4. Andere AOC’s sturen leerlingen met interesse voor de varkenshouderij door naar een van deze vier.

In het zuiden zijn Citaverde College en Helicon de trekkers van het varkensonderwijs, in het midden en oosten zijn dat Groenhorst en AOC Oost. Theo Boumans van Citaverde Bedrijfsopleidingen is nu projectleider Meetingpoint varkenshouderij van het CIV Agri & Food en coördineert het mbo-onderwijs voor de varkenshouderij. Hij geeft al 33 jaar les over de veehouderij in het mbo.

Klik op de iconen hieronder voor meer informatie. Het artikel gaat verder onder deze foto.

Klein team verantwoordelijk

Op de vraag hoe de AOC’s het onderwijs voor de varkenshouderij vorm moeten gaan geven, verwijst de projectleider in eerste instantie naar de bestuurders die er over gaan, maar bij de docent leven wel degelijk ideeën over hoe het zou moeten. Hij pleit binnen het AOC-onderwijs voor een team van 4 à 5 docenten dat zich volledig richt op de varkenshouderij met een goed netwerk in het bedrijfsleven. Dat team draagt verantwoordelijkheid voor het onderwijs varkenshouderij, dat wordt ingevuld met lessen op meerdere locaties in het zuiden en midden van het land. Op deze manier houdt het varkenshouderij-onderwijs aansluiting met de praktijk, borg je een zekere kwaliteit en kunnen leerlingen op meerdere locaties en dus dichter bij huis les krijgen.

'Geen enkele AOC kan zelfstandig de opleiding varkenshouderij in stand houden'.

Het is een concept waarbij de AOC’s niet langer moeten redeneren vanuit het belang van de eigen instelling. Dat is een switch met haken en ogen, realiseert Boumans zich. Geldstromen moeten verlegd en dat ligt gevoelig nu de AOC’s bezuinigingen voor de kiezen krijgen. “Maar geen enkele AOC kan zelfstandig de opleiding varkenshouderij in stand houden, we móeten het samen doen”, zegt Boumans.

Met de wens van het bedrijfsleven om het mbo-onderwijs te concentreren op één opleiding, voorziet Boumans dat het proces van het dalende aantal leerlingen dat kiest voor de varkenshouderij wordt versneld. “Je verliest met die opzet de leerlingen die de sector leuk vinden om in te werken en niet van een varkensbedrijf komen. Je houdt straks alleen de leerlingen over die thuis al een bedrijf hebben.”

Grotere rol bedrijfsleven

In de toekomst van het onderwijs varkenshouderij wordt de rol van het bedrijfsleven steeds belangrijker. Als financier, als leverancier van kennis. Nu al is die inbreng groot, zegt Boumans. “Die bijdrage is ronduit goed. We kunnen overal aankloppen. De voersector, de slachterijen, dierenartsenpraktijken, fokkerij-instellingen, ze willen allemaal hun kennis inbrengen, geen probleem.”

Maar als het om een financiële bijdrage gaat wordt het soms wat moeilijker, stelt Boumans. En dan staat opeens schraalhans weer in de keuken van het onderwijs, waardoor lesmateriaal bijvoorbeeld niet kan worden geactualiseerd. “In het verleden werd dat vaak door het ontwikkelcentrum gedaan, maar voor kleine opleidingen is dat niet rendabel.”

Onlangs werd het nieuwe praktijkbedrijf van Kees van der Meijden in Oirschot geopend. Hier werkt het bedrijfsleven zelf aan het opleiden van personeel.</p>
<p><em>Foto: Bert Jansen</em>
Onlangs werd het nieuwe praktijkbedrijf van Kees van der Meijden in Oirschot geopend. Hier werkt het bedrijfsleven zelf aan het opleiden van personeel.

Foto: Bert Jansen

Lesmateriaal

Adequaat en uniform lesmateriaal en ook de invoering van nieuwe vormen als e-learning en webinars is van belang voor goed onderwijs, maar in het debat over de toekomst van het onderwijs varkenshouderij moet ook het pedagogisch-didactische deel van de opleiding niet uit het oog verloren worden, waarschuwt Boumans. Met een grote inbreng van het bedrijfsleven zal veel aandacht uitgaan naar vakkennis en leren van praktijkvaardigheden in de bedrijven met docenten in een begeleidende rol. Boumans: “Maar het gaat ook om de vorming van de leerling, die niet alleen het vak van de varkenshouder moet leren, maar ook in de samenleving moet leren functioneren. Dat moet je als school wel organiseren.”

Meetingpoint Varkenshouderij CIV Agri & Food

Een voorname rol in het gesprek over de toekomst van het mbo-onderwijs is weggelegd voor Meetingpoint Varkenshouderij CIV Agri & Food. Onder de vlag van het CIV werkt het bedrijfsleven samen met onderwijs om ‘de beste ondernemende vakmensen en ondernemers’ op te leiden voor de sector. Voor het onderwijs in de varkenshouderij wordt gewerkt volgens een businessplan dat loopt tot 2017. Er wordt nog niet gewerkt aan een nieuw plan, vertelt Jan Overeem die namens LTO zitting heeft in de stuurgroep van Meeting Point Varkenshouderij. “Alles staat onder druk. En ook de POV (producentenorganisatie, red) is nog in ontwikkeling. We hebben gezegd we wachten tot oktober. Dan bekijken we de stand van zaken om te komen tot een nieuw plan.”

'Collectieve middelen, dat is wat we zeker nodig hebben'

Hoe de toekomst van het onderwijs er uitziet is koffiedik kijken, zegt Overeem, maar belangrijk is wel dat er collectief geld geïnd kan worden met een algemeen verbindend verklaring voor de projecten van CIV. “Collectieve middelen, dat is wat we zeker nodig hebben. Daarom is het zo belangrijk dat de algemeen bindend verklaring er komt waarmee geld kan worden geïnd in de sector. Daar wordt hard aan getrokken door de POV.”

‘Gat tussen vraag en aanbod kleiner’
De AOC’s leveren jaarlijks gezamenlijk voor het zuiden circa 40 studenten varkenshouderij af voor de arbeidsmarkt, op niveau 3 (vakbekwaam medewerker) en niveau 4 (bedrijfsleider), schat projectleider Theo Boumans.
“Dit jaar hebben we 16 leerlingen niveau 4 en 15 leerlingen niveau 3. Samen met Helicon hebben we 18 leerlingen in het BBL-traject (beroepsbegeleidende leerweg, red.). Met een uitstroom van 31 leerlingen leveren we niet genoeg, de vraag is groter.”
Tekort is significant
Het tekort is nog steeds significant, zegt Boumans, maar wordt wel kleiner omdat de vraag vanuit de varkenshouderij naar arbeidskrachten door de aanhoudende malaise in de sector afneemt.
In het midden en oosten heeft AOC Groenhorst inzicht in de cijfers. Dit jaar studeren 14 mbo’ers af die hun weg vinden in de varkenshouderij. Volgend jaar zijn het er 17, laat Cor Duim, teamleider veehouderij van Groenhorst Barneveld weten. “De jongelui kunnen hun weg goed vinden naar de arbeidsmarkt. Wij krijgen regelmatig aanvragen van varkenshouders die goede jongens en meiden willen.”
Grote vraag naar leerlingen
Er is een grotere vraag naar leerlingen van niveau 3 en niveau 4 dan niveau 2, stelt Duim. Boumans beaamt dat. Voor werk op niveau 2 huren bedrijven steeds meer ad hoc arbeidskrachten in, zegt hij. “Bedrijven worden groter en krijgen meer personeel dat moet worden aangestuurd. Men wil steeds vaker mbo-mensen (niveau 3 en 4) die ook in staat zijn mensen aan te sturen. Dat betekent inderdaad ook dat onze leerlingen op niveau 4 steeds vaker doorstromen naar het hbo.”

Laatste reacties

  • farmerbn

    Wroetvarkensconcept; daar ga je niet mee scoren als leraar en als school. Gewoon die lessen geven die van belang zijn voor de varkenshouder. Niet proberen met die knuffeldingen om ponny-meisjes naar de studierichting varkens te trekken. Daarna worden die ponny-meisjes lid van lekker dier of PvdD en heb je in je eigen voet geschoten.

  • exvarkensboer1

    zou er iets mis zijn in de varkenshouderij dan?

  • John*

    varkenshouden leer je toch in de stal. lever maar jongeren af in het onderwijs met een goede basis, een groot deel persoonlijke vorming en uiteraard de capaciteiten om zich vlug een taak eigen te maken. Van daaruit is er werk te vinden in welke sector dan ook! Als sector zou ik wel graag zien dat er praktijktrainingen komen. werknemers 1 of 2 dagen op cursus. opdrachten voor op het eigen bedrijf mee naar huis en daarna een bijeenkomt om de resultaten te bespreken. Kennissessies zijn leuk voor de gevorderde in de sector voor de jongeren in de sector zou het mooi zijn om dit vooraf te laten gaan met een of twee dagen theorie om daarna de opdrachten samen met de ondernemer of bedrijfsleider te maken en deze daarna gezamenlijk te bespreken op sessie. Uiteindelijk is iedereen weer opgefritst en maken we als sector echt stappen op kennisniveau.

  • pinkeltje

    Is het niet zo dat al langere tijd het hele landbouwonderwijs aan het opdrogen is?

Of registreer je om te kunnen reageren.