Varkenshouderij

Achtergrond 1139 x bekeken

Varkenshouder moet marktontwikkeling inschatten

Zonder de moderniseringssubsidie kunnen veel stalbouwplannen in de Deense vleesvarkenshouderij niet uit. Maar naast kosten speelt ook inzicht in de marktontwikkeling bij de investeringsbeslissing mee. Daarvan weet de gemiddelde Deense varkenshouder echter weinig tot niets, stelt belangenorganisatie Danske Svineproducenter vast.

De vleesvarkensproductie in Denemarken krimpt nog steeds. Dat heeft alles te maken met het rendement in deze bedrijfstak. Prognoses van experts voorspellen dat het aantal Deense varkenshouders de komende 10 jaar terugloopt naar zo'n 1.500 ondernemers. Daarbij handhaaft zich de zeugenstapel, in tegenstelling tot de vleesvarkensstapel, op rond de 1 miljoen dieren. De biggenproductie neemt toe naar 33 miljoen dieren, waarvan er tegen die tijd 18 miljoen – ofwel dus ruim meer dan de helft – afgezet worden in het buitenland. Die gaan vooral naar Duitsland en Polen. Een aanzienlijke groei, want dit jaar worden naar verwachting ruim 12 miljoen biggen geëxporteerd.

Sombere toekomstcijfers

Voor de toekomst van de vleesvarkenshouderij in Denemarken zijn dat sombere cijfers. Met argusogen wordt daarbij gekeken naar de groei in Spanje. Daar zijn volgens de deskundigen de kosten lager en de vleesprijzen hoger. De vraag is of het tegen deze achtergrond en de slechte prognoses over de ontwikkeling van de vlees- en voerprijzen nog wel zin heeft om te investeren in vleesvarkensproductie.

Onderzoeks- en bedrijfsconsultancy-organisatie Seges VSP heeft dat uitvoerig onderzocht aan de hand van 24 investeringsscenario's. Daaruit blijkt dat niet in alle gevallen investeren af te raden is. Maar daarnaast ook dat de moderniseringssubsidie die de overheid aan de varkenshouderij beschikbaar stelt daarbij een flinke rol speelt. Zonder die subsidie kunnen veel plannen maar beter in de la blijven.

Geld plattelandontwikkeling slim benut

De bedoelde subsidie komt uit de Europese pot voor de plattelandsontwikkeling en wordt door de politici in Kopenhagen 'verkocht' onder het milieuvaandel; subsidie krijgt die ondernemer die met nieuwe stalbouwplannen zorgt voor minder emissie(-s). In totaal ligt er 21 miljoen euro klaar.

Los van die subsidie blijkt ook dat de grootste kans op rendement er is bij uitbreiding en niet bij complete nieuwbouw. Andere belangrijke rendementsfactoren zijn zelf mengen van het voer en keuze van de staltechniek.

Ook marktontwikkeling kennen

Toepassing van al deze factoren is desondanks niet genoeg. Met alleen scherp calculeren kan een varkenshouder vandaag de dag volgens belangenbehartigingsorganisatie Danske Svineproducenter niet meer worden volstaan. Minstens even belangrijk, zo niet belangrijker, is de vraag hoe de vleesmarkt zich zal ontwikkelen. Wat wil de consument? En hoe kan er (nog meer) meerwaarde uit de markt worden gehaald? En wat doet de concurrentie? Daarvan weet de gemiddelde Deense varkenshouder volgens de Danske Svineproducenter nog niets en daarin moet verandering komen.

Of registreer je om te kunnen reageren.