Varkenshouderij

Achtergrond 5425 x bekeken 1 reactielaatste update:18 mei 2016

Mengvoerafzet blijft onder druk staan

De afzet van varkensvoeders staat onder druk. Toch proberen de grote voerbedrijven hun afzet minimaal gelijk te houden. Ze moeten kosten beheersen.

Vergeleken met vijftien jaar geleden is de mengvoerwereld fors veranderd. Na tientallen fusies zijn er drie grote bedrijven die de helft van de totale mengvoerproductie in handen hebben: ForFarmers, Agrifirm en De Heus. In het varkenssegment is de verdeling iets anders: De Heus deelt daar de derde plaats met FransenGerrits die vooral in het zuiden van het land opereert. Het bedrijf heeft weliswaar een omzet van ‘maar’ 700.000 ton; 90% daarvan is varkensvoer. Samen maken deze vier bedrijven ruim 3,2 miljoen ton varkensvoer per jaar.

In 2015 werd door Nevedi-leden in totaal 12,4 miljoen ton mengvoer gemaakt. Daarvan is 40% varkensvoer, wat neerkomt op krap 5 miljoen ton. Overigens lopen productie en afzet wel wat door landsgrenzen heen. Globaal hebben de grote vier dus twee derde van de markt in handen. Inclusief Voergroep Zuid nemen de vijf grootste varkensvoerfabrikanten driekwart van de hoeveelheid voor hun rekening.

De concentratie van mengvoerbedrijven heeft niet alleen in de top plaatsgevonden maar ook bij kleine en middelgrote spelers. Er zijn weliswaar nog zo’n 75 mengvoerbedrijven, maar de tien grootste produceren nu meer dan 90% van de hoeveelheid varkensvoer. Dat is inclusief middelgrote bedrijven als Agruniek Rijnvallei, ABZ Diervoeding en Coppens Diervoeding.

Afzet onder druk

Uit cijfers van Nevedi blijkt dat de afzet van varkensvoer onder druk staat terwijl die van rundveevoeders vorig jaar toenam. Alle mengvoerfabrikanten verwachten dat de totale varkensvoerafzet de komende jaren verder daalt. De mate waarin verschilt wel.

Belangrijk voor de toekomstige mengvoerafzet is de omvang van de varkensstapel. Hoe die zich ontwikkelt, is koffiedijk kijken, maar een zekerheid is dat richting 2020 veel bedrijven vanwege de stoppersregeling stoppen. Dat zijn vooral kleine bedrijven, maar wel met volledig mengvoer. Een extra impuls ontstaat, als fosfaat uit de varkenshouderij richting rundveehouderij gaat. Een deel van de blijvers schakelt over op conceptproductie. Dat betekent in veel gevallen minder varkens of biggen in dezelfde ruimte. Het aandeel biologisch voer neemt toe. Agruniek Rijnvallei, een van de grootste fabrikanten van dit voer, voorziet voor de eigen afzet een stijging naar 6.000 ton in 2015 naar 10.000 ton.

Verder wordt nog steeds mengvoer vervangen door droge en natte bijproducten. Vooral de interesse in droge enkelvoudige grondstoffen stijgt. Het aantal nieuwe bedrijven met bijproducten is beperkt. Groei komt vooral door uitbreiding en een hoger percentage vervanging; 70 tot 80% vervanging is geen uitzondering. Aan de andere kant kunnen door concepten meer eisen komen aan het gebruik van reststromen. De totale afzet aan vochtrijke bijproducten voor de varkenshouderij was de afgelopen jaren aan het zakken, maar is in 2014 licht gestegen. Niet alleen de kosten, maar ook het aanbod aan producten bepalen het verloop van die markt.

De komende jaren zal het aantal bedrijven toenemen die compleet eigen mengvoer maken. Bart Swinkels, directeur van Swinkels Nutrition, schat dat nu een hoeveelheid van circa 140.000 ton mengvoer door zelfmengers wordt vervangen; een stijging van 100.000 ton vergeleken met vijf jaar geleden. Dat het in andere landen meer gebeurt, heeft daar vooral te maken met de logistieke beperkingen van mengvoer. In het fijnmazige Nederlandse mengvoernetwerk is dat nooit een probleem. Ook moet een varkenshouder veel oog hebben voor techniek en nutritie. Daar zit lang niet iedereen op te wachten.

Ongeveer 150.000 ton voer wordt momenteel door Mijnvoer.nl gemaakt. Varkenshouders geven dan een receptuur in en Mijnvoer.nl kijkt waar het voer het goedkoopste gemaakt kan worden.

Mengvoerfabrikanten proberen kosten weg te snijden door investeren in efficiënte productie.<br /><em>Foto: Bert Jansen</em>
Mengvoerfabrikanten proberen kosten weg te snijden door investeren in efficiënte productie.
Foto: Bert Jansen

Keuzemogelijkheid

Door de daling in aantal varkens en voerafname zijn straks niet meer alle fabrieken nodig. Dat leidt de komende jaren onherroepelijk tot fusies en samenwerking. Henk van Kuyk, sectorhoofd varkens bij De Heus, waarschuwt voor de gevolgen van onderproductie en trekt parallellen met de slachterijen in de jaren negentig. “Toen werd ook alles gedaan om de laatste haak vol te krijgen en dat heeft de sector verzwakt. De mengvoerindustrie moet daar beducht op blijven.”

De verdere concentratie van mengvoerbedrijven heeft ook gevolgen voor de keuzemogelijkheid van varkenshouders. In absolute zin neemt het aantal aanbieders van varkensvoer af. Nietttemin verruimen veel fusiebedrijven hun werkgebied en leveren nu ook in landsdelen waar ze eerst niet kwamen met hun bulkauto’s. Bovendien moeten fusies leiden tot kostenreductie door een meer efficiënte productie. Ook aspecten als innovatie en advies kunnen een positieve impuls krijgen.

De roep om een hoge kwaliteit mengvoer tegen lage kosten blijft voor alle mengfabrikanten een ­belangrijk aandachtspunt. Het is een spagaat om aan beide voorwaarden te voldoen.

Bijproducten blijven de komende jaren mengvoer vervangen. Het is niet de verwachting dat er veel nieuwe installaties bijkomen.<br /><em>Foto: Ronald Hissink</em>
Bijproducten blijven de komende jaren mengvoer vervangen. Het is niet de verwachting dat er veel nieuwe installaties bijkomen.
Foto: Ronald Hissink

ForFarmers wil grootste blijven en alle voeders leveren

Met ruim 1 miljoen ton varkensvoer in Nederland is ForFarmers de grootste voerfabrikant van Nederland. Het ­bedrijf wil alle grondstoffen leveren.

De totale productie van ForFarmers in Nederland is 4,1 miljoen ton, inclusief enkelvoudige grondstoffen. Daarvan is ruim 40% arkensvoeders. De strategie van ForFarmers is om alle voeders te kunnen leveren op het varkensbedrijf. “Wij gaan voor de volledige maagvulling”, aldus Jan Baan, directeur verkoop varkens.

Voor leveren van droge en natte grondstoffen is ForFarmers DML actief. Op die manier zijn de lijntjes kort en houdt de voerfabrikant de regie over de nutritionele kwaliteit van alle grondstoffen.

ForFarmers legt al jaren de nadruk op het maken van maatwerkvoeders en blijft dat doen. Tien jaar geleden waren zeven van de tien voeders nog standaardvoeders; dat zijn er nu nog maar twee van de tien. Maatwerkvoeders worden ingezet op bedrijven met volledig mengvoer, maar ook bedrijven met natte en droge bijproducten. Die trend zet met name bij vleesvarkens door. “We willen flexibel in kunnen spelen op veranderingen op bedrijven”, aldus Baan. “En we halen faalkosten uit de keten als varkenshouders zelf efficiënter grondstoffen kunnen benutten.”

Een bijkomend voordeel van maatwerk is volgens Baan dat varkenshouders zelf kunnen bepalen of en hoe groot wisselingen in grondstoffen in mengvoeders zijn. “De varkenshouder praat zelf mee over de grondstoffen die in zijn voer gaan.”

Baan voorziet dat zeugenhouders in de toekomst voor arbeidsgemak en maximale zekerheid kiezen en daarom meer gebruik blijven maken van standaardvoeders. “Ook in die voeders stellen we eisen aan de mate waarin grondstoffen vervangen mogen worden. In het hogere segment zijn de eisen wel strenger dan bij de goedkopere voeders.”

ForFarmers verwacht dat de komende jaren druk blijft staan op de afzet van varkensvoeders. “Het aantal varkens zal niet zoveel dalen, maar vooral het aantal varkenshouders. Steeds meer mengvoer zal vervangen worden door losse grondstoffen.”
Toch is het bedrijf niet van plan te krimpen in productie van mengvoer: door groei van bedrijven, klantenwinst maar ook eventuele overnames wil ForFarmers de marktpositie verder uitbouwen. “Dat is nodig om ook in de toekomst faalkosten weg te kunnen blijven snijden uit de keten.”

Het bedrijf verwacht een sterke positie te kunnen innemen in de ontwikkelingen van concepten en ketenproductie. “Via ForFarmers UK hebben we daarover veel kennis in huis. Ook hebben we al twee jaar een conceptmanager om het denken in concepten naar een hoger plan te tillen.”

Baan benadrukt dat het bedrijf zelf geen vleesconcepten gaat trekken, maar met ketenpartijen langdurige relaties op basis van transparantie wil aangaan.

De Heus: procedé uit biggenvoerfabriek smaakt naar meer

De afgelopen jaren heeft De Heus geïnvesteerd in biggenvoer en dat betaalt zich terug in meer omzet in dat segment. Over de omvang van de varkensstapel is het bedrijf pessimistisch.


Het bedrijf produceert ruim 2 miljoen ton mengvoer waarvan 600.000 ton varkensvoer. Dat is een stijging van circa 20% in vijf jaar tijd, aldus Henk van Kuyk, sectorhoofd varkens. “Vooral de afzet van biggenvoeders is sterk gestegen. Sinds we een gespecialiseerde biggenvoerfabriek in Andel hebben, is de afzet in dat segment met 40% gegroeid.” De Heus wil het procedé dat ten grondslag ligt aan het schonen van grondstoffen in de biggenvoerfabriek ook bij premium-zeugenvoeders gaan toepassen. “Mycotoxines kunnen via de zeugenmelk immers ook de bigvitaliteit in de kraamstal aantasten.”


Circa 60% van de voeders van De Heus is standaardproductie; de rest is maatwerk. Van Kuyk ziet nog altijd een toename van maatwerkvoeders door gebruik van de CDI-installatie; op bedrijven met bijproducten blijft de afzet redelijk stabiel. Van Kuyk verwacht weinig toename van varkenshouders die zelf compleet voer maken op basis van 1 of of 2% premix. “Als je alle kosten voor de eigen installatie, inkoop van losse ingrediënten en begeleiding telt, is de vraag of het extra rendement oplevert.”

"Vooral de afzet van biggenvoeders is sterk gestegen." - De Heus

Om de kostprijs in de hand te houden heeft De Heus een relatief platte organisatie met een focus op een efficiënte logistiek zoals voldoende grote fabrieken die aan het water liggen. Van Kuyk verwacht dat, onder andere door verschillen in logistieke keuzes, tussen bedrijven een totaal efficiencyverschil zit van €1 tot  €2 per 100 kilo voer. Op bedrijfsniveau ziet Van Kuyk mogelijkheden voor fermentatie om kosten te verlagen. “Bij een goed gecontroleerd proces zien we dat goede resultaten mogelijk zijn en de risico’s worden uitgesloten.” Het aantal bedrijven waar fermentatie kan plaatsvinden is beperkt omdat het vooral interessant is als er warmte beschikbaar is. Toch verwacht Van Kuyk dat het doorzet.


Van alle de grote mengvoerbedrijven is De Heus het meest pessimistisch over de omvang van de Nederlandse varkensstapel. Vooral de toename van het aantal bedrijven dat in een concept produceert is volgens Van Kuyk bepalend; doordat meer vierkante meters per big of vleesvarken nodig zijn, verwacht hij dat het aantal varkens de komende jaren daalt. Ook voorziet hij een inkrimping van de zeugenstapel. Verder zetten de toenemende vervanging op bedrijven met een CDI, een betere voerconversie en het mesten van beren de voerafzet onder druk. “We houden rekening met een daling van 20 
tot 25% aan mengvoerbehoefte voor heel Nederland.” Om in die markt de voeromzet ­gelijk te houden, vindt 
hij al een hele prestatie, maar het is wel de ambitie van De Heus.

Agrifirm: kosten verlagen door grote charges uit één fabriek

Agrifirm gaat grote charges in één fabriek maken om kosten te verlagen. Het mestdossier is en blijft bepalend voor de omvang van de varkenshouderij en dus de voerafzet.

In totaal produceert Agrifirm 4,3 miljoen ton mengvoer waarvan circa 3,1 miljoen ton in Nederland wordt afgezet. De productie van varkensvoeders ligt nu rond de miljoen ton. Agrifirm maakt ook mengvoer voor Steijn Voeders, Vleuten Voeders en Gelre IJsselstreek. Daardoor ligt het aandeel met een Agrifirm-logo dat de fabriek verlaat wat lager.

Jeroen van Driel, sectormanager varkens, verwacht dat de totale mengvoeromzet bij varkens de komende jaren met enkele procenten daalt. Toch is hij niet heel negatief. "Mits fosfaatrechten niet inwisselbaar worden voor rundvee zal de daling van het aantal varkens wel meevallen."

Van alle gemaakte voeders is 80% bij Agrifirm een standaardvoer; het maken van een maatwerkvoer gebeurt voor ongeveer 150 varkensbedrijven. Van Driel schat dat de helft van de vleesvarkens een of meerdere losse grondstoffen of bijproducten krijgt bijgevoerd. Hij verwacht dat dat aandeel verder gaat stijgen. "Bedrijven die de komende jaren stoppen, zitten vaak op compleet mengvoer. Die varkensrechten worden overgenomen door grote bedrijven met bijproducten en losse grondstoffen.

Het aandeel zelfmengers (die dus volledig zelf voer maken met premixen) blijft in de visie van Agrifirm klein. "In Nederland is altijd een mengvoerbedrijf dichtbij. Deze beschikken over meer mogelijkheden qua productietechnieken en grondstofkeuzes, waardoor zelf maken van compleet voer in de meeste gevallen geen voordeel geeft."
Agrifirm investeert momenteel in de productielocatie in Veghel. Het bedrijf specialiseert de twee fabrieken aldaar: in één fabriek worden de codes voor vleesvarkens en dragende zeugen gemaakt. "Dat zijn grote charges waardoor we tegen lage kosten kunnen werken."

De andere voeders met minder grote charges en meer benodigde flexibiliteit worden voortaan in de andere fabriek gemaakt. Deze aanpak leidt volgens Van Driel tot een meer efficiënte productie tegen lagere kosten en geeft bovendien een kwaliteitsvoordeel.
Een van de belangrijkste thema's voor de varkenshouderij blijft volgens Van Driel het mestdossier. Dat gaat ook mede bepalen hoeveel varkens en bedrijven er in Nederland blijven. Agrifirm werkt actief mee aan het Mestinvesteringsfonds en steunt daarmee nieuwe initiatieven. Het bedrijf heeft geen ambities om zelf actief in mestverwerking te investeren.

Via de eigen bedrijfsonderdelen heeft het voerbedrijf wel invloed op de mestkosten. "Met Agrifirm Exlan hebben we expertise in huis over mestverwerking. En via Agrifirm Plant kunnen we de acceptatiegraad van organische meststoffen in de akkerbouwgebieden verhogen."

Eén reactie

  • grolschzetor

    Voorlichters eruit en een nutriësten er voor terug!

Of registreer je om te kunnen reageren.