Varkenshouderij

Achtergrond 2778 x bekeken

Gemeente biedt varkenshouders voorzichtig hulp

De impact van de crisis in de varkenshouderij is groot. Gemeentes kunnen een coördinerende taak vervullen om het leed te verzachten.

De financiële situatie in de varkenshouderij is al langere tijd slecht. Voor gemeente Hof van Twente waren signalen van varkenshouders aanleiding voor onderzoek (zie kader 'Varkenshouders zijn gewend hun eigen boontjes te doppen'). Volgens Wilco Pasman, directeur van stichting Stimuland en een initiatiefnemer van het onderzoek, staat de situatie in Hof van Twente niet op zich, maar is het het topje van de ijsberg. Elk bedrijf dat stopt, betekent een verlies van gemiddeld vijf tot zes arbeidsplaatsen in de regio, zegt Pasman. Veel stoppers betekent dus grote gevolgen voor de regionale economie.

Crisis meestal geen thema bij gemeenten

Een belrondje langs de tien Nederlandse gemeenten met de meeste varkensbedrijven leert dat er weinig specifieke aandacht is voor de slechte financiële situatie in de varkenshouderij. Gemeente Ede telt volgens het CBS in 2015 208 varkensbedrijven en is daarmee de gemeente met de meeste varkensbedrijven in Nederland. Bestuursadviseur Hans Vulto laat weten dat die gemeente geen specifiek beleid heeft voor varkenshouders, maar dat er wel aandacht is voor de landbouwsector in zijn totaliteit bij de voorbereiding op het nieuwe bestemmingsplan buitengebied. De gemeente wil ruimte houden voor bedrijfsontwikkeling, onder meer door het areaal landbouwgrond te handhaven. Daarnaast moeten bedrijven die niet worden voortgezet een andere functie krijgen en moet er een oplossing komen voor leegkomende bedrijfsgebouwen.

Varkenshouders zijn gewend hun eigen boontjes te doppen

Er is veel stil leed in het buitengebied blijkt uit onderzoek onder 36 zeugenhouders in Hof van Twente. Zij zijn bezocht door twee agrarisch bedrijfscoaches. De werkgroepleden zijn geschrokken van de sociale en emotionele problemen. Na perioden van ups en downs in de varkenshouderij zijn er sinds enige tijd alleen nog downs. Schulden lopen op en betalingsproblemen zijn bijna een vanzelfsprekendheid: "We hebben ons kapotgewerkt. Altijd maar hopen op betere prijzen, er is niets meer over."

Boeren vragen niet snel om hulp. Ze zijn gewend hun eigen boontjes te doppen en leven met de gedachte dat hard werken beloond wordt. Ze vinden het moeilijk over hun situatie te praten met collega's of buren, omdat ze bang zijn dat dit gevolgen heeft voor de reputatie van hun bedrijf en bedrijfsbeëindiging versnelt.

Schuldgevoel
Ook in de familie wordt weinig gesproken over de problemen. Varkenshouders voelen zich schuldig tegenover de oudere generatie die met hard werken het bedrijf heeft opgebouwd en die in sommige gevallen het pensioen, de woning en het levenswerk verliest. "Als ik stop, doe ik mijn ouders veel verdriet." Ook zijn er schuldgevoelens jegens de jonge generatie. Die kan het bedrijf niet meer voortzetten.

Stoppers zien weinig perspectief. Ze hebben geen cv of referenties en geen idee wat ze kunnen gaan doen. Ze trekken zich meer en meer terug uit het sociale leven en gooien deuren dicht voor partijen van goede wil. Gemeente Hof van Twente beraadt zich op vervolgstappen.

<em>Foto: Jan Willem Schouten</em>
Foto: Jan Willem Schouten

Vinger aan de pols

De gemeente Sint Anthonis houdt een vinger aan de pols bij ondernemers in het buitengebied. Wethouder Ingrid Voncken vertelt dat zij regelmatig overlegt met Rabobank en ZLTO over de financiële ­situatie in de varkens- en melkveehouderij. Belangrijkste doel: vroegtijdig signaleren van problemen. Ook overlegt gemeente Sint Anthonis met de andere gemeentes in Agri Food Capital over het transitieproces van de varkenshouderij. Daarbij is er volop aandacht voor ruimte om te ondernemen en wat te doen met vrijkomende agrarische bebouwing.

Ook de gemeente Raalte heeft aandacht voor dit onderwerp. Mede dankzij de inzet van varkenshouder en gemeenteraadslid Jan Schokker. Hij vindt dat overheden hun verantwoordelijkheid moeten nemen en moeten anticiperen op de toekomst.

Aanspreekpunt voor varkens

“Nu gaat het slecht in de varkenshouderij en ik maak me zorgen over de toekomst van de melkveehouderij”, vertelt Schokker. Pasman deelt die zorg. Hij probeert vanuit Stimuland om de discussie breder te trekken dan de varkenshouderij. Beiden vinden dat de situatie in de varkenshouderij nijpend is voor veel bedrijven en dat er snel iets moet gebeuren.

Schokker wil dat zijn gemeente een aanspreekpunt voor varkenshouders aanstelt. Dat moet iemand zijn die de sector goed kent en bij wie varkenshouders hun hart kunnen luchten. En die ze kan doorverwijzen naar de juiste persoon of instantie voor hun vragen. Pasman is het met Schokker eens, maar een aanspreekpunt alleen is volgens hem niet voldoende. Hij vindt dat organisaties en mensen die bij varkenshouders over de vloer komen samen moeten optrekken. Dan valt optimaal gebruik te maken van het sociale vangnet op het platteland: huisarts, dierenarts, voerleverancier, zorginstelling, Humanitas, kerken enzovoort.

Coördinatie is nodig

Pasman is blij met de aandacht van Hof van Twente, Raalte en Sint Anthonis voor de situatie in de varkenshouderij. Hij ziet het liefst dat gemeenten een duidelijk coördinerende rol op zich nemen in het signaleren van en verlenen van hulp aan ondernemers in moeilijkheden. Daar hoort in zijn ogen ook begeleiding bij. Uit het rapport van de gemeente Hof van Twente blijkt dat stoppen met een agrarisch bedrijf grote gevolgen heeft voor de ondernemer en zijn gezin. “Gaat het niet goed met het bedrijf dan werken de gevolgen hiervan door in de hele familie. Gaat men failliet dan verliest men veel meer dan een ander type ondernemer kwijtraakt.” Juist omdat de meeste varkenshouders niet zelf om hulp vragen, is iets extra’s nodig in de vorm van begeleiding, vindt Pasman. De gemeente heeft er zelf belang bij om in een vroeg stadium mensen te helpen, vinden Pasman en Schokker. Te lang doormodderen, leidt tot meer schulden en daar is niemand bij gebaat.

Naast Hof van Twente, Raalte en Sint Anthonis benaderden we de gemeenten Barneveld, Berkelland, Bernheze, Deurne, Gemert-Bakel en Venray. Die laten weten (nog) geen specifiek beleid voor de situatie in de varkenshouderij te hebben, maar dat het onderwerp wel hun aandacht heeft.

Dit bedrijf krijgt na verkoop een andere bestemming. De inventaris is verkocht aan een handelsbedrijf en staat klaar voor transport.<br /><em>Foto: Boerderij</em>
Dit bedrijf krijgt na verkoop een andere bestemming. De inventaris is verkocht aan een handelsbedrijf en staat klaar voor transport.
Foto: Boerderij

Hulp van gemeente

In iedere Nederlandse gemeente geldt dat ondernemers gebruik kunnen maken van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Dat biedt de mogelijkheid om het gezinsinkomen aan te vullen tot bijstandsniveau. Daarnaast biedt het Bbz de mogelijkheid aanvullend bedrijfskapitaal te lenen. Afhankelijk van de situatie moet die bijdrage (deels) worden terugbetaald. Verder heeft elke gemeente mogelijkheden om gezinnen die het financieel moeilijk hebben te ondersteunen. Op welke manier verschilt per gemeente. Gemeenten hebben hiervoor elk hun eigen beleid. De gemeente Sint Anthonis heeft onder meer een voorziening die lidmaatschap van een sportvereniging mogelijk maakt voor kinderen van gezinnen die het financieel moeilijk hebben.

Gemeente Hof van Twente heeft werk gemaakt van de signalen die zij via het sociale netwerk binnenkreeg. Het college van B&W heeft kennisgenomen van het rapport en beraadt zich op de stappen die het moet zetten met het oog op de toekomst. Pasman merkt dat veel gemeenten in Overijssel de ontwikkelingen in de gemeente Hof van Twente met grote belangstelling volgen.

Varkensstallen zijn inspiratiebron voor kunstenaars

Varkenshouder Alfons Oosterwijk (61) besloot in 2001 te stoppen met zijn zeugenbedrijf.

Alfons Oosterwijk in Lettele (Overijssel). <strong>Bedrijf:</strong> Tot 2001 zeugen en vleesvarkens. Stallen omgebouwd tot bedrijfsruimte, deels verhuurd.<br /><em>Foto: Ronald Hissink</em>
Alfons Oosterwijk in Lettele (Overijssel). Bedrijf: Tot 2001 zeugen en vleesvarkens. Stallen omgebouwd tot bedrijfsruimte, deels verhuurd.
Foto: Ronald Hissink

Aanleiding voor Oosterwijk om te stoppen met zijn varkensbedrijf was de MKZ-crisis. Hoewel zijn bedrijf niet is geruimd, lieten de gevolgen van het vervoersverbod diepe sporen na bij de voormalig varkenshouder en zijn vrouw: “Dit willen we niet nog een keer mee hoeven maken, zeiden we tegen elkaar. Als je dat zegt, dan moet je dat ook waarmaken.”

Hij begon op zijn varkensbedrijf een bedrijf in elektrische vloerverwarming, terwijl de laatste biggen nog in de stal lagen. Hij startte als franchisenemer en besloot later om als zelfstandige verder te gaan. Zijn bedrijf, Electric Comfort, is gehuisvest in een deel van de voormalige varkensstallen. Die paste hij aan door onder meer de kelders dicht te maken en opnieuw af te timmeren. In een later stadium verving hij de asbest dakplaten door sandwichpanelen met zonnepanelen erop. Die leveren voldoende energie om de woning en de bedrijfsruimten te verwarmen. De ruimte die hij niet zelf nodig heeft, verhuurt hij aan een aantal bedrijfjes. Waaronder kunstenaars, beeldhouwers, muzikanten, stichting Gered Gereedschap en twee klussenbedrijven.

Bestemming van perceel gewijzigd
De gemeente Deventer, waar Lettele bijhoort, dacht met Oosterwijk mee en wijzigde de bestemming van zijn perceel van agrarisch naar bedrijventerrein. Wel met de beperking dat het oppervlak aan bedrijfsgebouwen niet groter mag worden dan dat van de varkensstallen. En de hoogte van gebouwen is beperkt tot 5 meter.

Oosterwijk heeft nog geen spijt van zijn keuze, hoewel het in het begin niet makkelijk was. Zoals hij zelf zegt, heeft hij in het begin kunnen profiteren van de grote behoefte aan kantoorruimte. “Hierdoor had ik vrij snel alle ruimtes verhuurd, waardoor ik aan al mijn financiële verplichtingen kon blijven voldoen”, vertelt hij. “En het is ook erg gezellig met zoveel mensen op het erf. Eens per jaar houden we samen een feestje met een barbecue erbij”, besluit de ondernemer.
Deze organisaties staan u bij in moeilijke tijden

 

  • Zorg om Boer en Tuinder (ZOB) . De deskundige vrijwilligers komen veelal uit de sector. Zij bieden een luisterend oor en weten waar u met welke vragen terechtkunt.
  • ZLTO heeft twee sociaal werkers voor persoonlijke ondersteuning van leden. Zij bieden een luisterend oor en persoonlijke ondersteuning. Te bereiken via ledennummer: (073) 217 3333.
  • NVV biedt leden telefonische hulp van coach Paulien Hogenkamp. Varkenshouders kunnen hun verhaal kwijt en krijgen advies en ondersteuning. Ze is te bereiken via (06) 53 98 21 68.
  • Veel kerken bieden ondersteuning aan bij persoonlijke problemen. In de eerste plaats bieden vrijwilligers een luisterend oor. Zij kunnen doorverwijzen voor verdere hulp.
  • De huisarts is altijd aan te spreken als u persoonlijke hulp nodig hebt.
  • Humanitas biedt een luisterend oor. De vrijwilligers kunnen u doorverwijzen voor specifieke hulp.

Of registreer je om te kunnen reageren.