Varkenshouderij

Achtergrond 3382 x bekeken

Varkenshouders onderschatten risico’s stof

Varkens houden gaat gepaard met stof. Langdurige blootstelling kan leiden tot klachten. Preventieve maatregelen kunnen de risico’s verminderen.

Varkens en stof zijn onlosmakelijk verbonden. In de stallucht zit altijd stof. Stof bestaat uit kleine vaste en vloeibare deeltjes. Dit wordt ‘particulate matter’ (PM) genoemd. De deeltjes met een diameter kleiner dan 10 μm (micrometer = een honderdste millimeter), worden aangeduid met ‘PM10’.

Deze deeltjes (fijnstof) zijn in staat diep in de luchtwegen van mens en dier door te dringen en kunnen de gezondheid schaden. Hoewel veel stof in luchtwassers wordt afgevangen, maken omwonenden van varkens- en pluimveebedrijven zich in toenemende mate druk over de schadelijkheid van stof.

Endotoxinen

Om de vermeende risico’s voor de volksgezondheid te achterhalen, doet het RIVM onderzoek. In mei worden de eerste resultaten gepubliceerd van het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO).

Nog meer dan omwonenden van varkens- en pluimveebedrijven, staan varkenshouders zelf bloot aan de gevaren van stof. Een van de schadelijkste stoffen in stallucht zijn de endotoxinen. Dit zijn afbraakproducten van ziekteverwekkende bacteriën. Van endotoxinen is meer bekend dan van andere schadelijke stoffen in de lucht. Endotoxinen komen de longen binnen, doordat ze zich binden aan stalstof. In de longen veroorzaken ze kleine ontstekingsreacties. Dat kan leiden tot acute ademhalingsproblemen of op termijn tot een sterk verminderde longfunctie. Het Stigas bracht de stofbelasting in beeld van verschillende activiteiten in de varkensstal (zie ‘Soort werk bepaalt stofbelasting’ onderaan dit artikel).

<em>Foto: Bert Jansen</em>
Foto: Bert Jansen

Longklachten

Varkenshouders zijn wel bekend met de risico’s, maar nemen nog weinig preventieve maatregelen, zegt Jos Rooijackers, longarts bij het Nederlands Kenniscentrum Arbeid en Longaandoeningen. Volgens hem krijgt zo’n 25% van de varkenshouders op latere leeftijd stofgerelateerde longklachten als chronische bronchitis. Dat uit zich in regelmatig hoesten en last van kortademigheid. Dat komt doordat de bronchiën – dit zijn de vertakkingen van de luchtpijp – de hele tijd geïrriteerd zijn. Door de irritatie produceren de slijmvliezen meer slijm dan normaal. Dit veroorzaakt hoest en de benauwdheid. Genezing is niet mogelijk. De symptomen zijn buitengewoon hinderlijk.

De longarts verbaast zich erover dat er in de varkenssector weinig gebeurt op het vlak van preventie. Hij refereert aan de bakkers die collectief onderzoek doen naar het voorkomen van meelstofallergie en hiermee goede resultaten boeken op gebied van preventieve maatregelen. Rooijackers ziet ook in de varkenshouderij goede mogelijkheden voor preventieve maatregelen. Allereerst moet je stof bij de bron aanpakken, stelt hij.

Veroorzakers van stof

In de stal veroorzaken drie bronnen stof:

  1. Voer
  2. Mest
  3. Varkens

Alle drie hebben ze een gelijk aandeel in de hoeveelheid stof in de stallucht. Uit een eerder onderzoek van Wageningen UR (WUR) blijkt dat bij alle drie reductie is te halen.

Hoe beperk je stof?

Over beperken van stof als gevolg van voer is veel bekend. Brijvoer geeft 10 tot 20% minder stof dan droogvoer. Bij droogvoer neemt de hoeveelheid stof toe naarmate de korrel zachter is. Meel geeft het meeste stof. Door de korrels met vet te bespuiten na het persen, komt bijna 40% minder stof uit het voer. In het algemeen geldt dat hoe minder beschadigingen aan de korrel optreden, des te minder stof uit voer er in de stallucht komt.

Uitgedroogde mest is een grote bron van endotoxinen. Hokbevuiling veroorzaakt daardoor veel stof. Vaak is een verkeerd klimaat de oorzaak. Het is verder van belang dat mest snel in de kelder verdwijnt. Metalen roosters in combinatie met een mestspleet zorgen voor een snelle mestdoorlaat. Ook de mest zelf is van invloed. Soepele mest valt makkelijk door de roosters. Dat is te beïnvloeden met voer en water. Kiezen voor ondiepe of dubbele kelders voorkomt dat droge mest zich ophoopt in de kelders.

Stof afkomstig van de dieren bestaat vooral uit huidschilfers. Dit is niet te voorkomen. Wel veroorzaken gladde, kortharige varkens minder huidstof dan ruwe, langharige.

Ook technische oplossingen kunnen de hoeveelheid stalstof reduceren. Een olienippel in het hok vermindert de hoeveelheid stof in de stallucht met 62%. De jaarlijkse kosten hiervan zijn €5,30 per vleesvarkensplaats. Een andere methode is ionisatie. Hierbij krijgt het stof een elektrische lading, waardoor het zich hecht aan plafonds en wanden. Hierdoor daalt de hoeveelheid stof in de stallucht met 36%. De jaarlijkse kosten zijn ruim €3 per plaats per jaar. Filteren van stallucht is ook mogelijk. Door de inhoud van de afdeling circa tien keer per uur te filteren is in het onderzoek van WUR 25% minder stof gemeten. De kosten van dit systeem zijn relatief hoog met ruim €7 per plaats per jaar.

Aanrader: persoonlijke beschermingsmiddelen

Schoonspuiten van de varkensstallen geeft veel fijne nevel. Door met een lagere druk en een vlakstraler te werken is de hoeveelheid nevel te beperken. Daarnaast is het belangrijk om de nevel zo snel mogelijk af te voeren door hard te ventileren tijdens het hogedrukspuiten. Ondanks alle mogelijke maatregelen blijft er altijd schadelijke stof in de stallucht. Een toekomstige bron van stof wordt het gebruik van strooisel op de dichte vloer. In de biologische- en scharrelvarkenshouderij is stro een grote bron van stof in de stallucht.
Rooijackers raadt het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s) sterk aan. Hij wijst op het belang van een goede hygiëne bij half- en volgelaatsmaskers. Dagelijkse reiniging van het masker is belangrijk om bacteriegroei te voorkomen. Het gebruik van stofkapjes raadt hij af. Doordat ze matig aansluiten treedt snel leklucht op. Het blijkt dat de leklucht die wordt ingeademd veel hogere stofconcentraties bevat dan de stallucht. “Het middel is dan erger dan de kwaal”, vat Rooijackers samen.

Alles overziend zijn er mogelijkheden het stofgehalte in de varkensstallen te verlagen. Een stofvrije werkomgeving is met de huidige kennis niet te bereiken. Reductie aan de bron en pbm’s bieden de beste bescherming.

Soort werk bepaalt stofbelasting

Het Stigas heeft in beeld gebracht welke werkzaamheden in de varkensstal de meeste stofbelasting veroorzaken. 
Via een gewogen score hebben alle werkzaamheden een risicoscore gekregen gebaseerd op de duur van de werkzaamheden, de zwaarte van de arbeidsinspanning (hoe zwaarder het werk, hoe dieper de ademhaling, hoe meer stof wordt ingeademd) en de hoeveelheid stof in de lucht. 

Handelingen aan individuele dieren scoren hoog in stofbelasting, net als het handmatig voeren van varkens en het reinigen van de afdeling met de hogedrukreiniger. De score van deze werkzaamheden is dermate hoog, dat beschermende maatregelen nodig zijn in de vorm van een deugdelijk, persoonlijk beschermingsmiddel (pbm). Bij werk waarbij dieren worden afgeleverd of verplaatst, het instrooien van de dichte vloer en het droog verwijderen van stof, is dragen van een pbm sterk aan te raden, aldus het Stigas. Een pbm heeft minimaal een P2-filter, al dan niet met een koolstoffilter om onder meer ammoniak uit de lucht te halen. Een stofkapje biedt onvoldoende bescherming vanwege leklucht.

Vernevelen van water of olie
Naast het gebruik van pbm’s adviseert Stigas maatregelen te nemen om het stofgehalte in de stallucht te verminderen. Dat kan door vernevelen van water of olie in de lucht en/of op oppervlakken. Vernevelen in de afdeling kan leiden tot een hogere infectiedruk. Minder risicovol is gebruik van stofarm strooisel en het regelmatig stofarm-reinigen van stallen. Dat laatste kan door de gangen te besprenkelen voor ze te vegen, of door ze te zuigen met een industriële stofzuiger. Bij gebruik van een stofzuiger moeten de filters regelmatig worden vervangen. Als ze zijn versleten, komt een deel van het opgezogen stof met de uitgeblazen lucht in de stallucht terecht. 

Ook raadt het Stigas aan waar mogelijk werk te automatiseren, zoals door automatisch voeren of ­inzet van een spuit­robot. Automatisch voeren heeft het meeste nut als de voermachine draait wanneer geen mensen in de stal zijn. 

Meer informatie is 
te vinden op 
www.­stigas.nl.

Lees het hele artikel in Boerderij 28 van dinsdag 5 april.

Soort werk bepaalt stofbelasting

Het Stigas heeft in beeld gebracht welke werkzaamheden in de varkensstal de meeste stofbelasting veroorzaken. 
Via een gewogen score hebben alle werkzaamheden een risicoscore gekregen gebaseerd op de duur van de werkzaamheden, de zwaarte van de arbeidsinspanning (hoe zwaarder het werk, hoe dieper de ademhaling, hoe meer stof wordt ingeademd) en de hoeveelheid stof in de lucht. 
Handelingen aan individuele dieren scoren hoog in stofbelasting, net als het handmatig voeren van varkens en het reinigen van de afdeling met de hogedrukreiniger. De score van deze werkzaamheden is dermate hoog dat beschermende maatregelen nodig zijn in de vorm van een deugdelijke persoonlijk beschermingsmiddel (pbm). Bij werk waarbij dieren worden afgeleverd of verplaatst, het instrooien van de dichte vloer en het droog verwijderen van stof is dragen van een pbm sterk aan te raden, aldus het Stigas. 
Een pbm heeft minimaal een P2-filter, al dan niet met een koolstoffilter om onder meer ammoniak uit de lucht te halen. Een stofkapje biedt onvoldoende bescherming vanwege leklucht. 
Naast het gebruik van pbm’s adviseert Stigas maatregelen te nemen om het stofgehalte in de stallucht te verminderen. Dat kan door vernevelen van water of olie in de lucht en/of op oppervlakken. Vernevelen in de afdeling kan leiden tot een hogere infectiedruk. Minder risicovol is gebruik van stofarm strooisel en het regelmatig stofarm reinigen van stallen. Dat laatste kan door de gangen te besprenkelen voor ze te vegen of door ze te zuigen met een indus­triële stofzuiger. Bij gebruik van een stofzuiger moeten de filters regelmatig worden vervangen. Als ze versleten zijn, komt een deel van het opgezogen stof met de uitgeblazen lucht in de stallucht terecht. 
Ook raadt het Stigas aan waar mogelijk werk te automatiseren, zoals door automatisch voeren of ­inzet van een spuit­robot. Automatisch voeren heeft het meeste nut als de voermachine draait wanneer geen mensen in de stal zijn. 
Meer informatie is 
te vinden op 
www.­stigas.nl.

Of registreer je om te kunnen reageren.