Varkenshouderij

Achtergrond 3529 x bekeken 1 reactie

‘Ik bepleit koppels van 
26 gespeende biggen’

Onderzoeker dierenwelzijn Anita Hoofs geeft haar visie op biggenhuisvesting. ‘Hoe mooi de stal ook is, als biggen niet snel vreten wordt de opfok geen succes.’

Haar hele werkzame leven is Anita Hoofs actief in het varkenshouderijonderzoek. Ze bezit een schat aan kennis over het houden en de verzorging van varkens. Hoofs spreekt daarom vaak op studieavonden. In de winter is ze vrijwel wekelijks te gast bij een studieclub.

Het Pro Dromi-kraamhok en de robuuste biggenstal zijn innovaties van varkenshouders waar ze trots op is. Met Pro Dromi gaat het niet primair om loslopende kraamzeugen, betoogt Hoofs. Maar Pro Dromi-onderdelen als aparte klimaatzones voor de zeug en haar biggen of nestbouwmateriaal voor de zeug, zijn ook belangrijk. Het zijn twee onderdelen uit het Pro Dromi-project die steeds meer worden toegepast op varkensbedrijven.

De robuuste biggenstal, of StableStable zoals het project officieel heet, loopt eind dit jaar af. Het doel is een stal te ontwikkelen waarin gespeende biggen gezond en snel opgroeien, zonder dat de varkenshouder daar veel omkijken naar heeft, vertelt de onderzoeker dierenwelzijn aan Wageningen Universiteit.

Anita Hoofs (54) is onderzoeker dierenwelzijn bij Wageningen UR Live­stock Research. Het praktijkonderzoek doet ze op Varkens Innovatie Centrum (VIC) Sterksel.
Anita Hoofs (54) is onderzoeker dierenwelzijn bij Wageningen UR Live­stock Research. Het praktijkonderzoek doet ze op Varkens Innovatie Centrum (VIC) Sterksel.

Wat is daarvoor nodig?

“Dat vraagt om een biggenstal met een goed klimaat, een royaal aantal goed bereikbare vreetplaatsen en een ruimte waarin de dieren zich ‘veilig’ voelen. Een biggennest zorgt voor het veilige gevoel, een beschutte plek om te slapen. De jutezak die meegaat uit de kraamstal geeft een vertrouwde geur in het nest. Een goed klimaat is het best te bereiken met conditionering van inkomende lucht, zodat deze tussen de 15 en 19 graden Celsius is. Via grondbuizen kan dat relatief goedkoop en deze techniek is niet storingsgevoelig.

Ik ben enthousiast over conditionering van inkomende lucht. In veel varkensstallen wordt onvoldoende geventileerd zodat de stallucht ongezond is, ook voor de boer. Als de dieren hoesten, zijn varkenshouders geneigd de ventilatie verder af te knijpen. Dat werkt averechts. Je zou juist moeten voorverwarmen en meer ventileren, zodat de luchtkwaliteit verbetert. Bij net gespeende biggen is 2 kuub verse lucht per dier per uur het minimum, afhankelijk van het ventilatiesysteem. Nederland is doorgeslagen in steeds minder ventileren om de stookkosten te drukken.

'Op de meeste varkensbedrijven wordt onvoldoende gemeten'

Daar staat tegenover dat in de laatste weken van de opfok de temperatuur in veel biggenstallen 25 tot 27 graden is, terwijl 20 tot 22 graden genoeg is. Het is dan te warm voor de biggen, die daardoor minder voer opnemen. Een big die op vier weken wordt gespeend moet minstens 450 gram groeien in de opfok. Als dat niet lukt, is het nodig om te bepalen wat er mis is met de water- of voeropname of het stalklimaat. Meten is weten. Dat gebeurt onvoldoende op de meeste varkensbedrijven.”

Wat zijn goed bereikbare vreetplaatsen?

“Dat zijn efficiënte vreetplaatsen, plaatsen waar een big überhaupt wil eten en waar ruimte is aan de bak. In de eerste vier dagen na spenen is het advies één eetplaats per twee biggen en één drinkplaats voor vijf biggen. Vanaf dag vijf volstaat een vreetplaats op vijf biggen en de helft van het aantal drinkpunten. De voer- en drinkplaatsen dienen verdeeld over het vloeroppervlak en goed bereikbaar te zijn. Feit is dat varkens graag gezamenlijk eten, liefst aan ronde, open troggen. De drinkbak moet ook bereikbaar zijn voor de kleinste biggen. Leg er tijdelijk een tegel voor als dat niet het geval is.”

Struikelen de biggen dan niet over het voer in de eerste dagen na spenen?

“Nee, echt niet. Het is zo belangrijk dat gespeende biggen binnen een etmaal, maar liefst binnen vijf uur, het eerste voer op hebben. Dat voorkomt een daling van de enzymproductie en darmschade bij biggen en daarmee het risico op diarree, streptokokken of E.coli. In de eerste dagen na spenen dient een big minstens 150 gram voer per dag op te nemen en een hoeveelheid water die overeenkomt met 10% van zijn lichaamsgewicht. Het voer dient vers te zijn en de bak mag nooit langer dan een half uur leegstaan.

'Het is cruciaal dat biggen voor spenen met vast voer kunnen omgaan'

De basis voor een goede start in de biggenstal wordt gelegd in de kraamstal. Uit onderzoek bij ons in Sterksel blijkt dat 
40% van de biggen voor spenen geen vast voer op heeft, terwijl het wel aangeboden wordt. Deze biggen wegen op dag 35 na spenen bijna 2 kilo minder dan de soortgenoten die wel voer op hadden voor spenen, terwijl het speengewicht gelijk is. Als biggen de eerste tien dagen na spenen goed doorkomen, dan loopt de opfok verder op rolletjes. Het is cruciaal dat biggen voor spenen met vast voer kunnen omgaan. Daarom testen wij het effect van vloervoederplaten in de kraamstal, voor zeug en biggen. Je kunt nog zo’n mooie biggenstal hebben, maar als de biggen niet snel gaan vreten wordt de opfok geen succes.”

Het lijken mij nog steeds veel vreetplaatsen?

"Besef heel goed dat biggen trage vreters zijn. Bij net gespeende biggen ligt de voeropname op 3 à 4 gram per minuut. Als het goed is vreten ze twaalf keer per etmaal. Daarom is nachtverlichting de eerste twee dagen na spenen van belang. Als biggen ouder zijn, verdubbelt de voeropnamesnelheid. Daarom mag bij oudere biggen het aantal vreetplaatsen de helft bedragen ten opzichte van de pas gespeende dieren. Niettemin staan oudere biggen twee uur per dag aan de trog om voldoende voer op te kunnen nemen."

Eerste vrouw in praktijkonderzoek

Anita Hoofs was in 1985 de eerste vrouw die praktijkonderzoek deed op VIC Sterksel. De varkenshouderij was toen een mannenbolwerk. "Varkenshouders dachten vaak dat ik de koffiejuffrouw was." De tijden zijn veranderd. De helft van de onderzoekers bij Sterksel is vrouw. In de winter is Hoofs bijna wekelijks te gast bij een studieclub. Ook geeft ze lezingen in het buitenland, vooral in Duitsland.

Bestaat de ideale biggenstal?

“Nee, dat niet. Een stal moet passen bij de varkenshouder, zijn bedrijf en de markt waarvoor wordt geproduceerd. Maar een aantal aandachtspunten bij de bouw van een biggenstal kan ik zeker noemen: een deel dichte vloer, conditionering van inkomende lucht, overdekte ligplek, het genoemde aantal vreet- en drinkplaatsen, goed reinigbaar, veel inhoud en vervormbaar speelmateriaal, waar biggen in kunnen bijten en samen mee aan de slag gaan.”

Dus ook een deel dichte vloer?

“Ja, altijd een deel dichte vloer. Mijn voorkeur heeft een hellende vloer, want dan kun je de biggen desgewenst ruwvoer verstrekken. Beter afleidingsmateriaal dan tweemaal daags vers stro of luzerne is er niet. Vers ruwvoer ruikt fris en krijgt de biggen in de benen. Als staartcouperen straks niet meer mag, is het nodig dat alle omstandigheden in de stal optimaal zijn, zodat de kans op staartbijten minimaal is. De kans op staartbijten wordt kleiner met vers stro of luzerne voor de biggen.

Voordeel van een dichte vloer is dat de biggen minder gassen uit de put inademen en geen warmte aan het dier wordt onttrokken, zoals bij roosters. De dichte vloer dient geïsoleerd en liefst verwarmd te zijn. Na spenen is een vloertemperatuur van 30 graden Celsius het advies. Zo ontstaat een comfortabele ligplek.”

'Altijd een deel dichte vloer. Mijn voorkeur heeft een hellende vloer'

En de hokuitvoering?

“Ik bepleit een koppelgrootte van 26 biggen. Bij hokken van dertien biggen raad ik een open afscheiding aan, telkens tussen twee hokken. Anders ontstaan kleine units waar de biggen zich opgesloten voelen en schrikkerig zijn als ze iets zien of horen. Iets grotere groepen gespeende biggen hebben een lagere voederconversie in de vleesvarkensstal. Kleinere groepen groeien iets harder tijdens de opfok. Voor een gesloten bedrijf kan hogere groei in de vleesvarkensstal financieel gunstiger zijn. Met groepen groter dan veertig biggen, ben je kwetsbaarder. De verzorging en diercontrole vragen dan meer aandacht. Voordeel van hokken met 26 biggen is dat er in absolute zin eens zoveel ruimte is om te rennen en als er een keer een big extra in moet, daar ook ruimte voor is.”

Hoeveel ruimte moet er zijn voor de gespeende biggen?

“In de biggenstal is 0,4 vierkante meter per dier nodig. Een big van 23 kilo heeft om te liggen 0,16 vierkante meter nodig. Voor de hokgenoten moet er ruimte overblijven om de voerbak te bereiken. Een goed hok heeft functiegebieden waar de dieren eten, mesten en rusten. Daar moet ruimte voor zijn. Per zeug zijn vijf biggenplaatsen het minimum.”

'Bevuiling is altijd een risico met plateaus'

Zijn plateaus een goede optie voor extra ruimte in de biggenstal?

“Dat is een optie, mits de stal daarvoor geschikt is. Het plafond dient sowieso hoog genoeg te zijn. Anders gaat het ten koste van het stalklimaat. Als het klimaat niet deugt ontstaan problemen met bevuiling van de plateaus. Bevuiling is altijd een risico met plateaus. Door de mest gaat het stalklimaat verder achteruit. Ik adviseer daarom plateaus eerst in één hok of afdeling uit te proberen.”

Wat zijn de bouwkosten van een stal die voldoet aan het eerder geschetste plaatje, dus met genoeg ruimte, dichte vloer, etcetera?

“Voor een bedrag van circa €200 per big, inclusief btw, kun je een mooie stal bouwen.”

Eén reactie

  • WGeverink

    Mijn biggenstal voldeed aan geen van de eisen maar het totaalpaket klopte. Als jullie varkens niet verder komen dan 325 gram groei zoals genoemd in een ander artikel moet je niet alleen kijken naar het biggenpaleis zelf maar ook naar het randsoen en de gezondheidsstatus. Vooral zonder een hoge gezondheidsstatus blijft het maar een beetje aanprutsen.

Of registreer je om te kunnen reageren.