Varkenshouderij

Achtergrond 1749 x bekeken laatste update:14 jan 2016

Langzaam herstel varkensmarkt eind 2016

Zeugenhouders moeten fors incasseren en vleesvarkenshouders moeten een pas op de plaats maken. Herstel wordt in tweede helft van 2016 verwacht.

Vooral de lagere opbrengstprijzen voor biggen én hoge kosten maakten voor veel zeugenhouders 2015 een crisisjaar met dramatische inkomenscijfers. Voor vleesvarkenshouders was door de lage biggenprijs de schade nog beperkt; de onverwachte daling van de vleesvarkensprijzen in november en december legt evenwel ook nog druk op hun resultaat.

Voor 2015 zal de gemiddelde voerwinst voor zeugenhouders niet hoger zijn dan €400, volgens DLV Advies. Zeugenhouders hebben zeker een voerwinst nodig van €700 inclusief btw. Dit is inclusief €160 voor reserveringen, aldus Paul Bens, directeur DLV.

Dieper dal

De reden dat het dal voor zeugenhouders in 2015 dieper was dan de vorige dalen in 2007 en 2011 zijn naast de lagere opbrengstprijzen ook hogere kosten. Onderzoeksinstituut LEI meldt dat mestafzetkosten voor zeugenbedrijven 25% hoger waren dan in 2014 en zelfs 66% hoger dan in 2007. De voerkosten, een wezenlijk deel van de kostprijs, zijn wel lager dan 2014, maar blijven een zorgenpunt voor de toekomst.

Zeugenhouders: al vanaf augustus 2014 in een prijsdal, dus een te lage voerwinst.

Hoge voerkosten

De voerkosten in Nederland zijn niet meer concurrerend met de wereldmarkt, zegt Bens, en dit is de varkenssector niet gewend. Nederlandse varkenshouders moeten al het voer aankopen. Met de huidige hogere grondstofprijzen is dat een groot nadeel ten opzichte van landen die het voer in de regio beschikbaar hebben.

Patrick Jansen, adviseur bij ­Accon AVM, stelt dat voer een zorgenpunt is als er bijvoorbeeld een verbod op genetisch gemodificeerde grondstoffen komt. Ook schrijven voerleveranciers vaak een blanco cheque uit door de betalingstermijn van voer op te schorten.

Bens onderschrijft het probleem van kredietverlening door crediteuren zoals voerleverancier, KI en dierenartsen, omdat banken dan minder snel een lening verstrekken. Gezinnen komen aan een lijntje te bungelen bij de crediteuren.

Zeugenhouderij: nu stoppen gedwongen keus

Als de varkenscyclus 'normaal' verloopt in 2016, zou het prijsdal voorbij moeten zijn. De zeugenhouderij zit namelijk al vanaf augustus 2014 in een dal. Maar vanwege de professionaliteit zijn er weinig bedrijven die snel de handdoek gooien. De gevolgen hiervan op de cyclus worden steeds groter. Crediteuren en financiers moeten eerder keuzes maken welke bedrijven ze nog gaan helpen en welke niet, zegt Bens.


Abab-adviseur Kees Ligthart stelt dat nu stoppen niet de voorkeur heeft; dan is het een gedwongen keus. Bedrijven moeten proberen te overleven en in de hopelijk 'goede' jaren 2017 en 2018 de balans opmaken; dan is het een ondernemerskeuze, hoewel de verleiding groot is om toch door te gaan als de prijzen aantrekken, aldus Ligthart. De zeugenbedrijven die geen buffers hebben aangelegd in de goede jaren, zullen bij het volgende prijsdal weer snel in de problemen komen. De resultaten zullen in 2016 wel wat verbeteren, maar dat zal mede afhangen van hoe drastisch de dieraantallen omlaag gaan, aldus Ligthart.

De voerwinst van 2015 is ook voor vleesvarkensbedrijven, met €70, lager dan het langjarig gemiddelde. Reserveren en her­investeren is hierdoor lastig. Foto: Bert Jansen
De voerwinst van 2015 is ook voor vleesvarkensbedrijven, met €70, lager dan het langjarig gemiddelde. Reserveren en her­investeren is hierdoor lastig. Foto: Bert Jansen Ronald Hissink

Benedengemiddeld voerwinstniveau verwacht


Koen van Bergen, sectormanager Veehouderij bij Rabobank, zegt dat ook hij op basis van de huidige marktinzichten op zijn vroegst enig marktherstel in de tweede helft van 2016 verwacht en voor 2016 op voerwinstniveau een benedengemiddeld jaar voorziet. De krimp van de zeugenstapel is het laatste kwartaal van 2015 pas goed ingezet. Voordat dit effect heeft op het aanbod, is het de tweede helft 2016. Dan is het afhankelijk van de wereldmarkt en de impact van de tijdelijk opslagregeling van de Europese Commissie of en wanneer het herstel echt doorzet.


ABN Amro voorziet in de sectorprognose 2016-2017 ook een opleving van de prijzen in de tweede helft 2016. Door een productiedaling gesteund door een verdere economische groei in Nederland en de eurozone, wat voor een opleving van de varkensvleesconsumptie zorgt. Bens van DLV voegt nog toe dat in het verleden het herstel vaak sneller en onverwachter kwam dan voorzien door deskundigen, omdat kleine verschuivingen de marktsegmenten ook weer snel doen veranderen.

Vleesvarkens ook in het rood

Voor vleesvarkenshouders zorgde de daling van varkensprijzen (12 cent in twee weken, laatste kwartaal 2015) ervoor dat de rentabiliteit van 2015 onder druk kwam en er in 2015 geen ruimte voor reserveringen was. De voerwinst voor vleesvarkenshouders zal niet veel hoger zijn dan €70 inclusief btw, blijkt uit cijfers van DLV Advies.

Dit onderschrijft Ligthart, die aangeeft dat er geen buffers aangelegd kunnen worden voor herinvesteringen met deze voerwinst die bijna €10 onder het langjarig gemiddelde ligt. Vleesvarkenshouders moeten kiezen voor een juist concept: grote aantallen met lage kostprijs of produceren in concepten, zoals het Beter Leven-kenmerk, met maximale toegevoegde waarde, zegt Ligt­hart.

Vleesvarkenshouders: voerwinst 2015 bijna €10 onder langjarig gemiddelde.

Kostprijs moet naar €45 per big

De goed producerende gezinsbedrijven met 600 tot 1.000 zeugen hebben in 2015, bij uitstel van aflossen, kostenneutraal kunnen werken, geeft Bens aan. Grotere bedrijven zijn weinig flexibel in de kosten en hebben meer last van dalende biggenprijzen. Met een kostprijs van €45 voor biggen doe je het netjes, aldus Bens.

Bedrijfsadviseur Ligthart stelt dat zeugenhouders die kostprijsbewust produceren en onder een kostprijs van €45 per big blijven nog toekomst hebben in Nederland. Bens vult aan dat de grotere bedrijven dat niet redden door de extra kosten voor vergunningprocedures, naast de kosten voor arbeid, mestafzet en diergezondheid.

Bedrijfsadviseur Janssen zegt dat bedrijfsgrootte niet leidend is voor het kunnen blijven produceren: goede managers met een lage kostprijs en niet te hoge financieringslasten hebben toekomst. Van Bergen stelt dat er een juiste balans moet zijn tussen financiële resultaten, ondernemerschap, financiering (vermogen) en staat van de activa.

Dat er betere tijden aankomen is duidelijk, maar het herstel van prijzen zal niet voor alle bedrijven op tijd komen. De praktijk wijst uit dat elke 10 jaar het aantal bedrijven halveert. Afhankelijk van de hoogte van het prijsherstel in 2016 zal blijken in hoeverre daar nu ook mee gerekend kan worden.

Of registreer je om te kunnen reageren.