Varkenshouderij

Achtergrond 2967 x bekeken

Spaanse varkenshouderij heeft groeiambities

Na een aantal slechte jaren maakt de Spaanse varkenshouderij zich op voor groei in productie. De sectorstructuur werkt in het voordeel.

Spanje, het land dat bij velen associaties oproept met zon en vakantie, is voor het varkenshoudende deel van Nederland vooral bekend als biggenafnemer en als concurrent op de vleesmarkt. Voor enkele varkenshouders is Spanje het land van een tweede locatie. Sommigen zijn nog steeds succesvol, anderen hebben hun Spaanse avontuur al lang afgebroken.

Volgens Carlos Martin Moreno, productmanager varkensvoeders bij voerfabrikant Nanta, hebben de Nederlanders in Spanje een goede naam. “Ze hebben een hoge productie en doen het goed. Ik denk dat ze de ontwikkeling van de varkenshouderij in de regio Lérida een impuls hebben gegeven.”

Grote productie

Lérida is het gebied dat het hart vormt van de Spaanse varkenshouderij. het ligt in de regio Catalonië. Ook slachterijen, voerfabrikanten en integraties zijn hier in het Noordoosten sterk vertegenwoordigd.

Spanje telt ongeveer 25 miljoen varkens, waarvan 2 miljoen zeugen. De productie is daarmee ongeveer het dubbele van die in Nederland. De diversiteit aan bedrijven is groot: er zijn duizenden kleinschalige, gemengde of hobbymatige bedrijven, en ook ondernemingen met tienduizenden zeugen. Dat zijn meestal bedrijven die onder contract staan van een integratie. Waar in Nederland bij nieuwbouw over rond 1.000 zeugen wordt gesproken, is dat in Spanje minimaal het dubbele aantal.

Spaanse varkensstallen zijn vaak wit en relatief laag. Beperkingen aan een bouwblok zijn er nauwelijks, zodat er veel ruimte is.

Contracten met integraties

Naar schatting vindt 80 tot 85 procent van de Spaanse productie binnen een integratie plaats. Spanje telt ongeveer vijftien substantiële integraties. Veruit de grootste is Vall Companys met 180.000 zeugen, eigen voerfabrieken en varkensafzet.

Een integratie is meestal eigenaar van de dieren en levert het voer. Ze maakt afspraken met slachterijen over de varkensafzet. De gemiddelde contractvergoeding verschilt per regio en ligt rond € 11 tot € 12 per vleesvarken en € 14 tot € 15 per afgeleverde big.

Integraties werken vaak met meerdere slachterijen samen en hebben zodoende verschillende concepten. In samenwerking met integraties vindt min of meer gestuurde uitbreiding plaats.

Gestopt met zeugen

De afgelopen jaren zijn veel kleine zeugenhouders gestopt of overgestapt op vleesvarkens. In veel gevallen zijn ze daarbij een contract met een integratie aangegaan. Volgens Moreno van Nanta zijn in die hoek de hardste klappen gevallen. Zeker toen in 2013 alle bedrijven groepshuisvesting moesten hebben, was dat voor velen een reden te stoppen met de zeugen. "De kleine bedrijven waren de zwakke schakels in de keten. Nu is de sector sterker geworden."

De afgelopen jaren zijn veel zeugenhouders gestopt. Blijvers richten zich op technische resultaten.

Forse exportstijging

Naast het warme klimaat, de eenvoudige houderijsystemen en minder wettelijke eisen, is een belangrijk verschil met Nederland dat de Spaanse sector ambitie heeft om fors te groeien. Spanje is de afgelopen decennia opgeklommen tot de tweede varkensvleesproducent in de EU.

Met 3,4 miljoen ton laat het Nederland (1,3 miljoen ton) ver achter zich. Duitsland staat met 5,5 miljoen ton nog altijd bovenaan. Volgens Spaanse marktdeskundigen wordt een jaarlijkse groei van 1 miljoen varkens verwacht.

Een belangrijke motor achter de Spaanse productiestijging is de export. Vorig jaar voerde het land 1,5 miljoen ton varkensvlees uit, circa 40 procent van de productie. Veelzeggend is dat Spanje in 2014 de export naar derde landen wist te vergroten en daarmee het wegvallen van de Russische export kon opvangen. De cijfers staan in schril contrast met vroeger tijden. Vóór 2000 moest Spanje de helft van de eigen consumptie invoeren, vooral in de vorm van biggen en vleesvarkens.

Concurrerende kostprijs

Een sterk punt van de Spaanse varkenshouderij is de lage kostprijs. Uit een rapport van het Britse productschap BPEX in 2013 blijkt dat de gemiddelde kostprijs in Spanje met € 1,64 per kilo geslacht-gewicht de laagste is van de belangrijke varkenslanden in de EU. Ter vergelijking: Nederland heeft een kostprijs van € 1,68 en Duitsland zelfs van € 1,82.

Ook Rabobank noemt in een recent sectorrapport de Spaanse kostprijs zeer concurrerend, zowel primair als op slachterijniveau. Een zeugenplaats kost naar schatting vanaf € 1.200, een vleesvarkensplaats vanaf € 180. De ontwikkelingskosten zijn ook lager en er komen geen kosten bij voor rechten.

Spanje bouwt eenvoudig en varkenshouders hoeven geen emissiebeperkende maatregelen te treffen. Ook het schaalvoordeel tikt door.

Donkere varkens

De Spaanse productie is onder te verdelen in concepten. Een belangrijk deel zijn de gecastreerde varkens, die op een gewicht van 130 kilo worden geslacht. Dat zijn vaak kruisingen met Duroc en gericht op de hammenproductie. Het moeten daarvoor vette varkens zijn. Gedroogde hammen zijn een belangrijk exportproduct. Ook andere onderdelen, met name van de lichtere Piétrain- en Duroc-varkens, vinden goed hun weg.

Een bijzondere categorie zijn de donkere Iberische varkens. De meeste van deze buiten gehouden dieren zitten in het zuidelijke Andalusië. Hammen van de beste soort (Ibérico de Bellota) gaan in speciale winkels voor prijzen tot € 800 per stuk van de hand. Ook in de traditionele varkensgebieden worden Iberische varkens gehouden, op gangbare wijze. Deze staan binnen en vreten in tegenstelling tot hun soortgenoten in het Zuiden geen eikels, waardoor het vlees in een andere kwaliteitsklasse valt.

Ibéricohammen zijn minimaal drie jaar gedroogd. Er worden honderden euro's voor een ham betaald.

Sterke niche

Er is een aantal integraties en ketens voor de productie van Iberische varkens, waaronder die van de Nederlandse familie Nooyen. Directeur Gerben Nooyen houdt in de buurt van Lérida 800 Iberische zeugen en 600 Topigs-zeugen. Met een compagnon heeft hij een keten met slachterij, verwerking en verkoop van het vlees van de Iberische varkens.

Nooyen ziet dat de Spanjaarden met de Ibérico-varkens een sterke niche invullen en dat bedrijven een plus kunnen realiseren. Momenteel is de prijs gemiddeld € 2,05 per kilo levend-gewicht; voor de gangbare varkens is dat € 1,25. “Het saldo ligt de laatste jaren hoger, maar het is ook tijden slechter geweest. Ook zijn de risico’s groter.” Deze markt is volgens Nooyen gevoeliger en de hoge voerconversie maakt dat een hoge voerprijs en/of mindere resultaten hard doortikken in het resultaat.

Donker gekleurde Ibérico-vleesvarkens op het bedrijf van Gerben Nooyen. Hij heeft een eigen slachterij, eigen verwerking en eigen verkoop van het vlees.

Grotere risico's

Ondanks de hoge ambities van de varkenssector zijn er ook beperkingen en bedreigingen. Nu worden bijna alle biggen gecastreerd, zeker de varkens die geschikt zijn voor de hammenproductie. Er is nog geen oplossing voor een castratieverbod. De verwachting is wel dat de Ibérico-varkens onder een uitzonderingspositie gaan vallen als ze van de EU een Beschermde Geografische Aanduiding krijgen.

De sterke insteek op export van varkensvlees vergroot de risico’s bij exportproblemen. Het wegvallen van de Russische markt is goed gecompenseerd met export naar andere derde landen, maar die zekerheid is er niet. Ook in het geval van dierziekte is de impact groter dan in de tijd dat Spanje vooral voor eigen consumptie produceerde. Verder wordt de prijsvorming steeds meer bepaald door de wereldmarkt en externe factoren, zoals valutaschommelingen en politieke besluiten. Niet per se nadelig, maar het maakt de sector wel kwetsbaarder.

De meeste vleesvarkens in Spanje worden gecastreerd voor de hammenproductie. Een beperkt deel niet.

Europese wetgeving

Aspecten waar de Nederlandse varkenshouderij een kostennadeel heeft, zoals mest- en milieuwetgeving, antibioticagebruik en investeringen in welzijn, spelen niet of hebben nauwelijks impact op de kostprijs. Deze ontwikkelingen gaan trager of zijn niet van toepassing in Spanje. Het land heeft echter wel met Europese wetgeving te maken. De impact van aanscherping van (Europese) eisen rondom antibiotica, welzijn en milieu zal voor een deel van de bedrijven dusdanig groot zijn dat stoppen de enige optie is.

Het hele artikel is te lezen in Boerderij Varkenshouderij 42, van dinsdag 14 juli.
Lees ook: Spanje is een geduchte concurrent

Rene Stevens

Of registreer je om te kunnen reageren.