Varkenshouderij

Achtergrond 2367 x bekeken

Sturen op kostprijs door degelijkheid en efficiency

Hajo de Bakker is aangesloten bij Keten Duurzaam Varkensvlees. De opbrengsten vallen hem tegen. Het draait toch vooral om kostprijsbeheersing.

Als zoon van een Zeeuwse akkerbouwer was het voor Hajo de Bakker nooit een vraag wat hij wilde gaan doen. Hij kan zich nog herinneren dat het voor hem op de kleuterschool al duidelijk was: hij zou boer worden. Volgens De Bakker is boer echter niet iets wat je wordt, dat ben je. Dat akkerbouw voor hem nu een neventak is naast de varkenshouderij heeft met de keuzes van zijn vader te maken.

Starten met varkens

Vader De Bakker kocht in 1968 het huidige bedrijf met 15 hectare. In de loop van de jaren groeide het door naar 30 hectare. In de jaren zeventig werd het voor de akkerbouwer duidelijk dat hij het met zijn bedrijfsomvang niet zou redden, Hajo’s vader ging op zoek naar een inkomstenbron naast de akkerbouw.

Buiten de deur werken voor een baas bleek geen succes en toen besloten vader en moeder De Bakker met varkens te starten. Het werden zeugen. Een opmerkelijke stap; in Zeeland is de varkenshouderij niet wijdverbreid. Hajo vertelt dat er wel gemengde bedrijven in Zeeland waren, maar meestal verdwenen na verloop van tijd de dieren en werden het bedrijven die zich volledig op akkerbouw richtten.

Beweeg over de iconen voor meer informatie.

Bedrijfsovername en -uitbreiding

In 1992 kwam Hajo, net van school, op het bedrijf werken. Hij deed het werk eerst samen met zijn ouders en in 2010 nam hij het bedrijf over. Het had toen 250 zeugen.

Al zo’n twintig jaar hadden De Bakkers een vergunning om hun bedrijf uit te breiden, die werd steeds opnieuw verlengd. Uiteindelijk werd in 2013 de stal voor 2.200 vleesvarkens gebouwd. Helemaal volgens Hajo’s visie: eenvoudig, degelijk en efficiënt. De Bakker heeft nog getwijfeld welke kant hij op wilde. Ook de optie om voor 500 zeugen te gaan heeft hij overwogen. Ten slotte won toch de overtuiging dat een gesloten bedrijf de beste keuze is en het werden dus vleesvarkens.

Grond verkopen

Een complicerende factor voor de uitbreiding – die ook zorgde voor een jarenlange vertraging van het proces – was de financieringseis van de bank. De Bakker: “De bank wilde de investering niet volledig voor zijn rekening nemen. De eis was dat we een deel van onze grond zouden verkopen om het rond te kunnen krijgen. Dat stond ons erg tegen.”

De Bakker wilde eerst vijf jaar aan de gang met het grotere varkensbedrijf. “Als het dan niet zou lukken, konden we altijd nog grond verkopen.” In die aanpak wilde de bank niet meegaan. Heel lang hield de bank van De Bakker vast aan de eis dat hij 10 hectare zou verkopen. Uiteindelijk werd besloten dat De Bakker 5 hectare zou verkopen om de lening voor de nieuwe varkensstal rond te krijgen.

'Volgens mij was het ook zonder grondverkoop gelukt.'

Twee jaar na de bouw durft de Zeeuwse varkenshouder wel te stellen dat het hem gelukt is, de varkenshouderij draait goed. Toch raakt hij het vervelende gevoel over het verlies van grond niet kwijt. “Volgens mij was het ook zonder grondverkoop gelukt, dus ik ben eigenlijk best teleurgesteld in de bank dat ze me die ruimte destijds niet hebben willen geven. Gelukkig is het bij 5 hectare gebleven.”

Geen nieuwe uitbreidingsplannen

Voorlopig zijn er geen nieuwe uitbreidingsplannen. Met de huidige bedrijfs­omvang kan hij mooie volle vrachten afleveren, aldus De Bakker. Hij merkt wel dat leveranciers en afnemers sinds de uitbreiding graag zaken met hem doen. Terugkijkend concludeert hij dat zijn bedrijf met 250 zeugen inderdaad te klein was. “Nu zijn weer interessant.”

Om zich te onderscheiden sloot Hajo zich aan bij de Keten Duurzaam Varkensvlees, maar ook daarmee heeft hij weinig invloed op de prijzen. De opbrengst van de keten valt hem tegen. “Anderen geven me ook niet meer, daarom ligt mijn focus op het sturen op de kosten.”

Drijfveer voor ontwikkeling

Een belangrijk argument voor De Bakker om een pas op de plaats te maken is dat het bedrijf nu nog als familiebedrijf is te voeren. De ondernemer doet veel zelf, en zijn vader springt nog vaak bij en is daarmee ongeveer een halve arbeidskracht. Ook zoon John toont al interesse in het bedrijf en helpt zijn vader regelmatig. Het is een belangrijke drijfveer voor Hajo om zijn bedrijf te blijven ontwikkelen.

'Boeren jutten elkaar ook te veel op met al die groeiplannen.'

Groeisprong niet nodig

Als De Bakker een volgende stap zou willen zetten, ontkomt hij bijna niet aan personeel aannemen. Om dat rendabel te maken moet het een aanzienlijke groeisprong zijn, en die ziet Hajo nu niet zitten. “Voor mij is meer nu niet nodig. Boeren jutten elkaar ook te veel op met al die groeiplannen.”

De Bakker doet bijna alle akkerbouwwerkzaamheden ook zelf. Hij vindt het werk veel te leuk, en zal het niet snel uitbesteden. Zijn vader doet daarbij het ploeg- en spuitwerk. Alleen het onderhoud van machines en apparatuur wordt nu meer uitbesteed. “Je kunt niet álles zelf blijven doen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.