Varkenshouderij

Achtergrond 819 x bekeken

Franse varkenshouderij loopt achter

De ontwikkeling van de Franse varkenshouderij blijft achter bij de buurlanden. Vooral concurrentie vanuit Spanje baart de Fransen zorgen.

De cijfers zijn niet fraai. De varkensvleesproductie in Frankrijk daalde sinds de eeuwwisseling 7 procent en bedroeg in 2014 2,16 miljoen ton, op basis van karkasgewicht (zie tabel). De Franse varkensstapel kromp in dezelfde periode 11,4 procent en omvatte afgelopen jaar 13,3 miljoen dieren, waarvan ruim een miljoen zeugen.

Groot verschil met rest van Europa

Het beeld in andere grote varkensvleesproducerende landen in Europa verschilt sterk van dat in Frankrijk. In Duitsland steeg de productie afgelopen 15 jaar 29 procent. In Spanje bedroeg de stijging 17 procent. De Nederlandse varkensvleesproductie is al jaren stabiel door de productierechten.


Relatieve kleinschaligheid

De Franse varkenssector doet het dus slecht in vergelijking met omringende landen. Een belangrijke reden daarvoor is de relatieve kleinschaligheid van de varkensbedrijven. Cooperl, de grootste coöperatie in het land, slacht op jaarbasis 6 miljoen varkens. Deze zijn afkomstig van 2.000 boeren, die dus gemiddeld 3.000 varkens leveren.

Inefficiënte structuur

Frankrijk telt meer dan dertig coöperaties voor de afzet van varkens, vertelt Julien Briant, verkoopleider van fokkerijorganisatie Hypor in Frankrijk. Al deze organisaties hebben een bestuur en directie. Dit is inefficiënt en zorgt dat de vaste kosten onnodig hoog zijn. De primaire sector in Frankrijk is niet concurrentiekrachtig, oordeelt Briant. Van een snelle consolidatie in de varkensafzet lijkt geen sprake.

Niet alle coöperaties hebben link met slachterij

De coöperaties, of groupements zoals ze in Frankrijk zeggen, houden de rijen zo veel mogelijk gesloten en proberen hun leden binnenboord te houden. Het is overigens niet zo dat alle groupements zelf slachten of een link met een slachterij hebben.

Beren slachten

Wat verder opvalt, is dat in Frankrijk alleen marktleider Cooperl op grote schaal beren slacht. In 2014 kwamen bij deze coöperatie 1,9 miljoen beren aan de haak. Dat komt overeen met een verhouding van 80 procent beren en 20 procent borgen voor deze slachterij. Volgens hoofd onderzoek en ontwikkeling van Cooperl, Anne Lacoste, gaat het slachten van de beren en het verkopen van het berenvlees naar tevredenheid.

Boeren werken onderling wel samen

Een ontwikkeling die de afgelopen tien jaar groeit in Frankrijk is dat boeren onderling wel gaan samenwerken. Daarvoor starten ze collectieven. In Frankrijk zitten overwegend gesloten bedrijven. Gemiddeld zo’n twee tot zes boeren bouwen samen een nieuwe zeugenstal, en blijven de biggen die daar uitkomen in hun eigen stallen mesten.

Het label dat wordt gebruikt om de consument aan te sporen vooral Frans varkensvlees te eten. Foto's: Henk Riswick

Collectieven kunnen meedoen in Europese top

Vorig jaar telde Frankrijk 99 van deze collectieven, verklaart ­Boris Duflot van advies- en kennisdienst Ifip. De collectieve vermeerderingsbedrijven telden gemiddeld 850 zeugen. De collectieven zijn grootschalig en worden ook goed geleid, weet Briant. Ze kunnen qua productie mee met de top in Europa.

Verplichte omschakeling naar groepshuisvesting

Een voordeel van de collectieven is dat de efficiëntie toeneemt en dat de biggenafzet nooit een probleem is. De biggen gaan naar de eigenaren, in hun eigen stallen. Het verschijnsel collectief blijft groeien in Frankrijk. Vooral de verplichte omschakeling naar groepshuisvesting in 2013 heeft het ontstaan van gezamenlijke vermeerderingsbedrijven gestimuleerd. Sinds begin 2014 is het ook makkelijker in Frankrijk om een bouwvergunning te krijgen. Belangrijkste voorwaarde om te bouwen is dat de best beschikbare techniek wordt toegepast om bijvoorbeeld emissie tegen te gaan. Ook de mestafzet is een punt. Als aan deze zaken is voldaan, hebben burgers weinig munitie om bouw tegen te houden.

Investeringsachterstand in de slachtsector

De kleinschaligheid van de Franse varkensvleesketen heeft ook betrekking op slachterijen. Cooperl, de grootste, slacht jaarlijks 6 miljoen varkens. De andere slachterijen zitten allemaal onder dit aantal. De arbeidskosten liggen hoog in de Franse vleessector, vergeleken met de kosten in Duitsland en Spanje, vóór Frankrijk de grootste varkensvleesproducerende landen in de EU. Daar komt bij dat de slachterijen niet werken met de modernste techniek. Er is sprake van een investeringsachterstand in de slachtsector, verklaart Duflot. Vlees uitbenen en verwerken is daarom relatief arbeidsintensief, en dus duur.

Met de productie op de grotere Franse zeugenbedrijven zit het wel goed. Vooral de collectieve stallen kunnen zich met de beste in Europa meten.

Niet in staat een marktconforme prijs te betalen

Het lukt de Franse slachterijen daarom niet een marktconforme prijs te betalen dit jaar. Cooperl en Bigard, de twee grootste vleesverwerkers, conformeren zich sinds half september niet meer aan de Franse referentieprijs voor slachtvarkens. Die prijs wordt tweemaal per week bepaald op veiling Marché du Porc Breton. Deze slachterijen kopen ook geen varkens meer op de veiling.

Slechte positie op de exportmarkt

Dat de Franse slachterijen niet in staat zijn een marktconforme prijs te betalen aan de boeren is mede te wijten aan hun slechte positie op de exportmarkt. De Fransen exporteren op jaarbasis bijna 700.000 ton varkensvlees. Daarvan gaat slechts 
1 procent naar Japan. De Fransen spelen nauwelijks een rol op hoogwaardige afzetmarkten als Japan en Zuid-Korea. Het zijn voornamelijk bijproducten, vet en karkassen die de grens overgaan. Geen onderdelen met toegevoegde waarde.

Spaanse varkenssector groeide 6 à 8 procent

De lucratieve afzetmarkten voor varkensvlees zijn in Europa vooral in handen van Denemarken, Duitsland, Spanje en Nederland. Frankrijk doet niet mee. De Franse varkenssector steunt, vooral in dit crisisjaar 2015. Angstig wordt gekeken naar buurland Spanje. Daar groeide de varkenssector afgelopen jaar met 6 à 8 procent. Bij de Spaanse integraties zijn alle faalkosten uit de keten gesneden en de Spanjaarden produceren tegen de scherpste kostprijs in Europa. Franse boeren gaan regelmatig kijken hoe de Spanjaarden varkens houden. Ze komen dan enigszins geschokt terug als ze zien hoe efficiënt hun zuiderburen varkens houden.

Inspelen op emotie van consument

Veel van het Spaanse vlees komt ook in Frankrijk terecht. De campagne om toch vooral Frans varkensvlees te eten is daarom sterker dan ooit. Op kostprijs wint de Franse boer het niet van de Spanjaarden. Daarom wordt geprobeerd op de emotie van de consument in te spelen en hem ervan te overtuigen voor Frans vlees te kiezen. Een voordeel: Fransen zijn patriottistisch.

Of registreer je om te kunnen reageren.