Varkenshouderij

Achtergrond 2118 x bekeken 1 reactie

Duitse slachterijen voelden nattigheid bij lage salarissen

Het principe-akkoord van de vier grootste Duitse slachters Tönnies, Vion, Westfleisch en Danish Crown over een minimumloonregeling is niet alleen van belang voor de medewerkers, maar ook voor de concurrentie in Nederland, België en Denemarken.

Vion en Danish Crown zijn weliswaar respectievelijk Nederlandse en Deense bedrijven, maar ze beconcurreren met hun vestigingen in zekere zin ook de vestigingen op hun thuismarkt. Niet minder belangrijk: ook de vleesvarkenshouders in de Duitse buurlanden ondervinden die concurrentiedruk. De Duitsers kunnen mede door de lagere loonkosten veelal meer betalen voor de grondstof. Dat nadeel kan door de vleesvarkenshouders in onder meer Nederland alleen worden vermeden als ze hun dieren aan de Duitse verwerkers leveren.

En dat doen ze ook. Recente statistieken laten zien dat de slachters in Duitsland de productie hebben weten op te voeren, ondanks het enigszins dalende binnenlandse vleesvarkensaanbod. In Nederland en Denemarken worden daarentegen minder vleesvarkens verwerkt. Ergo, veel Nederlandse, Deense en waarschijnlijk ook Belgische vleesvarkens komen in Duitsland terecht. De hamvraag is, of dat door de invoering van een minimumloonstelsel zal veranderen. Daarnaast is het de vraag of in Duitsland varkensvlees zoveel duurder wordt, dat het voor de afnemers aantrekkelijker wordt om eens wat vaker buiten de Bondsrepubliek zaken te doen.

Op dit moment is alleen zeker, dat de Duitse loonkosten in de slachterijsector aanzienlijk lager zijn. Dat komt vooral omdat er op grote schaal gebruik wordt gemaakt van Oost-Europeanen die in dienst zijn bij bemiddelaars, vaak formeel ook als zzp’ers. Mede daardoor is de varkensvleesindustrie in Duitsland de afgelopen 10 jaar gestaag gegroeid. Dit is echter niet de enige factor geweest. Ook de Duitse vleesvarkenshouderij zelf heeft kunnen profiteren van een paar belangrijke voordelen ten opzichte van hun buitenlandse concurrenten.

Eén van die voordelen is de wijze waarop de btw wordt afgerekend. De Deense concurrentie noemt deze fiscale aanpak bij monde van landbouw- en verwerkersfederatie LF ‘een vorm van verkapte overheidssubsidie.’ Geklaagd in Brussel hebben de Denen daarover tot dusver echter niet.

Wel geklaagd bij de EU hebben de Belgen, zij het niet over de btw-kwestie, maar over de loondumping waaraan de Duitse slachters zich naar hun visie schuldig maken. Misschien zijn de Duitsers op grond daarvan nattigheid gaan voelen. Dat neemt echter niet weg dat de invoering van een wettelijk minimumloonstelsel sowieso een heet discussiepunt is in de aanloop naar de Bondsdagverkiezingen later deze maand. Een wettelijk minimumloon ontbreekt in Duitsland en dat is veel bondsdagleden ter linkerzijde van de voorzitter een doorn in het oog. Nogal wat branches hanteren niettemin op vrijwillige basis een minimumloon. De zittende regering van CDU/CSU en FDP is daar een groot voorstander van. Het initiatief van de grote slachters is ook mede genomen in samenwerking met de minister van arbeid en sociale zaken, zo meldt brancheorganisatie Verband der Fleischwirtschaft (VDF).

Op dit moment is niet bekend hoe hoog het minimumloon in de sector zal worden, want dat moet op basis van nader overleg nog worden ingevuld. Lager dan 8 euro per uur zal het hoogstwaarschijnlijk echter niet zijn. Dat is bijvoorbeeld ook het minimumtarief dat de land- en tuinbouw voor seizoenskrachten hebben ingevoerd. In Nederland geldt een minimumloontarief van 8,50 euro per uur ofwel (per 1 juli) 68,21 euro per dag (bron: www.rijksoverheid.nl). Het gaat er dus op lijken dat de loonconcurrentie voor in ieder geval de Nederlandse slachters grotendeels gaat verdwijnen.

Eén reactie

  • koestal

    wie slacht wie ?

Of registreer je om te kunnen reageren.