Varkenshouderij

Achtergrond 981 x bekeken 1 reactie

‘CBL-voorwaarden bieden kans om positie binnen keten te versterken’

Varkenshouders moeten zelf volop initiatief nemen om duurzaam te produceren. Productie binnen concepten wordt de uitdaging voor de varkenshouderij, zegt LTO varkenshouderijvoorzitter Maarten Rooijakkers.

Produceren binnen concepten volgens de inkoopvoorwaarden die door het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) zijn opgesteld en zo als groep van varkenshouders een belangrijke rol in de keten krijgen. Dat wordt de uitdaging voor de komende jaren. Dat zegt LTO-varkenshouderijvoorman Maarten Rooijakkers.

Supermarkten willen zich onderscheiden van elkaar en dat kunnen ze alleen via de toeleverende boeren. Dat schept kansen voor samenwerking, waarmee varkenshouders hun positie kunnen verbeteren. Rooijakkers vindt het jammer dat de varkensvakbond NVV is afgehaakt, omdat het CBL geen centrale prijsafspraken wilde maken. “Het CBL kan dat ook niet doen. De verschillende supermarktbedrijven moeten zelf afspraken maken met producenten.”

Rooijakkers benadrukt dat productie volgens de nieuwe CBL-inkoopvoorwaarden niet verplicht is; iedere varkenshouder is vrij om te kiezen. “Als je niet mee doet, ben je zeker geen tweederangs varkenshouder. De Nederlandse varkenshouders zijn nog altijd de beste ter wereld, vooral op het gebied van duurzaamheid en welzijn.”

De supermarkten zijn verantwoordelijk voor de invulling van het vleesschap volgens hun eigen voorwaarden. Er zijn goede afspraken gemaakt over de borging van de productie. Consumenten moeten in principe via een QR-code op het etiket vlot en gemakkelijk af kunnen lezen hoe het zit met hun varkensvlees. Rooijakkers is van plan om samen metNatuur en Milieu volgend jaar de vinger nauw aan de pols te houden en de supermarkten te houden aan de afspraken.

De commissie-Van Doorn, trok duidelijke conclusies, vastgelegd in het Verbond van Den Bosch: verduurzaming moet worden opgepakt en betaald door marktpartijen. Uit die afspraken zijn de inkoopvoorwaarden van het CBL voortgekomen. Een andere conclusie is dat de overheden, landelijk, provinciaal en lokaal moeten zorgen voor de randvoorwaarden en eisen, zoals landschappelijke inpassing, acceptatie in de omgeving en dat soort zaken.
Rooijakkers vindt de huidige ontwikkeling in de politiek waarbij er toch weer de neiging ontstaat om welzijnseisen via wetgeving vast te leggen en niet over te laten aan de markt, funest. “Wij doen er als belangenbehartigers alles aan om dat tegen te gaan.”
Aan de andere kant bewijst die ontwikkeling Rooijakkers’ stelling: de varkenshouderij moet zelf actief via de markt inspelen op de vraag naar meer duurzame welzijnsvriendelijker producten. “Als we dat niet doen gaat de politiek de zaken alsnog via de wet verplichten. Als we dit met z’n allen goed oppakken is de kans veel groter dat de overheid de sector ruimte geeft.”

De LTO-voorman denkt dat de Nederlandse aanpak van verduurzaming is te prefereren boven de Duitse aanpak, waarbij supermarkten via een fonds vergoedingen willen uitbetalen aan varkenshouders voor dierwelzijnsmaatregelen. Driekwart van de Duitse supermarkten heeft zijn medewerking toegezegd. De andere 25 procent niet. “Ik vraag me af hoe lang dat allemaal houdbaar is. Ze praten bovendien alleen maar over een vergoeding voor de meerkosten. De koek ofwel de verdienste wordt niet groter. Bovendien hoe lang willen de supermarkten betalen?”

Eén reactie

  • w v gemert

    Wie brengt hem naar de psychiater ? Misschien groep 8 van het basis onderwijs nog even over doen en vooral de economie les en zeker bijles halen voor dit vak.

Of registreer je om te kunnen reageren.