Varkenshouderij

Achtergrond 1398 x bekeken 1 reactie

Taakstelling noteringscommissie onmogelijk

De vorige week uitgelekte mails van de noteringscommissie van de NVV bieden een goed beeld van de totstandkoming van de notering. De commissie stelt zich voor een onmogelijke taak.

De biggennotering van de NVV stamt uit 2005. De notering werd tot juli 2011 door de Groene Belangenbehartiger vastgesteld in opdracht van de NVV. De NVV wilde volgens toenmalig NVV-voorzitter Willie van Gemert de markt transparanter maken. Het doel was om een marktconforme notering neer te zetten op basis van de internationale vraag en aanbod. Doel was verder om een notering neer te zetten zonder toeslagen. Ook het biggenprijzenonderzoek van DGB, waarbij vermeerderaars opgeven hoeveel ze voor de biggen beurden, speelde een rol bij de vaststelling van de notering. De notering is vanaf het begin vastgesteld op vrijdag geldend voor de week erop. Was de notering in de eerste jaren vooral een referentienotering, een notering dus waaraan varkenshouders konden aflezen of ze een redelijke marktconforme prijs hadden gebeurd voor de biggen, van lieverlee heeft de notering zich ontwikkeld tot een echte handelsnotering. Een notering dus waarop afspraken, in veel gevallen met een toeslag, worden gemaakt. Heden ten dage is de NVV-notering uitgegroeid tot de leidende notering voor de Nederlandse biggenmarkt.

Sinds zomer 2011 wordt de notering vastgesteld door de NVV zelf. Er is een noteringscommissie onder leiding van Theo Duteweerd ingesteld. Doelstelling van de commissie: wekelijks een transparante nettonotering vooraf voor de biggen vaststellen. De grote vraag is of de NVV daarin slaagt. De totstandkoming via een geheime commissie is in ieder geval niet transparant te noemen.  Bij de vaststelling van de notering wordt nog steeds rekening gehouden met de gegevens van het biggenprijzenonderzoek, de zogenoemde benchmark van de Groene Belangenbehartiger. De rol daarvan neemt wel af. Op 6 januari vorig jaar vraagt Duteweerd zich in zijn e-mailbericht openlijk af wat de waarde van de benchmarkcijfers nog is. Boerderij stelde in maart vorig jaar ook vast dat er maar een klein aantal varkenshouders deelneemt aan de benchmark van DGB.

In de eerste weken dat de commissie een notering afgeeft, in de zomer van 2011, is het beleid er op gericht om een bodem in de markt te leggen, om te voorkomen dat de notering te veel daalt. Wekenlang stond de notering op 33 euro. In het najaar, 28 oktober constateert Duteweerd dat er niet veel draagvlak is voor hogere prijzen. De notering gaat echter toch met een euro omhoog. Er is dus wel degelijk sprake van marktbeïnvloeding. In december, op een moment dat de biggennotering weer stijgt, komt commissielid en vleesvarkenshouder Raymond te Lintelo nog even terug op de situatie van die zomer daarvoor; Duteweerd citeert hem in zijn bericht aan de commissieleden: “Afgelopen zomer hadden we volgens de markt op het dieptepunt nog iets verder door kunnen zakken, dit hebben we niet gedaan om de boel enigszins in de benen te houden. Nu gaan we wel weer gewoon met de markt mee omhoog. De mesters zijn nu alweer de vermeerdering aan het sponsoren.”

Een jaar na de start van de commissie is er een evaluatie van het eerste jaar. Op 18 juli vorig jaar schrijft Duteweerd over deze evaluatie aan zijn commissieleden: “Doel is een transparante nettonotering vooraf. Het is onze taak niet om de afweging te maken of we de biggenprijs al dan niet al laag genoeg vinden. Wij geven weer wat de markt doet. Als we dit niet goed blijven beschouwen, hebben we een groot probleem in de commissie. Daarbij komt dat één van de uitkomsten van de evaluatie was dat we moeten proberen dichter op de markt te blijven. Dit om te voorkomen dat er zoals dit voorjaar hogere toeslagen betaald gaan worden op de NVV-notering. Toen hebben we ook vastgesteld dat dit in een dalende markt dan ook geldt en niet zoals we vorige zomer hebben gedaan door een bodem te leggen. We kunnen niet doorgaan met het ene deel van de leden te bevoordelen ten opzichte van het andere. Dan is het snel gedaan met de notering voorspel ik jullie.”

Hier blijkt uit dat de commissie zich dus wel degelijk bewust is van de situatie. In de weken daarna blijkt steeds weer dat de notering wel degelijk wordt vastgesteld met de bedoeling de markt te beïnvloeden en de notering zo hoog mogelijk te houden. Ook de wens om de toeslagen op de notering beperkt te houden zorgt ervoor dat de notering de neiging heeft vrij hoog te staan.

De conclusie moet dan ook zijn dat de NVV met de biggennotering zich zelf voor een onmogelijke taak stelt. Een netto-notering (zonder toeslagen) vooraf vaststellen, is in de huidige situatie waarbij de notering in de markt fungeert als de leidende handelsnotering  simpelweg onmogelijk. Juist het feit dat de notering fungeert als handelsnotering maakt dat onmogelijk. In die situatie is er praktisch altijd sprake van toeslagen op een basisprijs. Dat bleek ook afgelopen vrijdag toen de NVV vier euro uit de toeslagen overhevelde naar de basisnotering.

Het effect is dat er een handelsnotering wordt neergezet die vaak relatief hoog staat; gunstig voor de vermeerderaar en nadelig voor de vleesvarkenshouder die biggen moet kopen.   Als de NVV een netto-notering af wil geven, kan ze dat beter achteraf doen, bijvoorbeeld op basis van opgaven van zeugenhouders die hun gerealiseerde prijzen weergeven, en vleesvarkenshouders die opgeven wat ze hebben betaald. Terug naar de basis, het oorspronkelijke idee: een referentienotering die weergeeft wat er in de markt werkelijk wordt betaald.

Eén reactie

  • John*

    juist ja laat de dgb hem maar weer maken. dat er nu 7 euro toeslag op de nvv betaald wordt zegt genoeg. Dit was anders allang in de nvv notering verwerkt en moet nu in een keer....

Of registreer je om te kunnen reageren.