Varkenshouderij

Achtergrond 641 x bekeken

Slachtbiggenproject schudt markt op

Unifar, de vereniging van varkenshouders die op het gebied van inkoop en verkoop met elkaar samenwerken, timmert de laatste weken aan de weg met het Unifar Biggengezondheidsplan. De nieuwe voorzitter, Edwin Tijs, ziet in de opkoop van biggen van subtop kwaliteit een goed middel om de kwaliteit van de biggen die naar de vleesvarkensbedrijven gaan te verbeteren.

Unifar is sinds zijn oprichting in 2008 een factor geworden die zijn partijtje meeblaast. De vereniging telt volgens Tijs en zijn medebestuurslid Paul Jansen Holleboom inmiddels ruim 200 leden, waarvan zo’n 25 procent in de zuidelijke provincies. Vooral met de collectieve afzet van slachtzeugen is de organisatie succesvol. Unifar heeft zijn eigen notering voor slachtzeugen geïntroduceerd en het is duidelijk geworden dat slachtzeugen meer waarde vertegenwoordigen dan voorheen werd gedacht en uitbetaald.

Het lijkt er op dat Unifar nu ook met zijn Biggengezondheidsplan opnieuw iets in handen heeft dat de markt opschudt, in dit geval die voor slachtbiggen. Het idee om iets op dit terrein te gaan doen ontstond toevallig tijdens een studiebijeenkomst. Tijs: “We zaten te brainstormen over de biggenafzet en kwamen tot de conclusie dat sommige dingen anders moesten. Met name de afzet van subtop biggen voor de slacht zou een extra afzetmarkt zijn. We hebben ons vervolgens eerst verdiept in hoe de markt voor slachtbiggen in elkaar zit en hoe de afzet verloopt. Zo zijn we gekomen tot het Unifar gezondheidsplan voor biggen.”

Het plan behelst de vorming van een fonds voor de opkoop van subtop kwaliteit biggen voor afzet als slachtbig. Het fonds zou gevuld moeten worden met een bedrag per zeug betaald door de vermeerderaars. In tijden dat de biggenprijs beneden de berekende kostprijs zakt zouden met dit bijeengebrachte geld, biggen opgekocht kunnen worden en worden afgezet als slachtbig. In tijden van lage biggenprijzen kan zo’n actie ondersteunend werken voor de prijsvorming van de biggen. Bijkomend voordeel is dat de subtop kwaliteit biggen die ook de vleesvarkenshouder liever niet ziet komen op zijn bedrijf uit het circuit worden gehaald. Vandaar ook de term biggen gezondheidsplan.

Nadeel van het oorspronkelijke plan is echter dat in tijden van goede biggenprijzen deze biggen juist niet uit de markt worden gehaald. De druk om in goede tijden alle biggen af te leveren richting vleesvarkenshouderij is echter juist in die periodes groot. Dit onderkennen Tijs en Jansen Holleboom ook. “Ons plan is nog in ontwikkeling. We zijn van de zomer begonnen met opkoop van biggen. Na de eerste vuurdoop zien we aan aantal belangrijke zaken. De zeugenhouders ervaren de afzet van subtop kwaliteitsbiggen als enorm positief. Subtop kwaliteitsbiggen heb je niet alleen met lage biggenprijzen, maar jaar rond. En heel belangrijk, afzetkanalen willen jaarrond aanvoer, niet incidenteel. En zou je prijsondersteunend willen werken, dat lukt qua aantal al niet op Nederlands niveau, laat staan op Europees niveau. Dus ligt de focus op biggengezondheid en afzet jaarrond.”
Unifar heeft het plan voorgelegd aan het Productschap Vee en Vlees en hoopt dat er door de bestuurders goed naar gekeken wordt.

Unifar is een samenwerking aangegaan om de dieren op te kopen en af te zetten. Tijs en zijn medebestuurder hullen zich in stilzwijgen als het gaat om de naam van deze partij en de slachter. Ook over de verdere afzet van het vlees willen ze niets zeggen. Tot nu toe zet Unifar naar eigen zeggen zo’n 400 tot 450 biggen per week af op deze manier. De grote vraag is nu wat er volgend voorjaar, als de biggennoteringen hopelijk eindelijk weer eens hogere niveaus bereiken, gaat gebeuren. Kan dit afzetkanaal op deze manier in stand blijven? Zeker is dat de afnemer het product wil blijven afnemen, maar niet tegen elke prijs. “Eigenlijk zou je een prijsondersteuning moeten hebben in die periodes”, aldus Tijs. Daar zou een fonds dus een rol kunnen spelen.

Unifar doet nu volop ervaring op met de afzet van slachtbiggen. Het gaat bijvoorbeeld om de meest gewenste gewichtstrajecten. Dat ligt tussen 10 en 16,25 kilo levend gewicht, ofwel 8 tot 13 kilo geslacht gewicht. “Uit de reacties van de handel blijkt wel dat we een gevoelige snaar hebben geraakt. We worden gezien als concurrent”.

Unifar heeft sinds vorig jaar ook een nutritionist in dienst die voor de leden die dat willen adviezen verzorgt en voersamenstellingen berekent. De varkenshouders kunnen dan voer van deze samenstelling zelf bestellen bij een voerleverancier die afspraken heeft gemaakt op Unifar condities. Volgens Tijs zijn er tot nu toe acht leden die op deze manier te werk gaan. Andere varkenshouders maken gebruik van de adviezen van de nutritionist, maar blijven hun eigen voerleverancier trouw, dit geldt met name voor brijvoer bedrijven.

Op het gebied van inkoop van bedrijfsbenodigdheden werkt Unifar samen met de AIO-organisatie (AIO: agrarische inkooporganisatie) van Claudia de Wolf en Karen Schurink in Uithoorn. Unifar heeft sinds kort ook een mogelijkheid voor gezamenlijke afzet van vleesvarkens. “Dat ging echter niet gemakkelijk. “Je moet op de een of andere manier een meerwaarde creëren”, weet Jansen Holleboom. Binnen Unifar willen we ondernemers zoveel mogelijk vrij laten. Dat kan een gezamenlijk vleesvarkenproject in de weg staan, doordat je geen dwingende strikte regie voert maar ondernemers de vrije keus laat ”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.