Varkenshouderij

Achtergrond 1170 x bekeken

'Maatschappij moet centraal staan'

Jan Broenink in Langeveen is één van de varkenshouders die produceert in een strooiselstal. De veehouder heeft zeer eigen ideeën over de landbouw.

Na 7,5 jaar heeft Jan Broenink in Langeveen de vergunningen voor de bouw van een nieuwe strooiselstal (Canadian bedding-systeem) rond. Hij verwacht binnen afzienbare tijd te kunnen beginnen met de bouw van de stal. Hij is nu bezig met de financiering van het nieuwbouwproject, maar ook dat zal wel rondkomen, verwacht hij.

Broenink is biologisch melkveehouder, houdt ossen die worden geweid op gronden van Staatsbosbeheer en houdt tot nu toe 1.000 vleesvarkens in een wroetstal. Daarnaast heeft hij zo’n 3.000 vleesvarkens in voergeldstallen bij derden. Het ligt in de bedoeling deze laatste 3.000 dieren te huisvesten in de nieuw te bouwen wroetstal.

Met de komst van een nieuwe stal van 3.000 varkens krijgt de productie van varkens met een Krull, zoals de dieren worden aangeduid, een flinke stimulans. De organisatie, die is opgezet door de Limburgse varkenshouder Raymond Cobben en die werkt met het wroetstalsysteem, zet per week 350 varkens af. Ze worden geslacht in Limburg bij Krekels in Kerkrade. Het vlees gaat naar Jumbo, en Het Huis van Beleg. Ook zijn er diverse slagers die het vlees van de wroetvarkens verkopen.

Tot voor kort werd vlees van varkens met een Krull ook Milieukeur-gecertificeerd. ”Daar zijn we vanaf gestapt”, aldus Broenink. De Stichting Maatschappelijk Bewuster Varkensvlees, waarin de varkenshouders zich hebben verenigd, heeft een eigen systeem opgezet. ”Het is eigenlijk het IKB- systeem met daar bovenop een extra module, toegespitst op het wroetstalsysteem.” Voordat een varkenshouder kan toetreden, wordt hij beoordeeld en moet zijn stal worden goedgekeurd. Certificering en controle van de hele keten is nu toevertrouwd aan CoMore in Zeist, die ook verantwoordelijk is voor de IKB-varkensketen.

Het wroetstalsysteem heeft één Beter Leven-ster van de Dierenbescherming. Iets wat ook gaat veranderen bij de Krull-varkenshouders, is het voersysteem. Zo’n 25 procent van het rantsoen moet bestaan uit regionale grondstoffen. Zelf vult Broenink dit in met corncob-mix, die hij in de regio betrekt via loonwerkers. ”We willen zo regionale binding creëren en een bijdrage leveren aan het sluiten van de kringlopen.”

Ook met de andere takken op het bedrijf dat Broenink runt met zijn beide zoons Jorg (26) en Ruben (21) streeft hij ernaar om buiten de bestaande kaders te denken. Hij stelt de maatschappij centraal bij de beslissingen die hij neemt. Hij streeft naar landschappelijke inpassing van het bedrijf en wil de kringlopen gesloten maken. ”Het is heel belangrijk dat we als landbouwsector voeling houden met de maatschappij.” Dat verklaart dan ook de keuze voor biologisch, die hij al eind jaren 90 maakte. Broenink melkt zo’n 90 koeien van het blaarkopras. De stierkalveren worden gecastreerd en gemest op de natuurgronden van Staatsbosbeheer. Broenink is bezig met Groothedde in Vaassen om het vlees van deze ossen af te zetten als natuurvlees afkomstig van Nederlandse natuurgebieden.

Broenink vindt dat het natuurbeheer veel meer hand in hand moet gaan met de veehouderij. ”De natuurbeheersorganisaties zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten gebruiken vooral exotische runderrassen zoals Schotse Hooglanders voor de beweiding van hun gronden", zegt Broenink. ”Waarom zou je niet oud-Hollandse runderrassen zoals de Blaarkop en de Lakenvelder gebruiken voor de beweiding? Met 250.000 stuks rundvee in die natuurgebieden, ongeveer één koe per hectare kun je, uitgaand van een productie van 3.000 liter melk per koe, zo’n 700.000.000 liter biologische melk produceren. Daarmee vul je een groot deel van het tekort aan biologische melk in ons land op. Bovendien bied je zo’n 1.500 boeren perspectief als biologisch producent.”

Of registreer je om te kunnen reageren.