Varkenshouderij

Achtergrond 187 x bekeken 3 reacties

De markt doet zijn werk

De varkenshouderijsector heeft het zwaar. De situatie met slechte prijzen die de torenhoge kostprijzen niet goedmaken, eist zijn tol. Bedrijven besluiten om ermee te stoppen, het eerst in de vermeerderingssector.

De slechte situatie in de varkenssector bereikt een climax. De eerste tekenen dat het een koude saneringsslag wordt, zijn er. KI Nederland meldde deze week dat het aantal inseminaties met zo’n
7 procent is teruggelopen. Weliswaar geven de belangrijkste concurrenten van KI Nederland aan dat zij daar nog niet mee te maken hebben, het signaal is daar: bedrijven stoppen ermee en doen in veel gevallen acuut de zeugen weg. Dit alles om te voorkomen dat er nog meer geld bij moet.
Onder de stoppers zijn niet alleen kleine bedrijven met 100 tot 200 zeugen. Ook grote bedrijven met 500 of meer zeugen besluiten de pijp aan maarten te geven.

De ontwikkeling is aan de ene kant triest. Als er geen perspectief meer is, de bank geen overbruggingskrediet meer afgeeft, mogelijkheden ontbreken om het bedrijf aan te passen aan welzijns- en ammoniakeisen, dan rest er weinig anders dan de finale beslissing te nemen. Het menselijke leed is groot.

De huidige ontwikkeling zat eraan te komen. De sector heeft te kampen met hoge voerkosten en te lage vleesprijzen. De varkensprijzen zijn eigenlijk al sinds 2008 te laag om voldoende marges te maken. Vorige week werden nieuwe kostprijsberekeningen bekend van Wageningen UR Livestock sciences. Tussen de biggennoteringen en de berekende kostprijs gaapt een gat van zo’n 20 euro. Tussen de vleesprijsnotering en de berekende kostprijs zit bijna 30 cent per kilo.

Volgens Frank Steenbreker, adviseur varkenshouderij bij Abab Accountants en Adviseurs, vallen de klappen nu vooral in de zeugenhouderij. ”Het is nu het vijfde jaar op rij dat de vleesvarkenshouderij niet de voerwinsten haalt die voor de lange termijn worden begroot. Daardoor ontstaat er steeds meer weerstand om biggen op te leggen. De gevolgen zijn nu het eerst voelbaar in de zeugenhouderij.”

Vooral bij bedrijven in de middengroep met 300 tot 600 zeugen vallen klappen. In deze categorie moet vaak ook nog het een en ander aangepast worden met het oog op 2013. ”Er zijn soms schrijnenende gevallen bij van bedrijven die toch van plan waren om door te gaan.” Bedrijven verkeren volgens Steenbreker in enkele gevallen in de situatie dat het opschorten van aflossingen niet meer voldoende is. ”Er moeten dan beslissingen worden genomen.”

In de ogen van Steenbreker hadden zeugenbedrijven in de voor de zeugenhouderij redelijke jaren 2009 en 2010 een buffer op moeten bouwen. ”Als ze dat toen niet is gelukt, dan lukt het niet om de huidige slechte periode te overbruggen, en moeten we reëel zijn.”

Anderzijds zijn er voldoende bedrijven die de laatste jaren al hebben geïnvesteerd en bovengemiddeld draaien. ”Die bedrijven zullen het wel redden.” Neemt niet weg dat ook bij deze bedrijven er problemen zijn. Met banken en andere partijen proberen we voor deze bedrijven een realistische oplossing te vinden. Er zijn varkenshouders die bij de gemeente een uitkering in het kader van de BBZ-regeling (bijstandsregeling zelfstandigen) aanvragen.

Afgelopen voorjaar is op allerlei niveau’s, nationaal en internationaal, gesproken over de situatie in de varkensketen. Ook in Brussel zijn er in EU-verband sessies geweest over de gang van zaken in de varkensvleesketen. Er zijn ideeën geopperd en besproken. De conclusie aan het eind van het verhaal was duidelijk. De Europese commissie blijft vasthouden aan de werking van de vrije markt.
En dat is wat er nu in wezen gebeurt. De markt doet zijn werk. In het verleden was dat ook altijd het geval. Saneringen vonden binnen Europa echter vooral plaats in de Oost- en Zuid-Europese landen. De Nederlandse varkenshouderij wist door zijn structuur en vakmanschap bijna altijd de dalen in de varkenscyclus uit te zitten. Dat is nu niet zo. Ook in Nederland, Duitsland en België vallen er klappen.

Sectormanager varkenshouderij Albert Knijnenburg van de Rabobank blijft vertrouwen houden in de varkenssector. De varkenscyclus werkt. Er komen ook weer tijden met goede varkensprijzen. Wel is de markt veranderd. De sterke zuigende werking van de Duitse markt is weg, doordat het land een zelfvoorzieningsgraad heeft van meer dan 100 procent.

”We blijven aandacht houden voor doorontwikkelaars. Het uitgangspunt bij de financiering van bedrijven blijft de ondernemer. Wat zijn de ambities. Wat zijn de ondernemerscapaciteiten. De lokale banken hebben het voortouw in de beoordeling van de verschillende bedrijven en ondernemers.”

Knijnenburg wijst op de structuur in de varkenshouderij: een kwart van de vleesvarkens wordt nog altijd gehouden op bedrijven met minder dan 1.000 dieren. Het gaat om 70 procent van het aantal bedrijven met vleesvarkens. In de zeugenhouderij is het beeld vergelijkbaar: 8 procent van de zeugenstapel wordt gehouden op bedrijven met minder dan 200 zeugen. Het gaat daarbij om 33 procent van de bedrijven met zeugen.

Het zal dan ook vooral in deze categorie bedrijven zijn waar ondernemers het voor gezien houden.
De onderliggende structuur in de Nederlandse varkenshouderij is in wezen gezond. De bovengemiddelde bedrijven die op tijd hebben geïnvesteerd voor 2013 zijn toekomstbestendig en zullen de huidige malaise overleven.

Voor de toekomst vindt Knijnenburg het wel van groot belang dat de sector op tijd de slag maakt naar duurzaamheid en zo ook de maatschappelijke acceptatie verbetert. Van groot belang acht de Rabobank het dat het mestprobleem wordt opgelost. ”Als dat niet lukt, krijgt de sector het heel moeilijk.”

LTO-vakgroepvoorzitter Annechien ten Have beschouwt de huidige situatie als bijna onvermijdelijk. ”Je kon het aan zien komen. Het is voorspeld. Er moeten gewoon minder varkens komen in Europa. Het is alleen zaak om dat proces zo goed mogelijk te begeleiden. Van de overheid hebben we op dit punt niets te verwachten. De markt doet zijn werk.”
Ten Have wil daarom met de NVV, de banken en de voerindustrie aan tafel om de mogelijkheden van restschuldsanering te bespreken. ”We moeten zoveel mogelijk voorkomen dat de mensen na beëindiging van hun bedrijf nog met een restschuld blijven opgezadeld. De grootste bank, de Rabobank, een coöperatieve bank, moet zijn verantwoordelijkheid nemen wat ons betreft.”

De kans dat er restschulden overblijven is zeer reëel. De dieren gaan tegen relatief lage prijzen weg, en de gebouwen en opstallen zijn in veel gevallen zeer moeilijk verkoopbaar, zeker als ze niet voldoen aan de jongste eisen. In het verleden was er nog wel perspectief in deze situaties door de zogenoemde rood-voor-rood-regeling, waarbij bedrijfsbeëindigers de mogelijkheid kregen de stallen te slopen en daarvoor in de plaats woningen te bouwen. Die regeling is door veel gemeenten echter beëindigd in verband met de verwachte bevolkingskrimp op het platteland.
Alle ellende van dit moment ten spijt, met name voor de gezinnen die zich gedwongen zien hun bedrijf te beëindigen: er ontstaat wel perspectief. Er komen minder biggen op de markt. Dat moet zich in de komende maanden een keer vertalen in aantrekkende prijzen, waarbij de overblijvende bedrijven eindelijk weer geld kunnen verdienen.

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Ikleesdewallstreetjournal

    De Rabobank heeft altijd haar verantwoordelijkheid genomen op bedrijven die correct handelden. Daar ken ik heel veel voorbeelden van. Heb je ze als ondernemer een keer bedonderd, dan laten ze je bungelen aan de hoogste boom. En terecht.

  • no-profile-image

    kleine prutsvermeerderaar

    Dan gaan er nog een hoop bungelen als de echte lijken uit de kast komen vooral bij sommige hele grote(rendement verstoppertje).Moet de prijs wel even laag blijven en het voer duur,de markt doet zijn werk.Wel duidelijk Annechien maar ook al een beetje aan de late kant inclusief de Rabobank.Wist ook iets vd voorspelling en heb mijn maatregelen al genomen.Dit is diefstal en misbruik maken v/d macht.De grootste pollonaisse lopers blijven over tot de volgende sanerings ronde.Draaiboek loopt als verwacht,bewust incl. de RABOBANK ,SUCCES met de slecht nieuwsgesprekken.Op naar China

  • no-profile-image

    Han1

    Waarom wordt stoppen met het bedrijf altijd geassosieerd met Veel Menselijk leed? Is stoppen niet een onderdeel van het ondernemerschap? Ja het leed ontstaat als de ondernemer tegen beter weten in door gaat tot een ander het licht in zijn stal uitdraait. Ja dan is het financiele leed voor het gezin niet meer te overzien. Stoppen zolang het nog gaat is beter dan doorgaan terwijl de trein nagenoeg op de overweg is. Wanneer accepteren de mensen eens, dat stoppen geen schande is als je markt overvoerd is geraakt door.

Of registreer je om te kunnen reageren.