Varkenshouderij

Achtergrond 404 x bekeken

Brabantse varkensstudieclub bestaat vijftig jaar

Varkensstudieclub Oirschot – De Beerzen bestaat vijftig jaar, een unicum in de Nederlandse varkenshouderij. Volgens bestuurslid Pieter Vlemminx heeft de studieclub misschien nog wel meer bestaansrecht dan vroeger. ”Vroeger liep je naar de overkant van de weg als je ergens mee zat.”

Varkenshouder Pieter Vlemminx uit het Brabantse Oirschot is een van de oudere leden. Hij zit al 28 jaar in het bestuur van de varkensstudieclub Oirschot – De Beerzen. En daarvoor was hij al ettelijke jaren lid. Nadat hij heeft nageteld hoe lang hij al bestuurlijk actief is in zijn studieclub, zegt hij: ”Dat is wel erg lang, ik moet er maar eens een keer mee ophouden.”

Dat doet hij vast niet, zeker niet op korte termijn. Want met trots vertelt hij over het jubileum van zijn club – onlangs vierden de leden het vijftigjarig bestaan, over de film die ze hebben gemaakt om burgers uit te leggen wat er allemaal achter de stalmuren gebeurt, over de excursies die de studieclub maakte naar Rusland, China en Brazilië.

Vlemminx weet het bijna zeker, er is vast geen varkensstudieclub in Nederland die kan bogen op een geschiedenis van vijftig jaar. Alleen dat al is reden om de club te koesteren en zich nog een tijdje bestuurlijk in te zetten. Zoveel tijd kost dat trouwens niet. En hij krijgt er veel voor terug.
Vlemminx kruipt achter de computer, laat foto’s zien van een varkensbedrijf in China. ”Kijk hier, we bezochten een bedrijf met 20.000 zeugen. Hier schrikken politici al van een stal met 1.000 zeugen. Hoezo debat over schaalgrootte?”

Hij laat meer foto’s zien. De arbeiders van het Chinese varkensbedrijf slapen in kleine kamertjes boven de kraamstallen. Hun bed bestaat uit een deur op houten kratten. Er gaat meer zorg uit naar de varkens dan naar de mensen.

Vlemminx: ”Wij discussiëren over het welzijn van de dieren. Daar niet, laat staan dat Chinese burgers zich zorgen maken over het welzijn van werknemers op een varkensbedrijf. Goed om dat eens mee te maken. Een bezoek aan collega’s in een ver land verruimt je blik. Via onze studieclub krijgen we die kans.”

Vlemminx geeft onmiddellijk toe, varkenshouders van tegenwoordig hebben vrijwel allemaal een gedegen opleiding achter de rug. Toch is de opkomst op de studieavonden altijd hoog. De ene keer vertelt een dierenarts over recente onderzoeksresultaten op het gebied van ziekten, de andere keer presenteert een medewerker van een veevoerbedrijf de jongste inzichten op het terrein van voederconversie. ”Een ondernemer moet altijd blijven leren. Wil je in deze tijd als ondernemer overleven dan moet je op het scherp van de snede je bedrijf runnen. Kennis is onontbeerlijk. Of het nu gaat over kostenverlaging of over kwaliteitsverbetering. Kennis overbrengen is het belangrijkste doel van onze studieclub.”

Toch komen de leden ook om andere redenen naar de avonden van hun club. Na afloop van de lezing, met een glas bier aan de bar, praten de varkenshouders over zaken die hen raken. Vlemminx: ”Dan gaat het bijvoorbeeld over een ambtenaar van de gemeente die moeilijk doet over een vergunningaanvraag. Een ander heeft wellicht dezelfde ervaringen. Hoe pak je dat slim aan?”
Vroeger liep je naar de overkant van de weg en sprak met je overbuurman, zegt Vlemminx. ”Die tijd is voorbij. Het aantal varkenshouders neemt snel af. De bedrijven worden groter, de ondernemers steeds drukker. Als je niet uitkijkt, kom je niet meer van je erf af. Daarom is een studieclub tegenwoordig misschien nog wel belangrijker dan vroeger.”

In de studieclub wordt overigens niet of nauwelijks gepraat over landbouwpolitiek. Daarvoor is de studieclub niet bedoeld, zegt Vlemminx. ”Wij gaan over bedrijfstechnische zaken, de landbouworganisaties bemoeien zich met ammoniakbeleid, Natura 2000 en maatschappelijk draagvlak. Dat moet je niet door elkaar halen.”

Toch heeft de studieclub van Vlemminx dat laatste onderwerp – vergroting van het maatschappelijk draagvlak – onlangs bij de kop gepakt. ”We hebben een film gemaakt waarin we open en eerlijk laten zien wat we doen. Onbekend maakt onbemind. Je kunt niet iedereen overtuigen, maar een grote groep burgers wel. Laat duidelijk zijn, zonder maatschappelijk draagvlak kan onze sector wel ophouden. Dus daar moeten we flink op inzetten. En dan heb ik het over alle delen van de keten.”

Op zijn eigen bedrijf doet hij daar trouwens alles aan. Jaarlijks bekijken zo’n 7.000 mensen de varkens vanuit zijn zichtstal, onder wie een groot aantal scholieren. Ook ontvangt hij veel bezoekers uit het buitenland. Vlemminx: ”Dat kost natuurlijk erg veel tijd en levert financieel weinig op. Maar het geeft wel voldoening. Ik hoor toch vaak mensen zeggen dat ze door een bezoek aan ons bedrijf een positief beeld van de sector hebben gekregen.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.