Varkenshouderij

Achtergrond 1070 x bekeken 1 reactie

Berengeur is geen probleem

In Spanje doet men niet moeilijk over een luchtje aan het vlees.

Het aanbod van beren in Nederland groeit snel. Gelokt door goede technische resultaten stappen steeds meer varkenshouders over. Ook zeugenhouders bergen het castratiemes graag op. Castreren is een vervelende klus. Bovendien blijkt dat op bedrijven die niet meer castreren, het aantal streptokokkeninfecties flink afneemt. Die bacterie kan binnenkomen via het wondje van de castratie.

Eigenaardige geur

Slachterijen staan niet te springen om al dat berenvlees. Er is namelijk nog geen grote markt voor. De slachterijen en hun afnemers zijn namelijk doodsbang voor het optreden van berengeur. Die angst is terecht als consumenten varkensvlees massaal links laten liggen na een eerste kennismaking met de afwijkende geur. Het is de vraag of dat zo is. In Spanje doet men er in ieder geval niet moeilijk over. In het Zuid-Europese land wordt 80 procent van de beertjes niet gecastreerd.

Keukenluchtjes

Vanwege de grote hoeveelheid beren die Spaanse slachterijen verwerken (16 miljoen), gebeurt het uiteraard wel eens dat er een karbonaadje met een afwijkende geur wordt gebakken. Dat viel mij ook op toen ik onlangs een paar dagen in Spanje was. Zo kwam er tijdens een lunch met een paar Spanjaarden een ‘berengeur’ uit de keuken. Hoeveel de typische geur tot in alle uithoeken van het restaurant te ruiken was, sloeg men er geen acht op. Voor de tafelgenoten was het een bekend luchtje. Of het vlees is uitgeserveerd weet ik niet. Volgens één van de tafelgenoten is het vlees na het bakken prima te eten. ,,De afwijkende geur is dan grotendeels weg”, verzekerde hij mij.

Gewenning

Of in Noordwest-Europa net zo wordt gereageerd op berengeur als in Spanje, weet ik niet. Voorzichtigheid met het aanbieden van berenvlees is daarom op zijn plaats. Anderzijds is het -gelet op de Spaanse situatie - waarschijnlijk best mogelijk om de consument te laten wennen aan het incidenteel voorkomen van een berenluchtje. Zeker als de vleesverkoper uitlegt dat daardoor een dieronvriendelijke ingreep achterwege is gebleven.

Laag slachtgewicht

Helemaal vergelijkbaar met Nederland is de Spaanse situatie overigens niet. In Spanje slacht men de vleesvarkens namelijk tussen de 105 en 110 kilo levend-gewicht. Bekend is dat het risico op stinkers kleiner is bij jongere dieren. De lage slachtgewichten in Spanje betekenen echter niet dat de dieren ook per definitie jonger worden geslacht. De technische resultaten zijn namelijk niet best. Zo ligt de gemiddelde groei van de vleesvarkens onder de 700 gram per dag. Van een absoluut leeftijdsverschil met de Nederlandse varkens lijkt dan ook geen sprake. De kans dat berenvlees in Nederland vaker een afwijkende geur heeft, is daardoor klein.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Herman Prust

    Waarom doet iedereen toch zo moeilijk? De voor dit moment ideale oplossing ligt kant en klaar te wachten op gebruik: een vaccinatie tegen berengeur. Door dit te gaan gebruiken kan al het onderzoek doorgaan tot de tijd echt rijp is voor beren mesten. Als we met deze snelheid doorgaan met het geforceerd invoeren van het mesten van intacte beren houdt ik mijn hart vast voor het imago van het varkensvlees. Ik hoor nu in mijn naaste omgeving al verhalen van stinkend vlees dat in in de aanbieding was bij een bekende grootgrutter. De consumptie van varkensvlees in Engeland is dramatisch laag; willen wij dit in Nederland ook? Bovendien is het nog maar de vraag of het welzijn van de beren er bij gediend is op dit moment. Door intacte beren te mesten zal er in een aantal stallen ongetwijfeld meer agressie zijn.
    Dring toch aan op het vaccineren van beren als tijdelijke, maar kant en klare oplossing, dan kan morgen al gestopt worden met castreren!

Of registreer je om te kunnen reageren.