Varkenshouderij

Achtergrond 2545 x bekeken 6 reacties

What’s in a name?

De benaming ‘gelt’ wordt te pas en te onpas gebruikt in de varkenshouderij. In ieder geval zouden bedrijven die zich met de fokkerij bemoeien de goede termen eens moeten gaan gebruiken voor vrouwelijke varkens.

Iedereen die iets met de varkenshouderij te maken heeft weet wel wat er bedoeld wordt met een gelt. In de zeugenhouderij is het een jong vrouwelijk varken en in de vleesvarkenshouderij wordt daarmee een varken van het vrouwelijk geslacht bedoeld. Maar volgens mij is dit een verkeerde toepassing van het woord gelt. Op de redactie ontstond daarover een discussie. Maar het lukte me niet mijn uitleg van het woord gelt door te drukken bij mijn collega’s.

Mijn uitleg van ‘gelt’

Op de Praktijkschool voor de Varkenshouderij in Almelo leerden wij jonge aanstormende varkenshouders de volgende termen voor vrouwelijke varkens: vanaf geboorte tot aan 25 kilo heet het dier een big, van 25 kilo tot aan de eerste dekking een opfokzeug, van dekking tot eerste keer werpen een gelt en daarna heet het vrouwelijke varken voor de rest van haar leven zeug. Ik kon mijn collega’s echter niet overtuigen van mijn terminologie. Dus heb ik het Groot woordenboek van de Nederlandse taal Van Dale er maar eens bij gepakt.

De uitleg van Van Dale

Van Dale schrijft: bijvoeglijk naamwoord: ‘van vrouwelijk vee’. Van deze uitleg snapte ik niets. Dus maar eens een mailtje gestuurd naar Van Dale Taalweb met mijn uitleg van de term gelt. Twee maanden later volgde het antwoord. ,,U hebt gelijk. Gelt is niet alleen een bijvoeglijk, maar ook een zelfstandig naamwoord. Een zoekactie op internet leert dat in het Varkensbesluit (1994) de term als volgt wordt gedefinieerd: gelt: geslachtsrijp varken van het vrouwelijk geslacht, kennelijk bestemd voor de fokkerij, dat nog niet heeft geworpen.” De redacteur van Van Dale Taalweb zal aan de hoofdredactie voorstellen om deze betekenis van het woord gelt op de te nemen in de volgende editie van Van Dale.

Hoe nu verder met ‘gelt’

In de volgende editie van Van Dale komt dus een goede uitleg van de term gelt, maar nu de praktijk nog. In ieder geval zouden bedrijven die zich met de fokkerij bemoeien de goede termen eens moeten gaan gebruiken voor vrouwelijke varkens. Een fokkerij-organisatie levert dus geen gelten van 6,5 maand meer uit, maar opfokzeugen. Welke term de varkenshouder gaat gebruiken, is mij om het even. Want in feite gel(d)t toch wel: what’s in a name?

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Johnny Hogenkamp

    Klopt Martin, ook ik leerde de begrippen op dezelfde Praktijkschool in Almelo en hanteer ze nog steeds zo. Toch wordt een pasgeboren vrouwelijk big al vaak "geltje" genoemd omdat "zeugje" zo oud klinkt denk ik. Een gelt is gedekt, al worden ze ook ongedekt vanaf 7 maanden vaak dekrijpe gelten genoemd. Ook bij mejuffrouw en mevrouw is het verschil aan de buitenkant moeilijk te zien....... Volgende woordspeling: Twintig jaar terug spraken we over mestvarkens en nu gelukkig over vleesvarkens. Toch blijven afgeleiden als een x aantal varkens "afmesten" en "afmestperiode" nog in tact, kom deze ook nog vaak in de pers tegen. Vraag de collega's melkveehouderij ook eens waar een ton melk wegkomt ? Een ton is 1000 kg. en ook 100.000 gulden/euro werd/wordt aangeduid met een ton. Toch wordt met 6 ton melk 6 x 100.000 kilo bedoeld.

  • no-profile-image

    Wout Kranenburg

    Het is dus voortaan onmogelijk om een gelte gelt te hebben. Een zeug die gelt is kan neem ik aan nog wel?

  • no-profile-image

    Kees van Dooren

    Inderdaad Johnny, over mestvarkens schrijven of spreken we niet meer, dat zijn vleesvarkens. Niettemin, vind maar eens een treffender woord dan 'mesten' voor het op gewicht brengen van een big van 25 kilo tot een varken 120 kilo, bedoeld voor het vlees. Dit kan dan niet: ,,ik vleesvarken 1.000 varkens" ,,ik mest 1.000 varkens" klinkt wel logisch.'

  • no-profile-image

    Paul Jansen

    Ik opwaardeer 1000 vleesbiggen klinkt niet verkeerd, of ik voeg 1000 vleesbiggen waarde toe. En als je hip bent stop je dat trendwoord duurzaam er bij tussen. Het enigste wat er nog aan ontbreekt is de waarde uitgedrukt in rendement.

  • no-profile-image

    W Geverink

    De Engelsen hebben allerlei benamingen voor de verschillende varkens en stadia zoals onder andere weaner, porker, cutter, baconer en fattener. Voor mestbedrijf is in het nederlands geen goede vervangende naam te bedenken. Sinds Engels trendy is zou je het ook grow/finish bedrijf kunnen noemen.

  • no-profile-image

    Leo Th.

    NIKS MIS MET MESTVARKEN
    Er is niet zoveel mis met de termen 'varkens mesten' en 'mestvarkens'.

    Pak er het Van Dale woordenboek maar bij en zie als tweede betekenis van mesten: 'Vee vet maken door het geregeld bepaald voedsel te geven'. Vaker wordt de term vetmesten gebruikt.

    (De eerste betekenis van mest in de dikke Van Dale is 'uitwerpselen van sommige dieren met stro vermengd.)

    Dat woord 'mesten' in de betekenis van voeren, is afkomstig van het woord 'mast'. Voor 'mast' geeft Van Dale onder meer de volgende betekenis: 'eikels en beukenoten als varkensvoer'.

    Ik heb de indruk dat mensen uit de varkenshouderijsector van dat woord mesten afwilden vanaf het moment dat het, in de betekenis van stront, in een kwaad daglicht kwam te staan, omdat er zoveel van was en er hier en daar soms ook erg veel van werd uitgereden.

    Maar zoals gezegd, kijkend naar de oorspronkelijke betekenis is er met de term 'mestvarken' niet zoveel mis.

    (Komt bij dat door een mestvarken vleesvarken te gaan noemen, het mestoverschot niet kleiner wordt en de afzetkosten niet omlaag. Het is zoals Martin ten Hooven het zegt, What's in a name?)

Laad alle reacties (2)

Of registreer je om te kunnen reageren.