Varkenshouderij

Achtergrond 803 x bekeken 6 reacties

Veertig jaar hun tijd vooruit

Mijn ouders zijn boer geworden binnen een integratie. En hoewel we nu twee keer zoveel biggen per zeug produceren, zien we in de structuur van toen veel goeds voor moderne vormen van samenwerking. .

We zijn nu druk aan het slopen van het inwendige van onze 40 jaar oude stallen. Deze werden in 1969 door een voerleverancier gebouwd voor 220 zeugen, waarna mijn ouders hierop zetbaas werden. In totaal bouwde de voerfirma een twintigtal identieke bedrijven en integreerden fokkerij, voer en bijbehorende vleesvarkenplaatsen.

Van chauffeur naar varkensverzorger

Bergia Mengvoeders verkaste uit de binnenstad van Zwolle naar het industrieterrein en bouwde daar evenals Hendrix een moderne fabriek. Gelijktijdig werd voerafzet veilig gesteld door zelf te investeren in de bouw van zeugenbedrijven. Hiervoor ging men op zoek naar zetbazen, welke grond in erfpacht uitgaven voor erf en stallen. Mijn vader was vrachtwagenchauffeur en moeder molk net hun eerste drie koeien. De vrachtwagen kon aan de kant, varkens verzorgen werd de nieuwe job.
Hoewel ik amper uit de luiers was, kan ik mij nog flarden van de bouw herinneren. Het aannemersbedrijf bestaat niet meer, maar Nijenkamp Stalinrichting is destijds ontstaan. Hypor leverde de duizenden fokgelten voor alle stallen, evenals de vleesberen. Het huidige Select Porc regelde de dierstromen en Bergia leverde uiteraard het voer, het bedrijf werd later overgenomen door Hendrix Voeders.

Contractprijs van 50 euro per big

Acht jaar lang verzorgden mijn ouders voor Bergia de varkens. In 1977 namen ze het zeugenbedrijf over, waarna ik het in 1988 weer van hen overnam. Tot eind jaren tachtig werd er op contract geproduceerd. Een berekende kostprijs was de minimum uitbetalingprijs voor een big. Deze bedroeg rond de 110 gulden voor een 20 kilo big, vandaag dus 50 euro. Voer, fokgelten en biggen werden op één nota met elkaar verrekend.

Advies als speerpunt

Bergia kende 40 jaar terug al een goed bedrijfshandboek, welke inhoudelijk nauwelijks onderdeed voor de moderne versies van vandaag. De begeleiding was strak geregeld middels een eigen team van adviseurs. Aan opleiding en training werd veel tijd en geld besteed. Hoewel Bergia al 25 jaar niet meer bestaat, zijn er momenteel nog veel oudgedienden actief binnen de varkenshouderij.
Aanvankelijk kwam de dierenarts tweemaal per week, later werd dat eenmaal en nog later eens per twee weken. De voorlichter had vaak zelf de gelten geselecteerd, beoordeelde het voer en de resultaten en keek mee met de biggenplanning. Een omkleedsluis was er al gelijk na aanvang, evenals een schone en vuile weg. Afdelingen bestonden nog niet, in twee grote ruimtes werden alle diergroepen gehuisvest.

Van 14 naar 28 biggen

De stallen werden destijds ingericht op een productie van 14 biggen per zeug per jaar. In 40 jaar is dit aantal dus verdubbeld. Fokkerij heeft hieraan de grootste bijdrage geleverd en ook de komende 40 jaar is een toename van nogmaals 14 biggen niet uit te sluiten. De houderij is eigenlijk niet eens zoveel veranderd, de zeugen stonden toen al in boxen van 2 meter lang en ook waren er enkele groepshokken. Een kraamhok was gelijk vandaag 4 vierkante meter met een rechte opstelling voor de zeug. De biggen zaten op batterijen met draadroosters.
In een zakboekje werden werp-, speen- en dekgegevens genoteerd, welke vervolgens eenmaal per week werden overgenomen op verzamelstaten. Deze werden meegenomen door de voorlichter naar kantoor. Daar werden ze verwerkt tot periode overzichten en analyses. Hoewel tegenwoordig geautomatiseerd, is er op dit gebied inhoudelijk ook weinig veranderd. Automatisering heeft nog nauwelijks een bijdrage geleverd aan afstemming van bedrijfsprocessen.

Tijd ver vooruit

Waarom de integratie gestopt is weet ik niet. Waarschijnlijk was er op de primaire activiteit voer meer marge te behalen dan in de houderij. Ook kweek je met contractproductie over het algemeen weinig motivatie tot goede resultaten. Dit is ook één van de redenen dat voerleveranciers massaal gestopt zijn met voergeldstallen voor vleesvarkens. De marge op voer weegt niet op tegen de verliezen op houderij. Ondanks alles waren ze 40 jaar terug hun tijd ver vooruit. Vandaag denken we opnieuw na over zaken die toen alledaags waren. Maar wat we er ook mee doen, het wordt zeker geen kopie. Want er ging natuurlijk ook wel het een en ander mis. De drive van de deelnemers werd onvoldoende gestimuleerd en er was destijds wel een heel groot adviesteam met een adviseur per 10 boeren.

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Tom

    Prachtig dat DIT op hetzelfde moment op de homepage staat (van Varkenshouderij althans) als het nieuws van de acties van VeVa in België voor betere prijzen.
    Jammer genoeg zal de groei van (zeugen)integratie nog niet snel toenemen (spreek dan vooral voor de Belgische markt, de Nederlandse ken ik te weinig) alhoewel een vorm van integratie (horizontaal dan wel verticaal) voor veel bedrijven een 'redding' kan zijn.

  • no-profile-image

    varkens

    Alleen Bergia bestaat niet meer, is dat dan ook onze toekomst als we in intergraties gaan ???

  • no-profile-image

    graads

    Hey Johny, ik herken je verhaal. Maar klopt het verhaal over de kostprijs wel. Was kostprijs niet berekend op produktie van 17 a 18 biggen maar kwamen de deelnemende zetbazen niet verder dan 14. Van al die Bergia boeren is niet veel over gebleven, terwijl ze 10 jaar geleden toch een gunstige positie hadden. Hoe kan dat?

  • no-profile-image

    Ondernemer

    Het verhaal van Johnny is heel herkenbaar. Integratie past ook zeker in deze tijd. Er is wel één belangrijke voorwaarde. De kost prijs garantie moet gebaseerd zijn op de prijzen die voor het voer etc. in rekening worden gebracht. En de calculatie moet heel transparant zijn. Waar vindt je zo'n partner voor de langere termijn? Een collega boer geeft geen garantie, een handelaar brandt zich daar ook niet aan.
    Zijn er nu nog voer leveranciers die al dan niet samen met een slachterij deze
    kostprijs garanties afgeven voor zeugen houders?

  • no-profile-image

    john

    beste ondernemer twente waarom hebben we die partijen in de perifirie nodig om een nieuwe intergratie op te zetten? In het verleden is wel gebleken dat dit leidt tot mislukkingen omdat een slachterij andere belangen heeft dan de boer, dat geld ook voor de boer en uiteindelijk ook voor de bank. Een toekomstige integratie hoort opgezet te worden door boeren zelf. aandeel varkens leveren = aandeel winst. Een integratie kan zijn eigen voederproducten inkopen en uiteindelijk de varkens laten slachten waar ze willen. Het mooitste zou zijn als ze daarna ook nog direct het vlees aan de winkels kunnen verkopen. Er zijn dan een flink aantal handelspartners uitgesloten wat ten goede komt aan de integratie. We hoeven dan ook niet te werken voor de portemonnee van een onderdemer (family farmers) maar de winsten zijn dan voor ons. Een producentenvereniging die 1000 000 vleesvarkens per jaar levert heeft duidelijk wat in de pap te brokkelen!. dat zijn dus 330 000 duiizend vleesvarkensplaatsen. en 33 000 zeugen. Dit aantal moet eigenlijk wel onder een integratie te krijgen zijn toch?

    schaalvoordelen als all in all out op bedrijven van 3000 vleesvarkens is dan mogenlijk. kleinere zeugen bedrijven op meerwekensysteem zijn dan ook levensvatbaar. Serieuze ondernemers of ondernemers die in zak en as zitten en naar een uitweg zoeken? laat u horen.

  • no-profile-image

    Ondernemer

    Jij kaart een wensdroom van mij aan. Het mooiste is natuurlijk dat je als groep boeren (zeugenhouders en vleesvarkenshouders met elkaar een integratie kunt opbouwen. In principe is dat natuurlijk het allermooiste. Het voer kopen bij degene die de beste product/prijs/prestatie aanbiedt. En bij de verkoop van de slacht rijpe varkens geldt hetzelfde. Zijn er inmiddels boeren-ondernemers die zo rationeel denken dat ze dit waar gaan maken? Ik ben benieuwd..... John uit Brabant.

Laad alle reacties (2)

Of registreer je om te kunnen reageren.